23 juli 2026

Het RIVM voerde samen met Universiteit Utrecht, Wageningen University & Research en Nivel, het meerjarige (Livestock farming and the health of local residents)-onderzoek uit. Het onderzoek bestond uit verschillende deelonderzoeken (VGO I, II en III). Tijdens het onderzoek en na publicatie van het rapport begin 2025 zijn verschillende vragen gesteld en beantwoord over wat het onderzoek inhoudt, hoe het is uitgevoerd, wat de beperkingen waren en hoe wij over het onderzoek communiceren. 

We hebben dit samengebracht in onderstaand statement.

Meer informatie vindt u op: Veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO)

RIVM over het VGO-onderzoek naar geitenhouderijen en longontsteking

Het (Livestock farming and the health of local residents)-onderzoek naar veehouderij en gezondheid van omwonenden, in het bijzonder geitenhouderijen en longontsteking, is een groot, meerjarig onderzoek dat in 2024 is afgerond. Het doel van dit onderzoek was om meer kennis te krijgen over de gezondheid van mensen die in de buurt van veehouderijen wonen. Uit het onderzoek kwam onder meer naar voren dat er rondom geitenhouderijen meer longontstekingen voorkomen. In vervolgstudies is onderzocht wat een mogelijke oorzaak kan zijn van deze longontstekingen. Daarbij is gekeken naar omwonenden met en zonder longontsteking en naar geitenhouders. Ook is er onderzoek gedaan bij geitenbedrijven en zijn er metingen gedaan in de buitenlucht.

De uitkomsten van het laatste VGO-onderzoek zijn begin 2025 gepubliceerd en vormen een belangrijke basis voor beleid en maatschappelijke keuzes. Deze keuzes raken zowel de gezondheid van omwonenden als de toekomst van boeren, hun gezinnen en hun bedrijf. Het VGO-onderzoek heeft daarmee veel impact. Daarom communiceren we helder en transparant over wat er onderzocht is, over de uitkomsten en wat er nog onzeker is.

Wat het VGO-onderzoek laat zien

Een consortium van verschillende kennisinstituten voerde het VGO-onderzoek uit. In meerdere provincies is onderzocht hoe de gezondheid van omwonenden zich verhoudt tot de nabijheid van veehouderijen. Doordat in alle VGO-deelonderzoeken naar voren kwam dat rondom geitenhouderijen meer longontstekingen voorkwamen, is dit vervolgens verder onderzocht. 

De belangrijkste bevinding is dat mensen die binnen ongeveer twee kilometer van geitenhouderijen wonen, een grotere kans op longontsteking hebben dan mensen die verder weg wonen. Binnen de twee kilometer geldt: hoe dichterbij, hoe vaker longontsteking voorkomt. Dit verband is herhaaldelijk gevonden in verschillende studies en is statistisch robuust: de kans dat dit toeval is, is zeer klein. Ook zijn diverse analyses uitgevoerd die alternatieve verklaringen uitsluiten of hoogst onwaarschijnlijk maken. 

Externe beoordelaars en de Gezondheidsraad onderschrijven het gevonden verband. Het risico op longontstekingen is gedurende 11 jaar consistent verhoogd in meerdere provincies. Het VGO-onderzoek laat daarmee een signaal zien dat niet kan worden genegeerd.

Wat we (nog) niet weten

Het onderzoek laat zien dát er een verhoogd risico op longontsteking is, maar nog niet precies wáárdoor dit komt. In het onderzoek zijn 23 bacteriën als mogelijke verklaring gevonden. Er zijn duidelijke statistische verbanden, maar (nog) geen eenduidige oorzaak voor de extra longontstekingen dichtbij geitenhouderijen.

Het vaststellen van een oorzakelijk verband is veel complexer dan het aantonen van een statistisch verband. In het VGO-rapport en de communicatie hierover besteden we daarom aandacht aan deze complexiteit. Een belangrijke beperking is dat er minder patiënten deelnamen aan de gezondheidsstudie dan vooraf beoogd. Dit is deels te verklaren door de coronapandemie. Doordat er minder mensen meededen aan het onderzoek, is de onderbouwing van welke ziekteverwekker(s) het verhoogde risico precies veroorzaken minder sterk. Als er meer mensen hadden meegedaan, waren er mogelijk bepaalde ziekteverwekkers duidelijker naar voren gekomen. Over deze beperking en onzekerheden is het VGO-onderzoek steeds transparant geweest. 

Hoe het onderzoek is uitgevoerd

Het VGO onderzoek is uitgevoerd door een consortium van verschillende kennisinstituten. Zij werkten met een gezamenlijk onderzoeksprotocol dat vooraf is getoetst door medisch-ethische commissies. De epidemiologische analyses en klinische studies zijn gepubliceerd in internationale tijdschriften, na beoordeling door onafhankelijke deskundigen (referenten). Daarmee sluit het onderzoek aan bij internationaal gangbare standaarden in de wetenschap. 

Bij verschillende onderdelen van het programma zijn externe statistici en methodologen betrokken geweest voor aanvullend advies. Kritische opmerkingen zijn daarbij expliciet meegenomen. De kwaliteit en zorgvuldigheid van het onderzoek zijn in deze reviews steeds positief beoordeeld. 

De Gezondheidsraad heeft de gevonden verbanden tussen geitenhouderijen en longontsteking bevestigd en het VGO-onderzoek gebruikt als basis voor zijn advies. 

Wetenschappelijke integriteit en goed geïnformeerde discussie

Het RIVM werkt aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving op basis van onafhankelijke, transparante en toetsbare wetenschap. Een kritisch debat over het VGO-onderzoek vinden wij belangrijk: wetenschap ontwikkelt zich door vragen en tegenspraak.
Voor een goed geïnformeerde discussie is het van belang dat de beschikbare gegevens en analyses in hun volledige context worden gebruikt. Dat helpt om verschillen van inzicht terug te brengen naar de inhoud: wat laten de data zien, waar liggen de onzekerheden, en wat betekenen die voor beleid en praktijk.

Alle RIVM-rapporten en publicaties van het VGO-onderzoek zijn openbaar beschikbaar via rivm.nl. Ook veel van de achterliggende gegevens over het VGO-onderzoek, inclusief uitgebreidere vragen-en-antwoorden, zijn openbaar beschikbaar via het RIVM en de leden van het consortium. Het RIVM staat open voor het nader toelichten van resultaten.

Samenvatting in makkelijke taal

  • In het VGO-onderzoek is gekeken naar de gezondheid van mensen die dicht bij veehouderijen wonen, vooral bij geitenhouderijen.
  • Uit het onderzoek blijkt: mensen die binnen ongeveer 2 kilometer van een geitenhouderij wonen, krijgen vaker longontsteking dan mensen die verder weg wonen. En hoe dichterbij een geitenhouderij, hoe groter het risico.
  • Dit verschil is meerdere jaren en op verschillende plekken in Nederland gezien. Deskundigen, waaronder de Gezondheidsraad, vinden de resultaten betrouwbaar.

Wat we nog niet weten

  • We weten nog niet precies waardoor de extra longontstekingen komen. Er zijn verschillende bacteriën gevonden bij patiënten, omwonenden, geitenhouders en/of in de buitenlucht rondom geitenhouderijen, maar er is geen één duidelijke oorzaak. 
  • Het onderzoek naar de oorzaak was moeilijk, onder andere omdat minder patiënten konden meedoen dan gehoopt.

Hoe het onderzoek is gedaan

  • Het onderzoek is gedaan door meerdere kennisinstituten samen.
  • De opzet van het onderzoek is vooraf gecontroleerd door speciale commissies die letten op medische en ethische regels.
  • De resultaten zijn gepubliceerd in internationale wetenschappelijke tijdschriften en gebruikt door de Gezondheidsraad.

Wat het RIVM belangrijk vindt

  • Het RIVM wil duidelijk zijn over wat het onderzoek laat zien.
  • We zeggen ook eerlijk wat nog onzeker is.
  • We leggen uit wat de resultaten betekenen en gebruiken die voor ons advies aan gemeenten, provincies en rijksoverheid.