In het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden worden luchtconcentraties van ammoniak gemeten. Het meetnet is van 22 gebieden in 2005 uitgegroeid naar 82 gebieden in 2017.

Gebieden en meetgegevens

Via Meetresultaten MAN krijgt u toegang tot alle gebieden van het MAN, inclusief de meetgegevens. U kunt de meetwaardes ook downloaden.

Hoe meten we de ammoniakconcentratie?

De metingen worden uitgevoerd met passieve monsternemers. Dit zijn buisjes met onderin een filter dat ammoniak uit de omgeving binnenlaat. Bovenin bevindt zich een vloeistof dat alle ammoniak in het buisje absorbeert; hieronder is een afbeelding van een buisje te zien. In het laboratorium wordt de hoeveelheid opgenomen ammoniak bepaald. Dit wordt omgerekend naar luchtconcentraties en geijkt aan metingen uit het LMLLandelijk Meetnet Luchtkwaliteit. Alle buisjes hangen een maand in het veld en er worden dus maandgemiddelde ammoniakconcentratie bepaald.

Samenwerking met plaatselijke terreinbeheerders staat centraal in de meetopzet. De locatiekeuze is overal samen met de beheerders vastgesteld, hun veldkennis is daarbij zeer waardevol gebleken. De passieve monsternemers zijn eenvoudig te verwisselen, onopvallend terwijl zij in de natuur hangen en goed per post te versturen. Zij worden dan ook door de terreinbeheerders zelf verwisseld en teruggestuurd naar het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, vaak geholpen door vrijwilligers.

 

Thumbnail

Een passieve monsternemer.

Waarom meten we ammoniak in de natuur?

Een groot en hardnekkig milieuprobleem in de Nederlandse natuur is de grote aanvoer van stikstof via de lucht. Daardoor wordt de bodem bemest en verandert de vegetatie ingrijpend. Zo verdwijnen vele kruiden en orchideeën en heide wordt grasland. Van alle stikstof die neerslaat in de Nederlandse natuur is het grootste deel ammoniak. Het meten van de ammoniakconcentratie in de natuurgebieden helpt om het probleem beter in beeld te krijgen. Lange meetreeksen kunnen we gebruiken om het effect van beleidsmaatregelen te toetsen.

Wat kunnen we ermee?

Binnen een specifiek natuurgebied biedt het meetnet veel mogelijkheden. Het is niet alleen de beste inschatting van de concentratie ter plekke, maar ook kunnen (soms onverwachte) lokale bronnen worden geïdentificeerd evenals “schonere gebiedsdelen”. Ook kunnen bij voldoende lange meetreeksen effecten van beleidsmaatregelen zoals zonering worden gekwantificeerd.
We vergelijken ook alle metingen met berekende concentraties op deze locaties. Deze concentratieberekeningen worden uitgevoerd met het OPSOperationele Prioritaire Stoffen-model. De huidige, voor ammoniak recent aangepaste, versie van OPS blijkt goed met de metingen overeen te komen. In sommige delen van Nederland is de meting 10% hoger of lager dan de berekening, in sommige gebieden is er geen verschil. Uitzondering hierop vormen de duinen, waar de metingen twee tot vier keer hoger zijn dan de berekeningen.
Via een vertaling naar depositie geeft het meetnet inzicht in mogelijke effecten op vegetaties. In combinatie met berekeningen door OPS kunnen dan de huidige en toekomstige knelpunten in de natuur worden beschreven, wat cruciaal is voor het opstellen van de vereiste gebiedsbeheerplannen voor de Natura 2000-gebieden.

 

Ammoniak meten samen met natuurbeheerders

(Beeldtitel: Het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN). Ammoniakconcentratie meten samen met natuurbeheerders. Voice-over:)

RUSTIGE MUZIEK

VOICE-OVER: Het RIVM meet de ammoniak in de lucht op driehonderd plekken in ruim zeventig Natura 2000-gebieden omdat ammoniak, bijvoorbeeld afkomstig uit de landbouw met stikstofoxide een grote bedreiging is voor de Nederlandse natuur.
Dit meetnet heet het MAN, het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden.
Het meten in MAN doet het RIVM samen met natuurbeheerders en vrijwilligers.
Zonder hen zou het MAN niet bestaan.
ERIK NOORDIJK: Wij meten ammoniak in de lucht in natuurgebieden, omdat...
Het verschilt heel sterk van plek tot plek.
We hebben daar een heel simpele meetmethode voor.
Passieve samplers, absorptiebuisjes eigenlijk.
Die zijn goedkoop, vallen niet op in het veld en ze zijn door het speciale RIVM-meetprotocol eigenlijk net zo nauwkeurig als hele dure meetmethoden.
VOICE-OVER: Elke maand verstuurt het RIVM de buisjes naar natuurbeheerders en vrijwilligers.
JOHN PIETERSEN: Deze buisjes verwisselen we iedere maand.
Op de 28ste exact proberen we dat te doen.
En dan worden ze teruggezonden per post naar het RIVM.
VOICE-OVER: Het RIVM stuurt de buisjes door naar een commercieel lab dat de ammoniakconcentratie bepaalt.
Het RIVM meet samen met natuurbeheerders omdat op driehonderd meetpunten kunnen we onmogelijk zelf alle buisjes verwisselen, van de Sint-Pietersberg tot Texel.
En daarnaast: die mensen kennen hun gebied goed, die weten wat er speelt.
We zijn nu bij meetpunt 2.
Dat is een meetpunt, dat ligt hier tussen nieuw gegraven petgaten.
Die petgaten bevatten heel schoon water.
Er is voor dit meetpunt gekozen omdat het in de invloedssfeer van een boerderij ligt, hier ten zuidwesten dus echt waar de wind ook het meest vandaan komt.
Om het andere jaar kom ik terug bij de natuurbeheerders bij Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Provinciale Landschappen en dan kijk ik of de meetpunten er goed bij staan. Eventueel herstel ik wat.
En we wisselen veel informatie dan uit wat ook nodig is om de metingen goed te kunnen begrijpen en de natuurbeheerder weet dan ook weer hoe het met de ammoniak in zijn gebied staat.
MANNENSTEM: In Meeslo zie je wel dat hij eigenlijk daalt.
Als je kijkt naar de afstand tot het gemiddelde van Nederland dan zie je dat het elk jaar eigenlijk een stapje minder is.
MARTIJN VAN SCHIE: Ik ben echt heel blij dat we die metingen hebben want een van de factoren die echt heel relevant is in deze tijd is gewoon stikstofdepositie, dus ook ammoniakdepositie.
En het geeft ons een goed beeld van wat er is gebeurd en het geeft ons een heel klein doorkijkje in wat we kunnen verwachten misschien ook wel, met een beetje fantasie.
Ook daarna houden we contact, middels nieuwsbrieven, symposia en de website.
VOICE-OVER: Het RIVM hoopt nog lang zo samen met vrijwilligers ammoniak te kunnen meten, om daarna de ammoniakproblematiek in Nederland in kaart te brengen. Voor meer informatie, kijk op de website.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het beeld wordt lichtblauw met wit. Beeldtekst: Meer informatie en meetwaarden zie man.rivm.nl. Hester Volten en Miranda Braam. Een productie van het RIVM. Copyright 2017. De zorg voor morgen begint vandaag.)

DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT NOG EVEN VERDER EN EBT WEG