Het RIVM heeft in 2020/2021 onderzocht hoeveel jodium mannen en vrouwen in het noorden (met name Groningen, Friesland en Drenthe) van Nederland binnenkregen. Voor de werking van de schildklier is het belangrijk om voldoende jodium binnen te krijgen. In Nederland zit er weinig jodium in de grond. Dit is een van de redenen dat de hoeveelheid jodium die van nature in voedingsmiddelen zit, te laag is. Daarom wordt jodium toegevoegd aan (bakkers)zout.
Aanleiding van het onderzoek
De Voedselconsumptiepeiling (VCP) brengt in kaart wat de Nederlandse bevolking eet en drinkt. Voor sommige voedingsstoffen is de methode van de VCP (Voedselconsumptiepeiling) niet geschikt, zoals voor jodium. Dit komt onder meer doordat de hoeveelheid jodium die men binnenkrijgt door het gebruik van gejodeerd zout moeilijk is te schatten. De meest nauwkeurige manier om de hoeveel jodium die een persoon binnenkrijgt te bepalen, is door de urine die iemand 24 uur lang verzamelt te onderzoeken.
Wat is onderzocht?
Voor dit onderzoek is samengewerkt met het Lifelines cohort. Dit is een gezondheidsonderzoek in Noord-Nederland. Bij 287 deelnemers (in de leeftijd van 18-70 jaar) is de jodiumuitscheiding in 24-uurs urine gemeten, om te kunnen bepalen hoeveel jodium deze deelnemers binnenkregen. Voor een deel van deze groep deelnemers uit 2020/2021, die tussen de 31-50 jaar waren (198 deelnemers), konden de resultaten vergeleken worden met resultaten van een vergelijkbare groep deelnemers uit de periode 2006/2007. Daardoor kan worden bepaald of de hoeveelheid is gedaald, gestegen of gelijk is gebleven. Omdat bij deze vergelijking slechts een deel van de deelnemers uit 2020/2021 meegenomen is (198 van de 287), is de mediane inname niet precies hetzelfde als de mediane inname van de totale deelnemerspopulatie uit 2020/2021.
Wat zijn de uitkomsten?
Het onderzoek laat zien dat de helft van de mannelijke deelnemers in het noorden van Nederland in 2020/2021 meer dan 207 microgram jodium per dag heeft binnengekregen. Voor de helft van de vrouwelijke deelnemers gaat het om meer dan 159 microgram per dag. De kans op gezondheidsproblemen is klein als de helft van de bevolking meer dan 150 microgram per dag binnenkrijgt. De hoeveelheid die mannen binnenkrijgen ligt hier ruim boven en de hoeveelheid die vrouwen binnenkrijgen ligt hier met 9 microgram maar net boven.
In de periode tussen 2006/2007 en 2020/2021 daalde de hoeveelheid jodium bij mannen en vrouwen van 31 tot en met 50 jaar met ongeveer een derde (figuur 1). De daling van de jodiuminname tussen 2006/2007 en tussen 2020/2021 is waarschijnlijk voor een deel veroorzaakt door een verandering in wetgeving in 2008 waardoor er aan brood zout wordt toegevoegd dat minder jodium bevat. Ook kunnen veranderingen in het voedingspatroon en de lagere gehaltes zout in voedingsmiddelen hebben bijgedragen aan de lagere jodiuminname.
Figuur 1. In de periode tussen 2006/2007 en 2020/2021 daalde de inname van jodium bij mannen en vrouwen van 31 tot en met 50 jaar met ongeveer een derde.
Wat betekenen deze uitkomsten?
Omdat de hoeveelheid jodium gemeten in 2020/2021 bij vrouwen net boven 150 microgram per dag ligt, zijn er vervolganalyses uitgevoerd. Hierbij is gekeken naar welk percentage van de vrouwen een gemiddelde hoeveelheid jodium binnenkrijgt die lager is dan 100 microgram per dag. Deze hoeveelheid is gebaseerd op een aanbeveling van de Gezondheidsraad, waarbij zij aangeeft voor de toetsing van de norm (op basis van een gemiddelde behoefte) een inname van 100 microgram te zullen hanteren. Uit dit onderzoek bleek dat het percentage op 4 tot 7% lag. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat dit voor nu niet leidt tot gezondheidsproblemen, maar dat het belangrijk is om de hoeveelheid jodium die vrouwen binnenkrijgen te blijven monitoren. Genoeg jodium is namelijk nodig voor de ontwikkeling van het ongeboren kind. Onderzoek bij zwangere vrouwen, die tijdens de zwangerschap meer jodium nodig hebben, is nodig om te bepalen of er geen tekorten zijn bij deze groep.