Het RIVM meet op verschillende locaties in Nederland de kwaliteit van lucht, water en bodem. Deze meetpunten zijn geschikt om langdurig te meten. Ook geven deze metingen een betrouwbaar beeld dat gebruikt kan worden voor nationale analyses van de milieukwaliteit.

Milieukwaliteit

Met deze gegevens signaleert het RIVM ontwikkelingen in de concentratie van stoffen en andere graadmeters van milieukwaliteit. Waar nodig brengt het RIVM deze ontwikkelingen in verband met factoren van buitenaf zoals veranderingen in temperatuur, neerslag en droogte als gevolg van klimaatverandering.

Smog

Klimaatverandering heeft invloed op het vóórkomen van smog door ozon. Wordt er smog verwacht, dan houdt het RIVM bij hoeveel ozon er is en monitort of dit toeneemt. 

  • Meer informatie over oorzaken en gevolgen van smog.
  • Op het Compendium voor de Leefomgeving (CLO) geeft de CLO indicator smog specifiek aan hoe vaak en in welke mate de wettelijke normen voor ozon worden overschreden in Nederland.

Pollen

Het RIVM meet en berekent de hoeveelheid pollen in de lucht. Door klimaatverandering komen pollen eerder in het jaar en kan het pollenseizoen langer duren. Hierdoor kunnen mensen langer last hebben van hooikoorts en andere allergische klachten. Het RIVM onderzoekt hoe klimaatverandering de blootstelling aan pollen en de gezondheid van mensen beïnvloedt. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en het Elkerliek ziekenhuis in Helmond.

Inventariseren en registreren uitstoot broeikasgassen

Het RIVM inventariseert en registreert in de Emissieregistratie de uitstoot van broeikasgassen (CO2, CH Congenitale hypothyreoidie (Congenitale hypothyreoidie)4, N2O en F-gassen) door van alle relevante menselijke bronnen in Nederland. 

De Emissieregistratie is een samenwerkingsverband van het RIVM, het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Wageningen University and Research (WUR) en Deltares. De gegevens worden internationaal gerapporteerd in het National Inventory Report (NIR ) en gebruikt voor de monitoring en evaluatie van het klimaatbeleid. 

Daarnaast neemt de Emissieregistratie ook actief deel aan verificatieprojecten zoals AVENGERS, VIME-NL en levert bijdrage aan de verkenning van een Nederlands Monitoring and Verification System (MVS) onder leiding van het KNMI Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut). Hierbij maken we gebruik van satellietwaarnemingen en ‘inverse modellering’. Deze methode kan aan de hand van metingen in de atmosfeer (zoals concentraties van broeikasgassen), terugrekenen waar die stoffen vandaan komen en hoeveel er zijn uitgestoten. Met de resultaten van deze projecten worden de data in de Emissieregistratie verder verbeterd.

Zoeken naar samenhang in monitoring en evaluatie en naar aansluiting op nieuwe ontwikkelingen

Het RIVM zet in op samenhang in monitoring en evaluatie  en zoekt aansluiting op nieuwe ontwikkelingen. Door gegevens over broeikasgassen uit de Emissieregistratie met elkaar te verbinden en te interpreteren, ontstaat een vollediger en betrouwbaarder beeld van de uitstoot en de impact daarvan. 

In deze context, werkt het RIVM aan de volgende projecten:

Onderzoek ter ondersteuning van lucht- en klimaatbeleid

  • Het RIVM onderzoekt de naleving van de internationale regels uit het Montreal Protocol voor de bescherming van de ozonlaag en de relatie met klimaatverandering. Ook neemt het RIVM deel aan internationale assessments van de Verenigde Naties. Lees meer over het werk van RIVM-expert  Guus Velders.
  • Het RIVM ondersteunt beleidsmakers binnen de Convention on Long-Range Transboundary Air Pollution. Dit is een internationaal verdrag van de Verenigde Naties dat landen helpt samen te werken om luchtvervuiling over de grenzen heen te verminderen. Het verdrag bestaat sinds 1979 en is onderdeel van de Economische Commissie voor Europa van de VN Verenigde Naties (Verenigde Naties) (UNECE).
  • De herziening van het Gothenburg Protocol roept discussie op of methaan moet worden opgenomen in de lijst van belangrijkste voorlopers van ozon op leefniveau. Dit zijn stoffen die in de atmosfeer reageren en daarbij ozon vormen. Het toevoegen van methaan als ‘ozonvoorloper’ kan directe gevolgen hebben voor de Europese NEC national emission ceiling (national emission ceiling)-doelen. Meer informatie op de pagina Luchtkwaliteit Internationaal.