Eind 2017 heeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu opdracht gekregen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om onderzoek te doen naar mogelijke milieueffecten van rubbergranulaat. De aanleiding is dat in 2017 bekend werd dat veel rubbergranulaat van de velden in het milieu verdwijnt. Het RIVM wees eerder al op mogelijke milieurisico’s als gevolg van het uitlogen van stoffen uit de rubberkorrels.


Het onderzoek bestond uit verschillende onderdelen:

  • Veldonderzoek; monstername rondom 10 velden
  • Literatuuronderzoek
  • Onderzoek door de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWAFoundation for Applied Water Research).

Reikwijdte en afbakening onderzoek

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft de concentraties van een aantal stoffen gemeten bij 10 kunstgrasvelden met rubbergranulaatkorrels in Nederland. Er zijn 10 velden geselecteerd waar al langere tijd rubbergranulaat op wordt toegepast. In het rapport staat waar die velden zich bevinden. Omdat het praktisch onmogelijk is om alle 2000 velden in Nederland (of een representatieve steekproef daarvan) in dit verkennend onderzoek op te nemen, is gezocht naar een aantal ‘worst-case’ situaties. Eén van de belangrijkste selectiecriteria was de ouderdom van het veld. Op oudere velden heeft immers al langere tijd uitloging en verspreiding van stoffen plaats kunnen vinden en dit zou dan terug te vinden moeten zijn in (verhoogde) concentraties in het milieu. Als er bij deze velden geen milieurisico’s worden waargenomen, dan is het aannemelijk dat er bij de overige (soortgelijke) velden in Nederland ook geen problemen zullen zijn. Zouden er wél milieurisico’s worden gevonden, dan zouden op termijn ook op ‘jongere’ velden problemen kunnen optreden.

In de periode van 30 januari tot 14 februari 2018 heeft het RIVM in samenwerking met STOWA op zowel de kunstgrasvelden als op de referentielocaties (‘echte’ grasvelden) monsters genomen van:

  1. drainagewater
  2. oppervlaktewater (slootwater)
  3. waterbodem (of ‘bagger’)
  4. bermgrond (0 – 10 cm)
  5. grondwater (ondiepe)

Het RIVM heeft bodem- en grondwatermetingen gedaan naast en niet onder de kunstgrasvelden. Effecten van stoffen die uitlogen uit onderlagen (bodemas, etc.) en zich via grond- en/of drainagewater verder verspreiden zijn echter wel gemeten. In het rapport staan foto’s die laten zien waar de monsters precies zijn genomen.

Daarnaast is informatie afkomstig van brancheverenigingen, onderzoeksbureaus en gemeentes over eerdere onderzoeken onder en naast kunstgrasvelden nadrukkelijk in het onderzoek betrokken.

Rubbergranulaat bevat honderden verschillende stoffen. We konden die stoffen niet allemaal meten. Daarom hebben we ons gericht op een aantal belangrijke zogenoemde ‘gidsstoffen’, zoals metalen (o.a. zware metalen zoals zink, kobalt, koper en barium), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), minerale oliën en benzothiazolen. Van deze stoffen weten we, onder meer uit het RIVM-onderzoek in 2016, dat ze vrij kunnen komen uit rubbergranulaat. In het rapport staat een compleet overzicht van alle stoffen die zijn gemeten.

Stoffen meten en vergelijken met normen en risicogrenzen

We hebben stoffen gemeten in grond-, slootwater en (water)bodem in de directe omgeving van de velden. Daarnaast hebben we gekeken naar de aanwezigheid van rubberdeeltjes nabij velden. Deze informatie hebben we vergeleken met milieukwaliteitsnormen en risicogrenzen voor de betreffende stoffen en rubberdeeltjes. De gemeten stoffen zijn onder andere metalen, benzothiazolen en PAK's. Omdat er niet één stof, maar meerdere stoffen tegelijk in het milieu komen, hebben we ook aandacht besteed aan het combinatie-effect van de stoffen.

Analyses

Alle meetresultaten van het RIVM-onderzoek zijn hier terug te vinden.

Literatuuronderzoek

Via internet en persoonlijke contacten met gemeenten zijn aanvullende onderzoeksresultaten verkregen. Benadrukt wordt dat het geen volledig overzicht is van alle gerelateerde verrichte bodemonderzoeken in Nederland. Bovendien zijn de resultaten van de individuele studies alleen op hoofdlijnen geëvalueerd. De andere studies bevatten in totaal 41 velden die alle rubbergranulaat van autobanden als instrooimateriaal hebben.

Onderzoek STOWA

Gelijktijdig met het RIVM onderzoek voerde STOWA een effectgericht onderzoek uit. Hierin zijn met behulp van bio-assays de directe effecten van rubbergranulaat op water- en waterbodemorganismen onderzocht. Dit zorgde er ook voor dat de effecten van onbekende stoffen die in het chemische onderzoek van het RIVM niet worden opgemerkt, via de bio-assays alsnog in beeld komen. Het STOWA-onderzoek borgde ook het meenemen van mengseltoxiciteit.