Ammoniak is een kleurloos gas met een sterk prikkelende geur. In hoge concentraties is het gas giftig voor mensen, dieren en planten. Ammoniak wordt gebruikt als koelmiddel in (grotere) koelinstallaties. Ammoniak lost goed op in water en vormt dan ammonia. In verdunde vorm is ammonia bekend als schoonmaakmiddel. Ammoniak wordt in grote hoeveelheden overal ter wereld geproduceerd.  Een molecuul ammoniak bestaat uit drie atomen waterstof en één atoom stikstof en wordt aangeduid met de formule NH3ammoniak.

Ammoniak wordt gebruikt voor de productie van kunstmestcomponenten, zoals b.v. ammoniumsulfaat, ammoniumnitraat en ammoniumfosfaat. De uitvinding en het gebruik van kunstmest heeft ervoor gezorgd dat de productie van landbouwgewassen en voedsel flink omhoog is gegaan. Maar deze ruime beschikbaarheid van meststoffen geeft ook problemen, omdat de meststoffen naar het milieu weg kunnen lekken. Ammoniak in de lucht komt voor een zeer groot deel onbedoeld vrij uit mest; zowel uit dierlijke mest als uit kunstmest. In het milieu tast een teveel aan ammoniak de kwaliteit van het grondwater en de vitaliteit en de biologische diversiteit van de natuur aan.

Veel ammoniak in Nederland

We spreken van depositie als stoffen uit de lucht op de bodem of vegetatie teruggevoerd worden. De depositie van ammoniak, maar ook van stikstofoxiden, uit de lucht speelt een belangrijke rol bij de problemen met het beheer van natuurgebieden. Overmatige stikstofdepositie leidt tot eutrofiëring, ook wel vermesting genoemd. Het grootste deel van de stikstofdepositie in Nederland is afkomstig van Nederlandse bronnen. De stikstofdepositie als gevolg van ammoniak is groot, vooral door de omvangrijke veeteelt in Nederland.

Europese afspraken

Luchtverontreiniging trekt zich niets van grenzen aan. Ammoniak uit Nederland komt in de buurlanden terecht en omgekeerd. Daarom zijn er Europese regels, die Nederland en de andere Europese landen verplichten om maatregelen te nemen. Er zijn voor elk land grenzen gesteld aan de jaarlijkse emissie van ammoniak en stikstofoxide (National Emission Ceiling Directive). Daarnaast zijn er natuurgebieden aangewezen, waarbinnen natuurlijke, wilde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding moeten blijven of komen (Vogel- en Habitatrichtlijn). In Nederland is de toekomstige kwaliteit en vitaliteit van tweederde van deze zogeheten Natura 2000 gebieden echter onzeker. Deze gebieden bevinden zich nu in een ‘ongunstige staat van instandhouding’ en gaan er niet op vooruit. Dit roept conflicten op met die Europese regelgeving, wat er toe kan leiden dat de directe omgeving van zo’n gebied ‘op slot’ zou gaan. Om de afweging te kunnen maken tussen het vergunnen van stikstofuitstotende activiteiten en de te beschermen kwaliteit van de natuur is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) door de Rijksoverheid met de provincies opgesteld.

Wat doet het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Het RIVM probeert zo goed mogelijk te monitoren hoe de stikstofdepositie in Nederland zich ontwikkelt. Deze monitoring gebeurt met modelberekeningen en metingen. De modelberekeningen zijn nodig om een landsdekkend beeld te kunnen maken. De metingen worden gebruikt om de berekeningen te valideren en te corrigeren. 

Ammoniak meten in de natuur

(Beeldtitel: Waarom staat deze mast hier? Beeldtekst: Ammoniakdepositie meten met een COTAG. Voice-over:)

LEVENDIGE MUZIEK

VOICE-OVER: Hier in dit natuurgebied staat een mast.
Het lijkt een telefoonmast, maar dat is het niet. Het is een meetmast.

(Bij de mast staat Ariën Stolk:)

ARIËN STOLK: Dit is de COTAG-mast.
En met deze mast, daar meten wij de ammoniakdepositie in natuurgebieden mee.
En dat is dus eigenlijk gewoon hoeveel stikstof in de vorm van ammoniak, door het natuurgebied wordt opgenomen.
VOICE-OVER: Het RIVM meet ammoniakconcentratie en -depositie in natuurgebieden, omdat te veel ammoniak slecht is voor de natuur.
Hierdoor neemt de verscheidenheid in planten en dieren af.
Zo zie je bijvoorbeeld als er veel ammoniak is vooral veel bramen, brandnetels en berken.
STOLK: We staan hier in natuurgebied de Oostelijke Vechtplassen Natura2000-gebied. En we meten nog op twee andere Natura2000-gebieden.
Eentje in het Bargerveen, dat is helemaal in Emmen, een hoogveengebied en op De Hoge Veluwe, een gebied met heel weinig belasting dat als een achtergrondlocatie geldt.
Wij meten de depositie, omdat dat uiteindelijk hetgeen is wat het natuurgebied ervaart.
Dus hoeveel stikstof er echt in het natuurgebied terechtkomt.
We hebben het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden.
Daar wordt met dit soort passieve samplers, wordt de concentratie gemeten.
En, ja, dat zegt alleen iets over hoeveel ammoniak er in de lucht zit maar dat zegt nog niet altijd hoeveel er daadwerkelijk in het natuurgebied terechtkomt en wat er door de planten wordt opgenomen.
En dat doen we dus eigenlijk met die COTAG-mast wel.
Daarmee gaan we dus echt meten hoeveel stikstof er door de planten en in de natuur terecht gaat komen.
Ik ben hier vandaag gekomen om de buisjes te vervangen.
In de opstelling zitten een aantal buisjes, die zijn gecoat met een zuur daar blijft de ammoniak in zitten.

(Iemand draait een buisje vast. Beeldtekst: Coating van de buisjes met zuur.)

DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER

Elke maand gaan we naar zo'n meetopstelling en dan wisselen we de buisjes uit.
En daarna wordt dus in het lab de hoeveelheid ammonium die dan in het buisje terecht is gekomen, wordt daar gemeten.
Nou, we doen die metingen zowel laag als hoog en we doen het dus dan in setjes van drie omdat we een concentratieverschil willen meten en concentratieverschillen maar heel klein zijn dus je moet de metingen heel nauwkeurig doen.
Dus daarom doen we ze in drievoud.
En op die manier kunnen we een goede, nauwkeurige meting doen.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het beeld wordt lichtblauw met wit. Beeldtekst: Waarom staat deze mast hier? Ammoniakdepositie meten met een COTAG. Een productie van het RIVM. Copyright 2017. De zorg voor morgen begint vandaag.)

DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER EN EBT DAN WEG

Ammoniak meten samen met natuurbeheerders

(Beeldtitel: Het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN). Ammoniakconcentratie meten samen met natuurbeheerders. Voice-over:)

RUSTIGE MUZIEK

VOICE-OVER: Het RIVM meet de ammoniak in de lucht op driehonderd plekken in ruim zeventig Natura 2000-gebieden omdat ammoniak, bijvoorbeeld afkomstig uit de landbouw met stikstofoxide een grote bedreiging is voor de Nederlandse natuur.
Dit meetnet heet het MAN, het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden.
Het meten in MAN doet het RIVM samen met natuurbeheerders en vrijwilligers.
Zonder hen zou het MAN niet bestaan.
ERIK NOORDIJK: Wij meten ammoniak in de lucht in natuurgebieden, omdat...
Het verschilt heel sterk van plek tot plek.
We hebben daar een heel simpele meetmethode voor.
Passieve samplers, absorptiebuisjes eigenlijk.
Die zijn goedkoop, vallen niet op in het veld en ze zijn door het speciale RIVM-meetprotocol eigenlijk net zo nauwkeurig als hele dure meetmethoden.
VOICE-OVER: Elke maand verstuurt het RIVM de buisjes naar natuurbeheerders en vrijwilligers.
JOHN PIETERSEN: Deze buisjes verwisselen we iedere maand.
Op de 28ste exact proberen we dat te doen.
En dan worden ze teruggezonden per post naar het RIVM.
VOICE-OVER: Het RIVM stuurt de buisjes door naar een commercieel lab dat de ammoniakconcentratie bepaalt.
Het RIVM meet samen met natuurbeheerders omdat op driehonderd meetpunten kunnen we onmogelijk zelf alle buisjes verwisselen, van de Sint-Pietersberg tot Texel.
En daarnaast: die mensen kennen hun gebied goed, die weten wat er speelt.
We zijn nu bij meetpunt 2.
Dat is een meetpunt, dat ligt hier tussen nieuw gegraven petgaten.
Die petgaten bevatten heel schoon water.
Er is voor dit meetpunt gekozen omdat het in de invloedssfeer van een boerderij ligt, hier ten zuidwesten dus echt waar de wind ook het meest vandaan komt.
Om het andere jaar kom ik terug bij de natuurbeheerders bij Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Provinciale Landschappen en dan kijk ik of de meetpunten er goed bij staan. Eventueel herstel ik wat.
En we wisselen veel informatie dan uit wat ook nodig is om de metingen goed te kunnen begrijpen en de natuurbeheerder weet dan ook weer hoe het met de ammoniak in zijn gebied staat.
MANNENSTEM: In Meeslo zie je wel dat hij eigenlijk daalt.
Als je kijkt naar de afstand tot het gemiddelde van Nederland dan zie je dat het elk jaar eigenlijk een stapje minder is.
MARTIJN VAN SCHIE: Ik ben echt heel blij dat we die metingen hebben want een van de factoren die echt heel relevant is in deze tijd is gewoon stikstofdepositie, dus ook ammoniakdepositie.
En het geeft ons een goed beeld van wat er is gebeurd en het geeft ons een heel klein doorkijkje in wat we kunnen verwachten misschien ook wel, met een beetje fantasie.
Ook daarna houden we contact, middels nieuwsbrieven, symposia en de website.
VOICE-OVER: Het RIVM hoopt nog lang zo samen met vrijwilligers ammoniak te kunnen meten, om daarna de ammoniakproblematiek in Nederland in kaart te brengen. Voor meer informatie, kijk op de website.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het beeld wordt lichtblauw met wit. Beeldtekst: Meer informatie en meetwaarden zie man.rivm.nl. Hester Volten en Miranda Braam. Een productie van het RIVM. Copyright 2017. De zorg voor morgen begint vandaag.)

DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT NOG EVEN VERDER EN EBT WEG