Vaccinatiecritici blijven twijfelaars beïnvloeden.  Er is een ànder verhaal nodig over vaccinatie, wordt regelmatig betoogd: vertel maar eens hoe die gevaarlijke ziektes ècht waren, dat zal mensen die tegen vaccinatie zijn wel overtuigen, beter dan feitelijke informatie. (1)  Kan storytelling in voorlichting inderdaad het antwoord geven op de afnemende bereidheid tot vaccinatie? Verhalen vormen tegelijk een oplossing èn een probleem. Kiezen voor een verhalende benadering van vaccinatievoorlichting is daarom kiezen voor vertellen: beginnen met luisteren naar verhalen is onontbeerlijk om daarna zelf een verhaal op maat te kunnen vertellen. Dit storybridging combineert verschillende soorten verhalen in een interactief storytelling-model voor gezondheidsvoorlichting.

IB april 2019

Auteur: J.Sanders

Infectieziekten Bulletin, jaargang 30, nummer 3, april 2019

Verhalen in de context van zorg zijn in de afgelopen jaren steeds meer in de belangstelling komen te staan, ook in de context van vaccinatie.(2) Onderzoek naar het effect van verhalen laat zien dat ze vaak beter werken dan argumenten, omdat ze beter voorstelbaar zijn: mensen raken bij verhaalpersonages betrokken en kunnen als het ware 'in' dat verhaal gaan leven. (3) Dit mechanisme is heel relevant voor de gezondheidscommunicatie, omdat het zowel gunstig als ongunstig voor het welbevinden van mensen kan uitwerken: verhalen kunnen helpen èn tegenwerken.

Positieve werking van verhalen

Verhalen zijn om 3 redenen een geschikt communicatiemiddel voor doelgroepen die minder gewend zijn om abstracte informatie en argumenten te verwerken, of daar door omstandigheden minder aanleg, tijd en/of aandacht voor hebben.

  • In de eerste plaats wordt die geschiktheid veroorzaakt door de structuur van verhalen: specifieke, door mensen ervaren series van gebeurtenissen in een bepaalde tijd en plaats. Verhalen volgen zo de menselijke cognitieve structuur die chronologische tijdvolgordes en een menselijk perspectief veel passender vindt dan globale en generieke gegevens over situaties, oorzaken en kansen. (4) Verhalen laten zich daarom ook gemakkelijker verdervertellen dan zakelijke informatie.
  • In de tweede plaats beperken verhalen de ruimte voor het bedenken van tegenargumenten: terwijl mensen zich betrokken voelen bij een voorstelbare verhaalfiguur die van alles meemaakt, denken zij (vrijwel) niet aan wat er anders ook nog zou kunnen gebeuren, of wat andere verklaringen zouden kunnen zijn voor het gebeurde. (5)
  • Ten derde bevatten verhalen rolmodellen, die ideale opvattingen en ideaal gedrag vertonen en aantrekkelijk zijn voor het publiek als zij vergelijkbare levens leiden en vergelijkbare kenmerken en doelstellingen hebben. (6)

Kortom, verhalen bieden gemakkelijke verwerking, minder tegenargumenten en aantrekkelijke voorbeelden. Geen wonder dat verhalen in de gezondheidscommunicatie steeds vaker doelgericht ingezet worden, zoals in gezondheidskrantjes en folders met interviewverhalen, en op gezondheidswebsites. Geen wonder ook dat kenners van infectieziekten pleiten voor het duidelijker vertellen (en met afbeeldingen tonen) wat vaccinatieziekten in het verleden uitrichtten, en opnieuw kunnen uitrichten als de vaccinatiegraad daalt. (7)

Nadelige werking van verhalen

Verhalen in gezondheidscommunicatie werken dus vaak krachtiger dan zakelijke, feitelijke, niet-verhalende informatie. (8) De keerzijde is dat verhalen dat óók doen als ze in tegenspraak zijn met die zakelijke, feitelijke informatie. Verhalen door gebruikers op het internet geplaatst waarin niet-evidence-based verhalen worden verteld, die niet kloppende verbanden en die niet representatieve voorbeelden geven: die kunnen ook overtuigend zijn, en zijn in de praktijk vaak nòg overtuigender omdat ze eenvoudige verklaringen en goed identificeerbare rolmodellen ten tonele voeren. Een vierde en doorslaggevende eigenschap van verhalen is namelijk hun betekenis voor mensen.

Verhalen geven duiding, plaatsen gebeurtenissen in een breder verband: ze geven zin en kunnen maken dat mensen zich beter voelen, of zelfs beter worden; maar ook, dat ze zich slechter voelen, of zelfs ziek worden. Deze werking van verhalen is bijvoorbeeld erg interessant in de context van de onbegrepen klachten. Verhalen van medepatiënten die zich ziek blijven voelen door fibromyalgie vermoeidheidssyndroom, burn-out, lymeziekte en andere chronische klachten zijn niet behulpzaam voor anderen met vergelijkbare, deels onbegrepen klachten om zich beter te gaan voelen. (9)

Het aanhoudend zoeken naar dieperliggende redenen die de blijvende klachten veroorzaken kan een verder ziekmakend effect hebben, en dat niet alleen voor wie het betreft maar ook voor wie het meebeleeft via verhalen. Dit is van alle tijden; in het verleden waren er andere niet-verklaarde, via verhalen besmettelijke ziektebeelden die samenhingen met hùn tijd, zoals glaswaan en neurasthenie. (10) Wat wel is veranderd is de enorme schaal waarop mensen zich rond een bepaald ziektebeeld kunnen verenigen via het internet. (9) Internetforums en socialmedianetwerken maken het gemakkelijker om verhalen over klachten en hun verklaringen uit te wisselen en ook om zich in echo chambers voor andere informatie af te sluiten. (11) De ziekte kan een betekenis krijgen die in maatschappelijk opzicht iets uitdrukt over wat mensen beweegt en bezighoudt, zoals pijn en uitputting, terwijl hij in individueel opzicht zin geeft aan het zieke gevoel door de lijder ervan in een causaal verband te zetten van een ziekteverwekkende factor en een behandelaar die al dan niet behulpzaam is. Ook ziektepreventie, zoals vaccinatie, vormt een voor dit mechanisme gevoelige context.

Verhalen over vaccinatie

Rijksprogramma’s voor vaccinatie ondervinden druk van onbewezen verhalen over nutteloosheid, gevaarlijke bijwerkingen en risico’s zoals autisme, die steeds grotere groepen van de bevolking beïnvloeden en de vaccinatiegraad bedreigen. Ook al worden dergelijke verhalen telkens opnieuw ontkracht, ze krijgen steeds weer media-aandacht en blijken dan ongevoelig voor tegenargumenten. (12)  Een verklaring is dat de onderliggende betekenisstructuren die deze verhalen bieden, bijzonder krachtig zijn. Neem bijvoorbeeld het resultaat van Google dat opkomt bij de zoektermen mazelen, vaccinatie en autisme - zaken die nogal eens met elkaar in verband worden gebracht: “Na zijn laatste vaccinatie had ik een kind met autisme en PDD NOS Nederlandse Omroep Stichting”. (13) Door de ik-vorm en het verhaal dat hier samengevat wordt, trekt zo’n kop veel aandacht, en veel aanhang, zelfs als er niet medisch bewezen verbanden in staan. De verhalende vorm, en specifiek de ik-verteller, geven het een natuurlijke overtuigingskracht: als een verhaal een ‘ik’ heeft, richten lezers hun aandacht op die ‘ik’ en nemen zij meer diens mening over dan van andere mensen in het verhaal met een andere mening. (14,15)

Ook de onderliggende betekenisstructuren zijn in zekere zin verhaalpatronen. Twijfelende ouders verenigen zich online in een narratief van natuurlijk leven, eigen keuzes en wantrouwen jegens wetenschap en farmaceutische industrie. (16) Het is invoelbaar dat zo’n verhaal van vertrouwen op intuïtie en verzet tegen het grootkapitaal heel aantrekkelijke waarden en rollen verwoordt, en nog versterkt wordt door krachtige ik-ervaringsverhalen over vermeende bijwerkingen. Deskundigen hebben het in de media lastig, want de vaccinatiegraad  is abstracte statistiek en het algemeen belang van vaccinatie blijft onpersoonlijk. Een folder of website met feiten kan mensen niet gemakkelijk uit zo’n verhaal trekken. Het is daarnaast niet aan te raden om de metafoor 'kudde-immuniteit' te gebruiken. 'Kudde' roept een beeld op van mensen die zich als makke schapen naar het consultatiebureau laten leiden: een onaantrekkelijk-passief scenario dat haaks staat op het keuzeframe dat oproept bewust en zelfstandig te kiezen

Verhalen over ziekte en zorg

In algemene zin kan een basispatroon worden herkend in de wijze waarop mensen vertellen over hun ziek-zijn of ervaringen in de zorg, aangeduid als pathografie. (17) Deze kent drie fasen, te weten diagnose, behandeling en duiding; een chronologisch relaas waarvan het slot een zingevende beweging is: wat betekent dit alles nu achteraf gezien voor mij, wat heb ik er zelf nu uitgehaald, en wat wil ik anderen daarvan graag meegeven? Dit patroon wordt bijvoorbeeld zichtbaar in de wens van de ouder van wie het kind na vaccinatie de diagnose autisme en pdd-nos heeft gekregen, om anderen tegen het 'risico' van vaccinatie te waarschuwen.

De pathografiestructuur verwijst naar een nog algemener verhaalschema, de zogenaamde Reis van de Held, herkenbaar uit films en sprookjes. (18) Dit universele verhaalpatroon kent als kernelementen: het vertrek uit het gewone leven (lees: een breukervaring zoals een ernstige diagnose, ongeluk, moeilijk besluit); uitdagingen en helpers c.q. tegenstanders (behandelingen, behandelaars, industrie, lotgenoten); en de terugkeer (door ervaringen wijzer geworden). Dit schema helpt te begrijpen wat de zingevende rol van pathografie is: ik-vertellers hebben zelf zingegeven aan de doorgemaakte narigheid en verrijken vervolgens anderen met de nieuwe inzichten die ze hebben opgedaan in hun 'reis'. Ik-reisverhalen over ziekte en zorg functioneren voor de vertellers als een vorm van zelf-expressie, terwijl ze voor anderen een bron van identificatie vormen, met een held die iets nieuws te vertellen heeft en die ze wellicht graag als rolmodel nemen.

Het zijn dit type betekenisstructuren waarmee mensen geconfronteerd worden als zij het internet opgaan omdat ze zich voor een ziektebeeld of een gezondheidskeuze gesteld zien. Dit verklaart de krachtige onderliggende structuren van anti-vaccinatieverhalen: die zetten degenen die ze lezen/horen in aantrekkelijk-actieve of juist onaantrekkelijk-passieve rollen. Bijvoorbeeld: verhalen van mensen die na uitvoerige afweging hebben besloten dat niet-vaccineren natuurlijker en dus beter is, zullen zichzelf beschouwen - en kunnen vervolgens door sommige anderen worden beschouwd - als goede ouders die de beste optie willen voor hun kinderen. (19) Zo ook bieden verhalen van ouders die tegen vaccinatie hebben besloten vanwege de leugenachtige vaccinindustrie en/of de gevaarlijke bijwerkingen, een aantrekkelijk voorbeeld: deze rolmodellen voor goed ouderschap weigeren zich door overheid en gezondheidszorg te laten betuttelen of beduvelen en zijn daarmee verstandig, moedig, kritisch, en beschermend. (16) De door de socialemedianetwerken gecreëerde filterbubbels hebben vervolgens een isolerende werking, die mensen binnen dergelijke verhaalnetwerken effectief afschermen van andere verhalen (11), terwijl ze een steeds grotere groep nog twijfelende ouders bereiken en beïnvloeden.

Informed decision making en verhalen

Het in de gezondheidszorg gehanteerde model van de informed decision making veronderstelt dat mensen hun beslissingen, ook ten aanzien van vaccinatie, geïnformeerd en autonoom kunnen nemen;  waardevrij en niet beïnvloed door anderen. Dat model houdt niet veel rekening met de ontoereikende kennis die veel mensen hebben van vaccinatie (20) of met de effecten die onlineverhalen kunnen uitoefenen: al vóór men een deskundige gesproken heeft, kunnen mensen door verhalen sterke meningen ontwikkelen die ingaan tegen beroepsmatige kennis, en in het geval van vaccinatie, tegen het collectieve belang. Vooral gezien het laatste komen zorgprofessionals in een moreel lastige positie.

Autonome keuze voor het individu is de norm; collectief belang wordt een afgeleide. De professionele taak lijkt dan vooral om te counselen: de mogelijkheden weergeven en mensen daartussen laten kiezen. Veel tijd om opties uitvoerig te bespreken is er vaak niet tijdens volgeplande zorgconsulten; counselen beperkt zich dan tot het meegeven van een folder waarin opties beschreven staan, en in het volgende consult navragen waar de keuze op gevallen is. Wel wordt aan mensen vaak de waarschuwing om vooral niet te gaan googlen op internet, omdat daar allerlei 'horrorverhalen' staan die niet representatief zijn en die alleen maar angst oproepen. (21) Maar dat doen veel mensen om de eerdergenoemde redenen natuurlijk tòch: velen zoeken online naar ervaringen, uit de behoefte om zich het 'nog-niet-beleefde' voor te stellen. (22)

Dat de verhalen die zij vinden vervolgens angst oproepen is ook goed verklaarbaar, want per definitie draait een verhaal om een kritische (vaak negatieve) gebeurtenis waardoor het speciaal genoeg is er om het te vertellen. (23) Dit werkt online ook zo: door interessante details trekken verhalen in de sociale media de aandacht en houden die langer vast dan voorspelbare verhalen. (24) Kleurrijke onlineverhalen over het jonge ouderschap maken van iedere user een potentiële held: schrikbarende details van vaccinatiepijn, bijwerkingen en vermeende langetermijneffecten kunnen diepe indruk maken en angst veroorzaken bij andere ouders die verhalen zoeken om zich voor te bereiden op hùn keuze. (22) Wat deskundigen in een folder of website zeggen is één story in de 'zee' van stories in  de sociale media.

Verhalen over (niet) vaccineren

Zolang vaccinatie politiek en publiek geframed wordt als een object van vrije keuze (25), kunnen individuele ouders (en zorgwerknemers) als het ware kosteloos afzien van vaccinatie. Om de collectieve verantwoordelijkheid van vaccinatie voelbaar te maken zijn op maat gemaakte ‘tegen-verhalen’ en interactie nodig, die zo nodig ook ontbrekende kennis bijbrengen.

Zo werd in een experiment het effect van 3 verhalen over mazelen getoetst op jonge mensen die nog geen kinderen hebben. (26) Eén verhaal was positief ingestoken, namelijk hoe vaccinatie besmetting van het eigen kind had voorkomen; de andere verhalen waren negatief ingestoken. In het ene negatieve verhaal resulteerde niet-vaccineren in een ernstige verlopen besmetting van het eigen kind; dit verhaal bleek het meeste schuldgevoel op te roepen bij lezers. Het andere negatieve verhaal vertelde hoe niet-vaccineren resulteerde in een tamelijk onschuldig verlopende besmetting van het eigen kind, dat echter op zijn beurt een baby besmette die heel ernstig ziek werd. Dat verhaal ervaarden de lezers als het meest negatief, doordat het extra risico-informatie overbracht: niet alleen dat afzien van vaccinatie een risico betekent voor het eigen kind, maar ook dat je daarmee een risico neemt voor anderen, die zichzelf (nog) niet voor hetzelfde risico kunnen beschermen door zelf te vaccineren. Dit laatste is vooral negatief omdat de keuzevrijheid erdoor onder spanning wordt gezet. In de publieke ruimte wordt vaccinatie immers als een persoonlijke keuze neergezet, die alleen het eigen kind betreft.

Re-framing van verantwoordelijkheid

Recht doen aan de complexe omstandigheden en emoties waarmee mensen te maken hebben rond vaccinatie wordt een steeds lastiger taak voor de gezondheidscommunicatie. Waar vaccinatie in het verleden een collectieve vanzelfsprekendheid was, met uitzondering van een kleine en overzichtelijke groep gewetensbezwaarden, is het nu geframed als eigen keuze, en dat vooronderstelt dat er twee even legitieme opties zijn. Immers, 'keuze' roept op dat er naast voordelen ook nadelen zijn, waarom zou er anders een keuze zijn? En die opties kunnen allebei spijt opleveren: ten onrechte afzien van vaccinatie, of er ten onrechte mee instemmen, wat zou erger zijn? (27) Maar al is de keuze vrij, het vaccinatieaanbod is niet vrijblijvend. Het is een collectief-wenselijke keuze waar je weliswaar vanaf kunt zien, in de wetenschap en het empathisch besef van verantwoordelijkheid dat je hiermee neemt:  niet alleen voor jezelf maar ook voor andere, kwetsbare mensen. Dat betekent een re-framing voor wie dacht autonoom een besluit te kunnen nemen, want de maatschappelijke consequenties reiken verder dan velen weten. (28)

Deze complexiteit – of dit nu om zuigelingenvaccinatie gaat of HPV humaan papillomavirus-vaccinatie voor adolescenten of om kinkhoestvaccinatie in een zorgcontext – is niet te vatten in één voorlichtingsverhaal maar vraagt om storybridging, namelijk het inzetten van meerdere, passende verhalen om kloven te overbruggen: enerzijds de kenniskloof tussen zorgverlener en zorgontvangers, en anderzijds de emotiekloof bij zorgontvangers zelf tussen intentie en handelen. Toegepast in gezondheidscommunicatie is storybridging een aanpak waarbij zorgverleners hun doelgroepen eerst zelf laten vertellen, en op basis daarvan specifieke verhalen vertellen die verstaanbaar en aansprekend zijn. (29)

Storybridging

Tot nu toe heeft verhalende voorlichting vaak een zendend format, waarbij via folder of website een verhaal wordt verteld waarin het gewenste gedrag voordelig uitpakt of het ongewenste gedrag nadelig. (30) Re-framing vereist dat verhalen juist IN de spreekkamer een rol gaan spelen. Een verhaal is namelijk primair een mondeling, precies op maat gesneden communicatiemiddel. Die maat kan alleen in de interactie vastgesteld worden, door te verkennen welke kennis en intenties de ontvanger heeft, en wat als voor- of nadeel gevoeld wordt en waarom. In communicatieve termen gesteld: om verhalen strategisch in te kunnen zetten is eerst interactie van verhalen nodig, met andere woorden, storybridging veronderstelt storytelling. En dit vraagt om de tijd en bereidheid om verhalen op te halen in een storytelling climate; een sfeer waarin ieders verhaal veilig verteld mag worden, ook als het haaks staat op wetenschappelijke feiten. Vragen naar ervaringen – bijvoorbeeld wat mensen over vaccinatie gehoord of gelezen hebben – maakt duidelijk welke kennis mensen hebben en wat hun overtuigingen en twijfels zijn. Pas als dat verhaal gehoord is kan door professionals een verhaal verteld worden: een eigen, waarachtig verhaal, want ondanks alle online beschikbare informatie horen mensen toch het liefst van de eigen zorgverlener wat die op grond van ervaringen zou adviseren in dit specifieke geval, van deze patiënt, hier en nu. (22)

Zorgverleners zouden zelf verhalender kunnen gaan interacteren (31), dat wil zeggen, toestemming vragen of zij hún verhaal mogen vertellen en dan begrijpelijke en aansprekende voorbeeldverhalen aandragen die mensen in staat stellen een actieve keuze te maken en aan te sluiten bij positieve keuzes die verreweg de meeste andere mensen maken.Zo’n verhalend gesprek moet dus eerst een verbinding maken door te luisteren naar de gevoelens en vragen die mensen zelf naar voren brengen en te erkennen dat hun zorgen er mogen zijn. Vervolgens kan bijvoorbeeld duidelijk worden dat bijwerkingen reëel, maar overzienbaar zijn door als zorgverlener te vertellen welke concrete bijwerkingen bij een concreet ander kind voorkwamen. Of het gesprek kan uitbeelden dat gezonde, gevaccineerde kinderen meehelpen om anderen te beschermen door te vertellen hoe een concreet niet-gevaccineerd kind een bedreiging vormde voor concrete andere kinderen met afweerproblemen. Kiezen voor vaccinatie wordt zo voorstelbaar: een beperkt risico en een actieve bijdrage aan een veilige en solidaire samenleving.

Door aan te sluiten bij concrete zorgen en vragen van mensen kunnen zorgverleners dus in de interactie ook hun eigen verhaal inbrengen: hun motivatie en afweging van risico’s mogen aan bod komen, en hun goede ervaringen en frustraties kunnen aan het advies bijdragen. Sterker nog, ze zouden zichzelf vaker als een 'ik' kunnen presenteren, want, zoals gezegd, ik-verhalen werker directer en krachtiger om overtuigingen over te brengen, en zelf kunnen zorgverleners krachtige rolmodellen zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld uit hun eigen ervaringen vertellen hoe gefrustreerd zij zelf werden toen een specifiek kind ernstig ziek werd omdat zijn/haar ouders het bewust niet hadden laten inenten; of hoe wanhopig het hen maakte toen een specifiek kind niet ingeënt kon worden en vervolgens besmet werd door een specifiek ander kind dat  bewust niet-gevaccineerd was. Met reële, dichtbij-verhalen komen zorgverleners zelf ook op het spel te staan en worden ziektepreventie en zorg meer een relationele, deels onzekere onderneming die erkent dat beide partijen van elkaar afhankelijk zijn en dat mensen op meer dan één manier spijt kunnen hebben. (26)

Tot slot

Het frame van de vrije keuze maakt vaccinatie van een vanzelfsprekendheid tot een beslissing. En dat maakt de samenleving afhankelijk van ieder individu dat bereid is een overzienbare bijwerking te riskeren om een onoverzienbaar risico voor anderen te verkleinen. Verhalen kunnen de nadruk leggen op verbinding, vertrouwen en verantwoordelijkheid. (31,32) Storybridging biedt alternatieve maar verstaanbare verhalen aan mensen, waarin zij een niet-vrijblijvende rol spelen. Bijvoorbeeld omdat ze een bijdrage leveren aan een beschermend schild rond zuigelingen, kankerpatiënten en mensen die een transplantatie hebben ondergaan. Of omdat ze helpen een gevaarlijke griepbesmetting bij de meest kwetsbare patiënten in hun ziekenhuis te voorkomen. Dergelijke re-framende verhalen kunnen ook in publiekscampagnes worden uitgezet via online en print media – mits ze authentiek zijn, en passen bij wat doelgroepen eerst in hun eigen verhalen hebben ingebracht. (29)

Auteur

J.M. Sanders, Centre for Language Studies, Radboud Universiteit

Correspondentie

J.Sanders

Dank aan Dr. Kobie van Krieken voor haar waardevolle commentaar bij eerdere versies van dit artikel.

  1. https://www.nrc.nl/nieuws/2017/01/13/prikcritici-lees-deze-voorbeelden-e...
  2. Betsch C et al. The influence of narrative v. statistical information on perceiving vaccination risks. Medical Decision Making 31(5) 2011:742-753.
  3. Green MC medisch centrum, Brock TC, Kaufman GF. Understanding media enjoyment: The role of transportation into narrative worlds. Communication Theory 14(4) 2004:311-327.
  4. Berman RA, Slobin DI. Relating events in narrative: A crosslinguistic developmental study. Psychology Press, 2013.
  5. Slater MD, Rouner D. Entertainment—education and elaboration likelihood: Understanding the processing of narrative persuasion. Communication Theory 12(2) 2002:173-191.
  6. Bandura A. Social foundations of thought and action: A social cognitive theory. Englewood Cliffs, NJ: Prentice-Hall 1986.
  7. https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/weet-u-wat-riskant-is-difterie-...
  8. Hinyard LJ, Kreuter MW. Using narrative communication as a tool for health behavior change: a conceptual, theoretical, and empirical overview. Health Education & Behavior 34(5) 2007:777-792.
  9. Ziebland SUE, Wyke S. Health and illness in a connected world: how might sharing experiences on the internet affect people's health? The Milbank Quarterly 90(2) 2012:219-249.
  10. https://nl.medicok.com/6-forgotten-mental-illnesses-26375
  11. Del Vicario M et al. The spreading of misinformation online. Proceedings of the National Academy of Sciences 113(3) 2016: 554-559.
  12. https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/-vaccinweigering-is-veel-meer-d...
  13. -
  14. Brunyé TT et al. When you and I share perspectives: Pronouns modulate perspective taking during narrative comprehension. Psychological Science 20(1) 2009:27-32.
  15. Graaf A de, Hoeken H, Sanders J, Beentjes J. Identification as a mechanism of narrative persuasion. Communication Research 39(6) 2012:802-823.
  16. Attwell K et al. “Do-it-yourself”: Vaccine rejection and complementary and alternative medicine (CAM Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs ). Social Science & Medicine 196 2018:106-114.
  17. Hawkins, AH. Reconstructing illness: Studies in pathography. Vol. 393. Purdue University Press, 1999.
  18. Campbell J. The hero with a thousand faces. New World Library, 1949/2008.
  19. Hobson‐West P. ‘Trusting blindly can be the biggest risk of all’: organised resistance to childhood vaccination in the UK United Kingdom. Sociology of health & illness 29(2) 2007:198-215.
  20. Lehmann BA, Melker HE de, Timmermans DR, Mollema L. Informed decision making in the context of childhood immunization. Patient education and counseling 100(12): 2339-2345.
  21. Sanders J, Vries R de, Besseling S, Nieuwenhuijze M. ‘Such a waste’–Conflicting communicative roles of Dutch midwifery students in childbirth decision making. Midwifery 64, 2018:115-121.
  22. Dubbeldam I, Sanders J, Spooren W, Meijman FJ, Haak M van den. Motives for health information behavior: Patterns more refined than traditional dichotomies. A study among women in a cervix treatment process. Journal of Consumer Health on the Internet 22(2) 2018:126-141.
  23. Labov W, Waletzky J. Narrative analysis. In Helm J (ed): Essays on the verbal and visual arts, Seattle, University of Washington Press, 1967:12-44. Reprinted in Journal of Narrative and Life History 7, 1997:3-38.
  24. Sanders J. Sharing special birth stories. An explorative study of online childbirth narratives. Women and Birth (2018). https://doi.org/10.1016/j.wombi.2018.12.009
  25. https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2018/11/20/blokhuis-neemt-ma...
  26. Reb J, Connolly T. The effects of action, normality, and decision carefulness on anticipated regret: Evidence for a broad mediating role of decision justifiability. Cognition and Emotion, 24(8), 2010:1405-1420.
  27. Ebbing L. De kracht van narrativiteit in vaccinatieboodschappen. Master thesis Communicatie- en informatiewetenschappen, Radboud Universiteit Nijmegen 2019.
  28. Bester JC. Not a matter of parental choice but of social justice obligation: Children are owed measles vaccination. Bioethics 32(9) 2018:611-619.
  29. Boeijinga A, Hoeken, H Sanders JM Joint meeting ’Storybridging’ – Four steps for constructing effective health narratives: A case study application. Health Education Journal 76(8) 2017:923–935.
  30. Boeijinga A, Hoeken H, Sanders JM. An analysis of health promotion materials for Dutch truck drivers: Off target and too complex? Work 56(4) 2017:539-549.
  31. Lawrence HY. When patients question vaccines: Considering vaccine communication through a material rhetorical approach. Rhetoric of Health & Medicine 1(1) 2018:161-178.
  32. Sanders J, Van Krieken K, Vandeberg L. Ouders als helden. De moeilijkheden en mogelijkheden van vaccinatieverhalen in gezondheidsvoorlichting. Tijdschrift voor Taalbeheersing, te verschijnen.