Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu maakt gebruik van verschillende laboratoriumtechnieken tijdens het onderzoeken van medische hulpmiddelen. Het RIVM gebruikt methodes waarmee onder andere de samenstelling en de veiligheid van een product aangetoond kunnen worden. Daarnaast bepalen we het risico van stoffen die in een product verwerkt zijn. Hieronder staat een overzicht van laboratoriumtechnieken die bij het RIVM beschikbaar zijn en voorbeelden waarbij deze technieken zijn gebruikt.

LCLiquid chromatography-MSmicrosoft (Liquid Chromatography-Mass Spectometry)

LC-MS wordt gebruikt om te bepalen welke stoffen in een product zitten. Bij deze techniek worden de stoffen uit het product eerst opgelost in een oplosmiddel. Daarna worden de verschillende stoffen gescheiden. Vervolgens worden de stoffen geïoniseerd en gefragmenteerd. Dit betekent dat neutrale stoffen een lading krijgen en de stoffen/moleculen in kleine stukken worden gebroken. Tot slot worden de gefragmenteerde stoffen op basis van gewicht gescheiden en berekent de machine aan de hand van de gemeten gewichten welke stoffen in het product aanwezig zijn. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft met behulp van LC-MS bijvoorbeeld bepaald welke stoffen er in rimpelvullers zitten.

GC-MS (Gas Chromatography-Mass Spectometry)

Ook met GC-MS wordt bepaald welke stoffen zich in een product bevinden. GC-MS en LC-MS zijn technieken die erg op elkaar lijken. Het verschil is dat bij GC-MS de verschillende stoffen uit het product verdampen terwijl de verschillende stoffen uit het product bij LC-MS oplossen in een oplosmiddel waarna ze gescheiden worden. GC-MS is bijvoorbeeld gebruikt bij het injectienaaldenonderzoek uit 2015. Daarbij werd gekeken of er lijmresten uit injectienaalden konden lekken.

ICPInternational Cooperative Programme-MS (Inductively Coupled Plasma-Mass Spectometry)

Een molecuul bestaat uit verschillende atomen die met elkaar verbonden zijn. Met ICP-MS kan worden bepaald welke atomen aanwezig zijn in een stof of product. Hierbij wordt gebruik gemaakt van massaspectometrie voor het vaststellen van de identiteit van stoffen in een product. Het RIVM heeft ICP-MS gebruikt om de aanwezigheid van katalysatoren in borstimplantaten aan te tonen. Katalysatoren zijn stoffen die ervoor zorgen dat een reactie sneller verloopt. Katalysatoren worden gebruikt om de gel van de borstimplantaten te maken.

NMRNationaal Meetnet Radioactiviteit Spectroscopy (Nuclear Magnetic Resonance Spectroscopy)

Veel stoffen zijn gevoelig voor magneetvelden. In een magneetveld kunnen de stoffen meetbaar overgaan in een andere energietoestand. Deze overgangen zijn karakteristiek voor de stof. Door deze overgangen te meten, kan de aanwezigheid van een stof worden aangetoond. Met behulp van NMR spectroscopie is er bijvoorbeeld bepaald welke verontreinigingen er in borstimplantaten zitten. 

NIR spectroscopy ((Near-) Infrared Spectroscopy)

(N)IR is een optische meettechniek waarbij gemeten wordt hoeveel nabij infrarood licht er geabsorbeerd wordt door een product. Een molecuul bestaat uit verschillende atomen die met elkaar verbonden zijn. Iedere binding absorbeert licht anders. Hierdoor kan gekarakteriseerd worden welke atomen en moleculen er in een product zitten. Met NIR is bijvoorbeeld bepaald welke grondstoffen er in een borstimplantaat zitten en kan er onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende typen borstimplantaten.

Raman spectroscopie

Ook met Raman spectroscopie wordt er gekeken naar de bindingen in de moleculen. Door middel van een laser wordt met zichtbaar, ultraviolet of nabij infrarood licht op een product geschenen. Dit licht wordt door verschillende bindingen verschillend verstrooid. Aan de hand van dit patroon kan bepaald worden welke stoffen zich in een product bevinden. De Raman spectrometer van het RIVM is gekoppeld aan een microscoop, waardoor de analyse op specifieke plekken kan worden gedaan. Met Raman spectroscopie is bepaald of er een barrièrelaag in borstimplantaten aanwezig is en er is bepaald waar deze barrièrelaag uit bestaat. Een barrièrelaag zorgt er voor dat een borstimplantaat minder snel gaat lekken. 

Microscopie

Een microscoop is een instrument waarmee objecten vergroot kunnen worden weergegeven. Hierdoor kunnen dingen worden waargenomen die niet door het blote oog te zien zijn. Met behulp van een microscoop kan bijvoorbeeld vastgesteld worden of er deeltjes aanwezig zijn in injectienaalden.

SEM/EDX (Scanning Electron Microscopy-Energy Dispersive X-rayröntgenonderzoek spectroscopy)

Met een electronenmicroscoop kan een object veel sterker worden vergroot dan met een gewone microscoop. De electronenmicroscoop maakt gebruik van een electronenbundel in plaats van licht. Hierdoor kunnen dingen worden waargenomen die niet met een gewone microscoop zichtbaar zijn. 
De weerkaatsing van de electronenbundel geeft ook informatie over de stoffen die aanwezig zijn in het object. Aangezien iedere stof een ander stralingspatroon produceert kan er met SEM/EDX gekeken worden welke stof zich op welke plek in het product bevindt. Met SEM/EDX is bijvoorbeeld bepaald welke deeltjes aanwezig zijn in rimpelvullers.