Van een aantal PFAS’en is bekend dat ze ongewenste eigenschappen hebben. PFAS’en kunnen een risico vormen voor de gezondheid van mensen en het milieu.

Ongewenste eigenschappen

Van een aantal PFAS’en is bekend dat ze ongewenste eigenschappen hebben. Dit zijn bijvoorbeeld PFOSperfluoroctaansulfonaten en PFOAperfluoro octanoic acid. Ook over GenX-stoffen is steeds meer informatie beschikbaar. Van deze stoffen is bekend dat ze:

  • Niet of nauwelijks afbreken in het milieu (ze zijn persistent)
  • Schadelijke effecten kunnen geven in mensen en het milieu (ze zijn toxisch)
  • Zich gemakkelijk en snel verspreiden in het milieu (ze zijn mobiel) en/of
  • Ophopen in het menselijk lichaam, in dieren en planten (ze zijn bioaccumulerend)

Van PFOA is bijvoorbeeld bekend dat de stof leverschade kan veroorzaken, schadelijk is voor de voorplanting en voor de ontwikkeling van het ongeboren kind, en mogelijk kankerverwekkend is. Verder weten we dat PFOA schadelijk is voor de natuur. De stof kan vooral problemen opleveren voor dieren in de top van de voedselketen, zoals vogels en zoogdieren.

De precieze eigenschappen verschillen per specifieke PFAS. De ene PFAS kan zich bijvoorbeeld sneller verspreiden of is schadelijker dan de andere PFAS. Ook zijn er heel veel PFAS’en waar nog weinig over bekend is. Van deze PFAS’en is dus ook niet duidelijk of ze ongewenste eigenschappen hebben.

Een aantal specifieke PFAS’en is in Nederland aangewezen als ‘Zeer Zorgwekkende Stoffen’. Dit zijn stoffen waarvan in Nederland is afgesproken dat ze zoveel mogelijk uit de leefomgeving moeten blijven. Dit betekent dat is vastgelegd dat bedrijven het gebruik van ZZSzeer zorgwekkende stoffen zoveel mogelijk moeten vermijden. Als ze de stoffen toch gebruiken, moet de uitstoot van de stoffen zoveel mogelijk worden beperkt.

Risico’s voor gezondheid en milieu

PFAS’en kunnen een risico vormen voor de gezondheid van mensen of het milieu. Mensen kunnen in contact komen met een stof door inademen, huidcontact en inslikken. Dit heet de blootstelling aan een stof. De hoeveelheid die iemand inademt, aanraakt of inslikt, en hoe vaak of hoe lang dit contact duurt, is bepalend voor het risico op schadelijke gezondheidseffecten. Hetzelfde geldt voor het milieu, waar de hoeveelheid van de stof in het milieu het risico bepaalt.

Voor PFOS, PFOA en GenX-stoffen heeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu de risico’s voor mensen en milieu beoordeeld voor een aantal specifieke situaties. We hebben bijvoorbeeld gekeken naar blootstelling van PFOS, PFOA of GenX-stoffen vanuit een specifiek compartiment (bijvoorbeeld lucht, water of voeding). In deze situaties lijken de risico’s voor mensen mee te vallen. Soms worden echter toch risicogrenzen overschreden. In dat geval is het belangrijk om de situatie verder te onderzoeken om te beoordelen wat het risico in deze specifieke situatie is en hoe de risico’s kunnen worden beperkt.

Over andere PFAS’en is veel minder informatie beschikbaar en we weten op dit moment niet of deze stoffen mogelijk risico’s geven voor mens of milieu of dat er risico’s ontstaan doordat mens of milieu aan meerdere PFAS’en tegelijk worden blootgesteld.

Wat is nog niet bekend?

Over de mogelijke ongewenste eigenschappen en de bronnen, emissies en blootstelling van PFAS’en is nog veel onduidelijk. Aanvullend onderzoek helpt om hier beter inzicht in te krijgen. Op dit moment beoordeelt de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit) de risico’s van blootstelling aan een aantal PFAS’en die in voedsel kunnen zitten.