Het OPSOperationele Prioritaire Stoffen model is beschreven in een proefschrift (Van Jaarsveld, 1995). Eerdere versies van het OPS model zijn in gebruik sinds het midden van de jaren tachtig (Asman en Van Jaarsveld, 1992; Van Jaarsveld en de Leeuw, 1993). Een geactualiseerde beschrijving is te vinden in Van Jaarsveld (2004). Het model is hierin tevens uitgebreid vergeleken met metingen op verschillende niveaus (procesbeschrijvingen zoals menghoogtebepaling, beschrijving verticale dispersie enz.). Op lokaal niveau zijn modelresultaten vergeleken met uitkomsten van internationale dispersieproeven zoals het Kincaid experiment en het Prairiegras experiment. De conclusie uit deze vergelijkingen is dat het OPS model voor de lokale schaal niet onderdoet voor specifieke state-of-the-art pluimmodellen.

Eindniveau in de validatie is de vergelijking van totaalconcentraties veroorzaakt door alle bronnen in Europa zoals gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit en andere metingen. De basisvalidatie is vooral geschied aan de hand van SO2- en NOx-concentraties en natte depositie van deze stoffen omdat hiervoor een veelheid aan metingen beschikbaar is en ook omdat de emissies van deze stoffen (relatief) nauwkeurig bekend zijn.

Het model is in de loop der jaren ook betrokken geweest bij een aantal vergelijkende (internationale) studies, o.a. voor de berekening van zure depositie (Derwent et al., 1989) en de belasting van de Noordzee door lood (Krell, 1991). Ook de verspreiding op lokale schaal is onderwerp geweest van vergelijkende studies (Erbrink en Van Jaarsveld, 1992, Bijwaard en Eleveld, 2002).