Bedrijven in de Europese Unie zijn verplicht chemische stoffen in nanovorm in te voeren in het registratiesysteem van REACH. ECETOCEuropean Centre for Ecotoxicology and Toxicology of Chemicals heeft een app laten ontwikkelen om bedrijven hierbij te helpen. Deze NanoApp volgt de stappen in de richtlijnen van ECHAEuropean Chemicals Agency.

REACH vraagt gegevens voor nanovormen

Sinds 2018 moeten bedrijven voor REACH ook gegevens leveren voor chemische stoffen in nanovorm. REACH is de wetgeving voor registratie, evaluatie, autorisatie en beperking van chemische stoffen. Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHAEuropean Chemicals Agency) verzameld deze gegevens. ECHA legt ook verder uit hoe bedrijven dit moeten doen. Omdat er veel verschillende nanovormen mogelijk zijn, kunnen bedrijven “verzamelingen van vergelijkbare nanovormen” maken.

NanoApp helpt verzamelingen van vergelijkbare nanovormen maken

Met de NanoApp kun je met minimale gegevens verzamelingen van vergelijkbare nanovormen maken. Dit helpt de gebruiker met een effectieve beoordeling en registratie. Voor zo’n verzameling hoeven bedrijven minder gegevens over gevaren aan te leveren. Niet voor elke nanovorm apart, maar alleen voor de verzameling als geheel.

Nanoapp gebruikt vereisten REACH en CLPClassification, Labelling and Packaging-verordening

Als minimale gegevens zijn eerst de vereisten van REACH nodig. Met deze vereisten kun je vast stellen om wat voor stof of nanovorm het gaat. Ze staan in de REACH Bijlage VI. De richtlijnen van ECHA geven verder uitleg. Naast deze vereisten gebruikt de NanoApp gegevens uit de CLP-Verordening. Deze geven aan of stoffen gevaarlijk zijn. De app geeft zo de basis voor een beoordeling van de gevaren, de blootstelling en de risico’s van deze verzameling van nanovormen.

Het maken van de NanoApp

Het Europese Centrum voor Ecotoxicologie en Toxicologie (ECETOCEuropean Centre for Ecotoxicology and Toxicology of Chemicals) heeft de NanoApp laten maken. ECETOC is een samenwerking van industriepartners. Zij werken samen met wetenschappelijke en regelgevende organisaties. De NanoApp is ontwikkeld door BASF in Duitsland, LEITAT in Spanje en ThinkWorks in Nederland. Hiervoor hebben zij overlegd met de industriepartners binnen ECETOC.
De basis van de app zijn de richtlijnen van ECHA. Ook gebruikten de ontwikkelaars kennis uit verschillende onderzoeksprojecten, zoals DF4nano, NanoGRAVUR en GRACIOUS. Deze projecten richten zich op manieren om met een minimum aan nieuwe gegevens de risico’s van groepen van nanovormen te kunnen beoordelen. De NanoApp is al in een vroege fase van ontwikkeling getest. Dit staat in een wetenschappelijk artikel. ECETOC zal nauw samenwerken met ECHA om te bepalen welke aanpassingen nog nodig zijn aan de app en wanneer.

Wat vindt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu?

Tot nu toe hebben bedrijven onder REACH minder nanovormen aangemeld dan verwacht. Dit kan komen doordat bedrijven moeite hebben met het verzamelen en leveren van gegevens. De NanoApp kan hierbij helpen. De app kan het makkelijker maken om verzamelingen van vergelijkbare nanovormen samen te stellen.

De NanoApp volgt de stappen in de ECHA Richtlijnen. Toch is het nog niet duidelijk of ECHA resultaten van de app direct zal accepteren. Ervaringen van gebruikers en ECHA zullen moeten laten zien hoe geschikt en nuttig de app echt is.