Derogatiemeetnet

De Europese Nitraatrichtlijn verplicht lidstaten het gebruik van dierlijke mest te beperken tot een bepaald maximum (de gebruiksnorm dierlijke mest van 170 kgkilogram N/ha). Een lidstaat kan de Europese Commissie vragen om onder voorwaarden van deze beperking af te wijken. Dat noemen we derogatie. In 2018 is de vierde derogatie voor een periode van 2 jaar toegekend. De derde derogatie liep van 2014 t/m 2017 en de eerste derogatie liep van 2006-2009 en werd verlegd t/m 2013.
Een landbouwer kan gebruik maken van deze derogatieregeling als het bedrijfsareaal voor meer dan 80% (voorheen 70%) uit grasland bestaat.

Voorwaarden

Een van de voorwaarden voor derogatie is dat Nederland het monitoringmeetnet continueert dat in 2006 is ingericht om de gevolgen voor de landbouwpraktijk en de waterkwaliteit in beeld te brengen. Tevens dient Nederland jaarlijks aan de Commissie te rapporteren over de resultaten van dit meetnet. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en de WURWageningen University & Research hebben in 2006 voor Nederland dit zogenoemde derogatiemeetnet opgezet. 

Rapportages

Het meetnet omvat 300 graslandbedrijven, voornamelijk melkveebedrijven. Jaarlijks rapporteren RIVM en de WUR over de bedrijfsvoering en de waterkwaliteit op bedrijven die zich aangemeld hebben voor derogatie.
Online delen we de samenvatting van de resultaten uit het derogatiemeetnet. 

Jaarlijks publiceren we een rapport. 'Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie. 

Het aantal bedrijven waarvan de resultaten worden gepresenteerd is vaak iets minder dan 300. Dit komt doordat bij sommige bedrijven achteraf blijkt dat deze geen derogatie toepasten of toegekend kregen. Dit kunnen bedrijven zijn die stoppen of van bedrijfsopzet veranderen.

Wat is derogatie?

Derogatieregeling (aantal woorden: 254)
Ons vee produceert niet alleen melk of vlees, maar ook mest. Deze
mest bevat voedingsstoffen die gewassen laten groeien. Een deel van
deze stoffen wordt niet opgenomen en spoelt uit naar het grondwater
en het oppervlaktewater. Dat is slecht voor het milieu. Daarom bepaalt
de Europese Unie hoeveel dierlijke mest de agrariër op zijn land mag
gebruiken.
Naast de norm van de EU heeft Nederland een eigen norm voor de totale
hoeveelheid meststoffen, die hoger ligt dan de norm voor dierlijke mest. Het
verschil tussen de twee mag de agrariër aanvullen met kunstmest. Onder
bepaalde voorwaarden mogen Nederlandse agrariërs van de EU meer
dierlijke mest gebruiken dan de Europese norm. Dit heet derogatie.
Om derogatie te kunnen krijgen moet een agrarisch bedrijf voor minimaal
80% uit grasland bestaan. Grasland houdt de voedingsstoffen namelijk
beter vast dan bijvoorbeeld maïs. Er is dus minder uitspoeling van mest
naar het grondwater en oppervlaktewater.
Voor agrarische bedrijven is derogatie op twee manieren financieel
voordelig. Enerzijds omdat ze minder mest hoeven af te voeren en
anderzijds omdat ze minder kunstmest hoeven aan te kopen.
Met het Landelijke meetnet effecten Mestbeleid meet RIVM sinds 2006 op
300 derogatiebedrijven de waterkwaliteit. Wageningen Economic Research
verzamelt daar informatie over de bedrijfsvoering en het mestgebruik
Uit de monitoring blijkt dat het gebruik van meer dierlijke mest op
derogatiebedrijven geen negatief effect heeft op de waterkwaliteit.
Dat komt omdat de totale hoeveelheid mest die gebruikt mag worden niet
verhoogd is. Ook is het aandeel grasland op bedrijven met derogatie groter
geworden, waardoor meststoffen minder uitspoelen.