Methoden voor de verschillende watertypen

Wat: uit de wortelzone spoelend water en slootwater

In het LMMLandelijk Meetnet effecten Mestbeleid meten we de kwaliteit van het water dat uitspoelt uit de wortelzone (het recente neerslagoverschot) en de kwaliteit van slootwater op landbouwbedrijven. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu onderzoekt de kwaliteit van het recente neerslagoverschot door monsters te nemen van het grondwater, het bodemvocht, het drainwater en/of het greppelwater. Als drainagebuizen of greppels aanwezig zijn, worden deze bemonsterd. Waar de grondwaterspiegel dieper is dan 5 m onder maaiveld, worden bodemvochtmonsters genomen. In alle andere gevallen worden monsters genomen van de bovenste meter van het grondwater.

Hoe: de methoden

In het LMM bemonsteren we dus verschillende watertypen, zoals weergegeven in bovenstaande figuur. Ieder watertype vereist één of meerdere monsternemingsmethoden.

 

Hoe bemonsteren we het grondwater?

Deze video gaat over het nemen van watermonsters voor het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid met de openboorgatmethode. Aan het woord komen veldonderzoeker Willem Leijns en projectcošrdinator Monique Wolters.

Hoe bemonsteren we drain- en slootwater?

Het nemen van drain- en slootwatermonsters om te analyseren hoeveel stoffen, zoals meststoffen nitraat en fosfaat, er in het water zit voor het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid.
Sprekers: Armath Domburg, Veldonderzoeker LMM, RIVM. Monique Wolters, project coordinator bemonstering LMM, RIVM.

Hoe bemonsteren we het bodemvocht?