Voor bijna alle nanomaterialen is het lastig om een betrouwbare gezondheidskundige grenswaarde[1] voor de werkplek vast te stellen. Dat komt doordat bruikbare gegevens over toxiciteit en blootstelling van de mens vaak ontbreken. Nederland heeft in 2011 daarom de Tijdelijke Nanoreferentiewaarden (NRV) afgeleid (Tabel 1) als pragmatische richtwaarden voor blootstelling op de werkplek.

 

NRV-Klasse Beschrijving Dichtheid (kg kilogram/m3) NRV (8-uur tijdgewogen gemiddelde Voorbeeld
Tabel 1: Tijdelijke Nanoreferentiewaarden (NRV)
1 Rigide, biopersistente nanovezels waarvoor asbestachtige effecten niet zijn uitgesloten -

0,01 vezels/cm3

(= 10.000 vezels/m3)

Enkel- of dubbelwandige koolstofnanobuisjes of vezelvormige metaaloxiden waarvoor asbestachtige effecten niet zijn uitgesloten door de fabrikant.
2a Biopersistente, granulaire nanomaterialen in de range van 1 tot 100 nm > 6000 20.000 deeltjes/cm³ Ag, Au, CeO2, CoO, Fe, FexOy, La, Pb, Sb2O5, SnO2
2b Biopersistente, granulaire en vezelvormige nanomaterialen in de range van 1 tot 100 nm < 6000 40.000 deeltjes/cm³ Al2O3, SiO2, TiN Tuberculose in Nederland, TiO2, ZnO, nanoklei, Carbon Black, C60, dendrimeren, polystyreen, nanovezels waarvoor asbestachtige effecten expliciet zijn uitgesloten.
3 Niet-biopersistente granulaire nanomaterialen in de range van 1 tot 100 nm - Gangbare grenswaarde Vetten, keukenzout (=NaCl natriumchloride)

 

De afgelopen jaren zijn er diverse voorstellen gepubliceerd voor specifieke grenswaarden voor (groepen van) nanomaterialen. Een team van wetenschappers heeft deze advieswaarden onlangs in een uitgebreid overzichtsartikel op een rijtje gezet. Daarnaast is recent de Nederlandse grenswaarde voor asbest, waarop de NRV-klasse 1 is gebaseerd, verlaagd van 10.000 naar 2.000 vezels/m3.

Het is de vraag of de NRV’s op basis van bovenstaande ontwikkelingen moeten worden aangepast. KIR kennis- en informatiepunt risico’s van nanotechnologie-nano heeft daarom, in opdracht van het ministerie SZW Sociale zaken en werkgelegenheid, een evaluatie van de NRV in gang gezet[2], waarbij de nieuw gepubliceerde grenswaarden zijn vergeleken met de waarde van de corresponderende NRV-klassen.

Tabel 2 laat zien dat voor dezelfde materialen de grenswaarden sterk varieerden. De onderzoekers konden in hun evaluatie geen verklaring vinden voor deze grote verschillen, door het (deels) ontbreken van de achterliggende informatie waarop de waarden waren gebaseerd. Ook was niet altijd duidelijk voor welke specifieke nanovorm de grenswaarde was voorgesteld.
De belangrijkste conclusies van de evaluatie zijn:

  • Klasse 1 (vezels): De verlaagde grenswaarde voor asbest is gebaseerd op een toxicologisch mechanisme dat niet toepasbaar is op koolstofnanobuisjes. Er is daarom vanuit wetenschappelijk oogpunt onvoldoende aanleiding om de NRV Klasse 1 aan te passen.
  • Klasse 2a en 2b (granulaire[3] biopersistente[4] nanodeeltjes): Sommige advieswaarden in deze klasse waren lager dan de NRV. De hoogte van deze NRV-klassen zou dus mogelijk niet in alle gevallen voldoende bescherming bieden. Door onzekerheden wat betreft de onderbouwing van de grenswaarden en de omrekening van massa naar deeltjesaantallen (dit was nodig om de in massa uitgedrukte grenswaarden te kunnen vergelijken met de NRV, die zijn uitgedrukt in deeltjesaantallen), is het echter niet mogelijk om een eenduidige conclusie te trekken.
  • Klasse 3 (oplosbare nanodeeltjes): Er is voor deze klasse geen nieuwe informatie gevonden. Er is dus geen aanleiding om de NRV Klasse 3 aan te passen.
Herkomst Nanomateriaal Advieswaarde
Tabel 2 Adviesgrenswaarden vanuit overheidsinstanties en wetenschappelijke literatuur
België Koolstofvezels

2 vezels / cm3

(publieke grenswaarde)

USA United States of America

Koolstofnanobuisjes/Koolstofnanovezels

Titaniumdioxidenanodeeltjes

< 1 µg / m3

 

300 µg / m3

Duitsland Nanovezels
Granulaire biopersistente nanodeeltjes

0,01 vezels / cm3

100 – 500 µg / m3

UK United Kingdom Nanovezels
Granulaire biopersistente nanodeeltjes
Oplosbare nanodeeltjes

0,01 vezels / cm3

Grenswaarde voor de niet-nanovorm * factor 0,066 – 0,01

Grenswaarde voor de niet-nanovorm * factor 0,5

Australië Diverse groepen nanodeeltjes Grenswaarde voor de niet-nanovorm * factor 0,066 – 0,01
Wetenschappelijke literatuur

Koolstofnanobuisjes

Nanozilver

Nanodeeltjes van titaniumdioxide

Nanodeeltjes van silica

0,67 – 2,5 µg / m3

0,098 – 0,33 µg / m3

17 – 610 µg / m3

300 µg / m3

De huidige NRV zijn alleen van toepassing op bewust geproduceerde nanodeeltjes. In de evaluatie is ook onderzocht of de NRV’s van toepassing kunnen zijn op blootstelling aan proces-gegenereerde nanodeeltjes (PGNPs) en de fractie nanodeeltjes in conventionele producten (FCNPs) op de werkplek[5].

In de evaluatie zijn de typen PGNPs en FCNPs die vanuit diverse bronnen kunnen vrijkomen op de werkplek op een rijtje gezet. Blootstelling aan PGNPs kan vele malen hoger kan zijn dan aan bewust geproduceerde nanodeeltjes, blijkt uit het overzicht. Grenswaarden zouden dus wenselijk zijn. Doordat er o.a. blootstelling aan verschillende materialen plaatsvindt, is het afleiden van gezondheidskundige grenswaarden voor PGNPs lastig. Een pragmatische richtwaarde zoals de NRV, zou echter in principe goed kunnen worden toegepast op PGNPs en FCNPs.  De praktische uitwerking en haalbaarheid van een eventuele NRV voor PGNPs en FCNPs zal nog onderzocht moeten worden.

RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu/KIR-overweging:

Een pragmatisch instrument zoals de NRV blijft van groot belang voor het veilig werken met nanomaterialen in de praktijk. Daarbij is het wel wenselijk dat deze richtwaarden voldoende bescherming bieden tegen gezondheidseffecten.
Voor slecht oplosbare synthetisch nanomaterialen (NRV-klassen 2a en 2b) zijn er aanwijzingen dat de NRV klassen niet in alle gevallen (voldoende) bescherming bieden. Deze conclusie bevat echter een hoge mate van onzekerheid, die voortkomt uit beperkt beschikbare gegevens in verschillende dosismaten. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is er nu geen aanleiding om de NRV voor vezels (NRV-klasse 1) bij te stellen. Het is aan SZW om hierover een beslissing te nemen, waarbij ook rekening zal worden gehouden met de implicaties voor de praktijk. Ook de overweging om een eventuele pragmatische richtwaarde voor blootstelling aan PGNPs en FCNPs op de werkplek af te leiden, is de verantwoordelijkheid van SZW. De hier beschreven evaluatie van de NRV kan daarbij als uitgangspunt dienen.

 

[1]       Een gezondheidskundige grenswaarde is afgeleid op basis van informatie over de relatie tussen blootstelling en effecten van een stof. Bij blootstelling onder de grenswaarde worden géén schadelijke effecten op de gezondheid verwacht.

[2]        De uitvoering van de evaluatie is uitbesteed aan TNO en Pieter van Broekhuizen (consultant verbonden aan Bureau KLB).

[3]        Granulair: korrelig.

[4]        Biopersistent wil zeggen dat de stof moeilijk afbreekt in het milieu en/of niet of nauwelijks omgezet of uitgescheiden wordt door het lichaam.

[5]       PGNPs komen vrij bij bepaalde processen zoals zagen, slijpen of verhitting (tijdens lassen of in motoren).  FCNPs komen bijvoorbeeld vrij bij het storten van een poeder, waarbij een deel van het vrijgekomen stof kleiner is dan 100 nm.