Zilver is toegestaan als kleurstof E 174 in bepaalde voedingsmiddelen. Bijvoorbeeld in cake-versiering. Het zilver blijkt grotendeels uit nanodeeltjes te bestaan. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit) kijkt nu kritisch naar de veiligheid van E 174.

Je herkent het voedseladditief zilver aan de naam E 174 bij de ingrediënten op verpakkingen. Het is een kleurstof en mag alleen gebruikt worden in likeuren, de buitenste laag van suikergoed en versieringen van chocolade. In de praktijk wordt het voornamelijk in suikerparels gebruikt. Een voedseladditief mag alleen worden toegevoegd aan levensmiddelen als deze is toegelaten door de Europese Commissie. Veilig gebruik is een voorwaarde voor de toelating van voedseladditieven. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit) beoordeelt die veiligheid.

EFSA krijgt aanvullende informatie

EFSA heeft de veiligheid van zilver (E 174) in 2016 opnieuw beoordeeld. Er bleek toen dat aanvullende informatie over de deeltjesgrootte en gevaarseigenschappen van zilver nodig is. Een groep van producenten zal de informatie over gevaarseigenschappen in 2021 bij EFSA aanleveren.

Informatie over deeltjesgrootte

Onderzoekers van het Belgische onderzoeksinstituut Sciensano hebben kort geleden zilverdeeltjes gemeten in E 174. EFSA heeft deze metingen gefinancierd. Sciensano heeft de deeltjesgrootte gemeten in de pure kleurstof E 174. Ook hebben ze in voedingsmiddelen waarin E 174 zit de grootte van zilverdeeltjes gemeten. In beide gevallen is meer dan 97% van de deeltjes zilver kleiner dan 100 nanometer. Omdat meer dan 50% van de zilverdeeltjes kleiner is dan 100 nanometer, is E 174 een nanomateriaal volgens de Europese aanbeveling voor een definitie van een nanomateriaal. Hiervoor waren al eerder aanwijzingen, maar het is nu overtuigend aangetoond.

Wat vindt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu?

Omdat E 174 uit nanodeeltjes bestaat, moet EFSA daar bij de nieuwe beoordeling rekening mee houden. Nanodeeltjes kunnen andere eigenschappen hebben dan gewone stoffen. Naast de afmeting is ook de vorm van de deeltjes belangrijk voor het gedrag van nanodeeltjes. Bij de toxicologische studies van zilverdeeltjes moeten daarom deze eigenschappen van het gebruikte zilver worden gemeld. Alleen dan kan EFSA vaststellen of de zilverdeeltjes die gebruikt zijn voor de studie naar de gevaren lijken opE 174. En of de studies dus bruikbaar zijn voor de beoordeling van de veiligheid van E 174.

Lage blootstelling en gezondheidsrisico’s

Het gebruik van E 174 is beperkt. Het zit maar in weinig voedingsmiddelen, die je ook weinig eet. De hoeveelheid zilver nanodeeltjes die iemand opeet is daarom veel lager dan voor veel andere voedseladditieven. Dit maakt het minder aannemelijk dat E 174 tot gezondheidseffecten leidt.
Toch is het goed dat er nieuwe informatie over de mogelijke toxiciteit van E 174 komt. Bij de beoordeling of het gebruik veilig is zal EFSA rekening houden met het feit dat E 174 uit nanodeeltjes van zilver bestaat.

Eventuele risico’s door antibacteriële werking van zilver

In andere producten wordt nanozilver gebruikt als biocide. Het zit bijvoorbeeld op textiel om bacteriën onschadelijk te maken. Zilver is een klein beetje oplosbaar in water. Het lost op tot zilverionen. Die zilverionen zorgen voor de antibacteriële werking van (nano)zilver. Ook de zilvernanodeeltjes in E 174 zullen deels oplossen in de darm. En ook in onze darmflora zitten bacteriën: goede bacteriën die ons beschermen tegen ziekmakende bacteriën. Hoewel de concentratie zilvernanodeeltjes in de darmen laag zal zijn, is het goed dat naar eventuele effecten van E 174 op de darmflora wordt gekeken. Volgens de EFSA Guidance dient dat namelijk te gebeuren voor nanodeeltjes met antibacteriële eigenschappen.