Waarom gebruikt het RIVM rekenmodellen?

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  gebruikt rekenmodellen om informatie te verkrijgen voor heel Nederland  over de luchtkwaliteit en de depositie. Zonder rekenmodellen zou die informatie alleen te geven zijn door heel het land vol te hangen met meetapparatuur. Dat zou praktisch onmogelijk en veel te duur zijn.

Daarnaast gebruikt het RIVM ook rekenmodellen om verwachtingen voor de toekomst te maken. Dit gebeurt bijvoorbeeld op basis van te verwachten economische ontwikkelingen en voorgenomen beleid van de rijksoverheid, provincies en gemeenten. Stel er worden nieuwe wegen aangelegd en er komen tegelijkertijd meer elektrische auto’s. Wat is dan het effect daarvan op de stikstofdepositie over 5 jaar of over 10 jaar? Dankzij rekenmodellen kan het RIVM daar een goed beeld van geven.

 

Wat is een rekenmodel?

Een rekenmodel bevat beschrijvingen van alle belangrijke (fysische en chemische) processen die in de atmosfeer plaatsvinden. De basis van deze modellen is de best beschikbare wetenschappelijke kennis. Met een model proberen we de werkelijkheid dus zo goed mogelijk te benaderen.

De rekenmodellen die het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu gebruikt voor het modelleren van de luchtkwaliteit en depositie heten luchtkwaliteitsmodellen. Deze modellen beschrijven de processen in de atmosfeer, en de interactie van de atmosfeer en het aardoppervlak (voor depositie). De input van de modellen zijn de hoeveelheid emissie en het weer.

 

Hoe wordt een rekenmodel gecontroleerd?

De berekeningen worden gecontroleerd met behulp van metingen. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  meet op verschillende plaatsen in het land de concentratie van stikstofoxiden en ammoniak in de lucht en in regenwater. De modelberekeningen worden vergeleken met de metingen. Als er systematische afwijkingen zijn tussen de berekeningen en de metingen, worden de modelberekeningen gecorrigeerd met dit systematische verschil. De modelberekeningen volgen dus altijd de metingen.

Voor meer informatie over de metingen: zie meten

Naast de vergelijking met metingen, beoordelen internationale wetenschappers ook de modelberekeningen, zogenaamde reviews. In 2015 was de laatste wetenschappelijke review over de emissieschattingen, metingen en modelberekeningen van concentraties en depositie van ammoniak (zie link). De reviewcommissie concludeerde dat de methoden die Nederland gebruikt wetenschappelijk verantwoord zijn. Daarnaast had de reviewcommissie een aantal suggesties voor verbeteringen van het OPSOperationele Prioritaire Stoffen-model, die zijn opgevolgd.

Welke rekenmodellen gebruikt het RIVM?

Voor het in kaart brengen van de stikstofdepositie in Nederland gebruikt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu het OPSOperationele Prioritaire Stoffen (Operationele Prioritaire Stoffen)-model. Dit model is uitvoerig beschreven en vrij beschikbaar via https://www.rivm.nl/operationele-prioritaire-stoffen-model. Dit model berekent zowel de depositie op landelijke schaal als op lokale schaal. Voor de landelijke schaal worden de berekeningen gedaan in het kader van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland op een schaal van 1000 x 1000 meter (zie onderstaande figuur).

 

Het OPS-model vormt ook het rekenhart van AERIUS, waarmee berekeningen van de stikstofdepositie op de lokale schaal (100x100 m) kunnen worden uitgevoerd.