Franse wetenschappers hebben blootstelling aan proces-gegenereerde nanodeeltjes op de werkplek onderzocht. Zij vinden voor het eerst een verband met een verhoogd risico op longkanker, borstvlieskanker (mesothelioom) en hersentumoren.

Franse wetenschappers hebben de gegevens van drie grote onderzoeken onder de Franse bevolking opnieuw geanalyseerd. Dit waren zogenaamde ‘patiënt-controleonderzoeken’. In zo’n onderzoek vergelijk je de gegevens van de patiënten met een controlegroep. De drie onderzoeken bevatten gegevens over patiënten met longkanker, borstvlieskanker (mesothelioom) en verschillende hersentumoren. Deze onderzoeken vonden plaats tussen 1998 en 2007 in verschillende gebieden in Frankrijk.

Blootstelling achteraf ingeschat

Proces-gegenereerde nanodeeltjes zijn nanodeeltjes die onbedoeld vrijkomen bij bepaalde werkzaamheden. Bijvoorbeeld bij het zagen of schuren, of bij verbrandingsprocessen. Het is onmogelijk om achteraf de exacte blootstelling aan proces-gegenereerde nanodeeltjes te meten. Daarom is die geschat in samenwerking met een speciaal multidisciplinair team van experts. Dit team beoordeelde bronnen van uitstoot op basis van bestaande literatuur.

Blootstelling op basis van literatuuronderzoek

Het resultaat was een lijst van in totaal 57 werktaken waarbij blootstelling aan proces-gegenereerde nanodeeltjes te verwachten valt. De onderzoekers konden de blootstelling van de personen uit de onderzoeken achteraf schatten. Het was namelijk bekend wat voor werk ze hadden gedaan.

Verband tussen blootstelling aan deeltjes en ziekte?

De onderzoekers keken of er een verband is tussen blootstelling aan proces-gegenereerde nanodeeltjes en ziekte. Hiervoor vergeleken ze de blootstelling van de patiënten met die van de controlepersonen. Daarvoor gebruikten ze een wiskundig model. Ze corrigeerden hierbij voor enkele factoren: leeftijd, roken, blootstelling aan asbest, kwartsstof, bestrijdingsmiddelen en straling van mobiele telefoons.

Wat kwam er uit het onderzoek?

De onderzoekers zagen dat mannen met een hoge geschatte blootstelling aan proces-gegenereerde nanodeeltjes een hoger risico hadden op longkanker en hersentumoren. Voor borstvlieskanker zagen ze dit verband niet. Voor vrouwen vonden de onderzoekers geen verbanden tussen blootstelling en tumoren. Dit komt doordat er minder vrouwen in de onderzoeksgroepen zaten. Daardoor zijn er voor vrouwen minder gegevens. Ook vermoeden de onderzoekers dat de blootstelling van vrouwen vaak lager is dan die van mannen in hetzelfde beroep.

Wat vindt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu?

In deze studie wordt als eerste een verband aangetoond tussen blootstelling aan proces-gegenereerde nanodeeltjes op de werkplek en risico op longkanker en hersentumoren. Het is nog niet eerder gelukt om effecten van nanodeeltjes op de lange termijn aan te tonen in epidemiologisch onderzoek. Het is namelijk erg moeilijk om grote groepen personen met voldoende informatie over de blootstelling met elkaar te vergelijken.

Nanodeeltjes en andere stoffen?

In de drie bestaande onderzoeken die de onderzoekers bekeken, was de beroepshistorie van de deelnemers bekend. Hierdoor konden de onderzoekers de blootstelling aan proces-gegenereerde nanodeeltjes achteraf over langere tijd schatten. Dat hebben zij heel precies gedaan. Maar zulke schattingen zijn natuurlijk niet zo precies als het meten van de blootstelling zelf. Bij veel werktaken komen er ook andere stoffen vrij dan alleen proces-gegenereerde nanodeeltjes. Je weet dus niet zeker of de gezondheidseffecten zijn veroorzaakt door proces-gegenereerde nanodeeltjes of door andere stoffen. Ook is er niets bekend over eventuele beheersmaatregelen of gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Er komt daardoor veel ‘ruis’ in de statistische berekeningen.

Dat de onderzoekers toch significante verbanden vonden voor proces-gegenereerde nanodeeltjes en een verhoogd risico op longkanker en hersentumoren bij mannen, is een belangrijk resultaat. Het wijst erop dat het belangrijk is om de gezondheidseffecten van proces-gegenereerde nanodeeltjes op de werkplek verder te monitoren en te onderzoeken.