Het model onderscheidt twee groepen stoffen:

  1. Verzurende stoffen (SOx, NOy en NHx). Hiervan liggen alle eigenschappen besloten in het model. Behalve de verspreiding en depositie van de primaire vorm van deze stoffen (SO2, NOx en NH3) wordt ook de verspreiding en depositie van secundaire vormen (SO42-, NO3- en NH4+) gemodelleerd. Vorming van NO2 is geparametriseerd op basis van (gemiddelde) empirische verhoudingen tussen NOx- en NO2-concentraties. Om deze reden geeft het model NOx-concentraties als uitvoer en geen expliciete NO2-concentraties.
  2. Overige stoffen. De eigenschappen worden op een universele doch eenvoudige wijze gekarakteriseerd. De gebruiker kan daarbij de eigenschappen zelf specificeren of kiezen uit voorgedefinieerde waarden. Verspreiding van secundair gevormde stoffen wordt hier niet gemodelleerd. Berekening van bijvoorbeeld ozonvorming is dan ook uitgesloten. Een belangrijk onderscheid dat hier gemaakt wordt is of de stof gasvormig is of gebonden aan deeltjes. Voor deeltjesvormige of deeltjesgebonden stoffen worden de eigenschappen in dit model volledig bepaald door de fysische eigenschappen van de deeltjes die vervolgens gekoppeld zijn aan de grootte van de deeltjes. Voor dit soort stoffen kan uit een aantal voorgedefinieerde grootteverdelingen worden gekozen of kan de gebruiker de grootteverdeling zelf specificeren.