Hoe berekenen we de waterkwaliteit per regio of bedrijfstype?

Algemeen

De waterkwaliteitsgegevens worden standaard gerapporteerd op jaarbasis, per grondsoortregio, per watertype en per bedrijfstype. Voor sommige combinaties van grondsoortregio en watertype wordt daarnaast ook onderscheid gemaakt tussen het winter- en zomerseizoen.

Bemonstering en analyse

We bemonsteren de watertypes op een bedrijf in één of meerdere ronden. De bemonstering van grondwater in de Zandregio in de zomer bijvoorbeeld, gebeurt in één ronde. Terwijl de slootwaterbemonstering zowel ’s zomers als ‘s winters in 3 à 4 ronden plaatsvindt. Dit is vastgelegd in het bemonsteringsschema. Per bemonsteringsronde wordt op meerdere punten bemonsterd; meestal 16 monsterpunten per bedrijf per watertype. In het laboratorium worden voor de chemische analyses individuele watermonsters per watertype en per ronde samengevoegd tot een mengmonster. Dit zijn er meestal 2 per bedrijf.

Analyseresultaat aggregeren

Voor het bepalen van de waterkwaliteit van een watertype of van een regio worden de volgende bewerkingen uitgevoerd:

  • de resultaten per watertype, per ronde en per bedrijf worden gemiddeld tot een ‘ronde-gemiddelde’ waarde;
  • de ronde-gemiddelde waarden worden geaggregeerd tot een ‘bedrijfsgemiddelde’ waarde;
  • de bedrijfsgemiddelde waarden worden gemiddeld tot een ‘bedrijfstypegemiddelde’ waarde, of indien gewenst
  • wordt de bedrijfsgemiddelde waarde van individuele bedrijven samengesteld tot een ‘regiogemiddelde’ waarde, waarbij geen onderscheid tussen bedrijfstypen wordt gemaakt.
Minimaal 10 bedrijven voor bepaling van een gemiddelde

Met ingang van rapportagejaar 2016 gebruiken we minimaal 10 bedrijven voor het bepalen van een gemiddelde. Vóór 2016 waren dat 7 bedrijven. Het aantal 10 wordt als minimum gezien om de privacy van individuele bedrijven te waarborgen. Als het aantal bedrijven minder dan 10 is, tonen we geen gegevens per bedrijfstype. Deze cijfers worden wel meegenomen in de bedrijfstypegemiddelden of regiogemiddelden.

Omgaan met detectiegrenzen

Wat is een detectiegrens?

De detectiegrens, ook wel detectielimiet genoemd, is de laagste concentratie van een stof die nog gemeten kan worden met de gebruikte laboratoriumapparatuur. Onder deze waarde is de meting niet nauwkeurig meer en kan niet met zekerheid worden vastgesteld of de stof aanwezig is. De concentratie bevindt zich dan ergens tussen 0 en de detectiegrens.

Meerdere detectiegrenzen: gebruik van de hoogste

Het LMMLandelijk Meetnet effecten Mestbeleid loopt al lange tijd. In de loop van de tijd is laboratoriumapparatuur vervangen. Hierdoor kan het voorkomen dat er in eerdere metingen andere detectiegrenzen gehanteerd worden dan in latere metingen. Vaak kan nieuwere apparatuur nog nauwkeuriger meten, waardoor de detectiegrenzen lager worden. Wanneer we data-analyses uitvoeren die meerdere jaren bestrijken, dan gebruiken we bij de berekeningen de hoogste detectiegrens. Alle waarden onder de hoogste detectiegrens worden daarmee aangepast conform de hoogste detectiegrens.

Concentraties onder de detectiegrens: gebruik van de werkelijk gemeten waarde

Tot 2017 bepaalden we voor concentraties onder de detectiegrens een gecorrigeerde concentratie. De gecorrigeerde concentratie = factor * detectiegrens, waarbij deze factor een waarde was tussen 0 en 1 (in de regel 0, ½ of 1).

Vanaf 2017 hanteren we bij rapportages van zowel het Basismeetnet als het Derogatiemeetnet de werkelijk gemeten waarde. Dit hebben we ook toegepast op de resultaten van alle jaren vanaf 2006. Dus als de concentratie kleiner is dan de detectiegrens, dan wordt deze concentratie overgenomen als meetwaarde. Indien veel waarnemingen onder de detectiegrens liggen, kan het daardoor voorkomen dat het berekende gemiddelde lager is dan de gehanteerde detectiegrens.

Weergave in tabellen en grafieken

In tabellen worden gemiddelden en percentielwaarden die lager zijn dan de detectiegrens, weergegeven als “<detectiegrens” of "<dgDirectorate General". Voor het gemiddelde wordt altijd de berekende waarde gebruikt, ook indien het berekende gemiddelde onder de detectiegrens uit komt. 
In trendgrafieken wordt in het geval 25% of meer van de bedrijven een bedrijfsgemiddelde onder de detectiegrens heeft, de detectiegrens als stippellijn en/of een grijs vlak weergegeven.