De bezorgdheid over rubbergranulaat gaat vooral over de kankerverwekkende eigenschappen van sommige stoffen in rubbergranulaat. In het bijzonder gaat deze zorg over een mogelijke relatie met leukemie en lymfeklierkanker.

De risico’s van de blootstelling aan kankerverwekkende stoffen wordt uitgedrukt in het extra aantal mensen dat kanker krijgt per miljoen blootgestelden; de term ‘extra’ wordt gebruikt omdat mensen ook zonder blootstelling aan deze stoffen het risico lopen om kanker te krijgen. Een extra risico van 1 op de miljoen blootgestelde mensen wordt bij de risicobeoordeling van kankerverwekkende stoffen als verwaarloosbaar beschouwd (verwaarloosbaar risico).

Uit het onderzoek blijkt dat voor PAK’s het extra kankerrisico 2,1 tot 2,9 per één miljoen blootgestelde individuen is voor iemand die vanaf zijn 7e tot 50e jaar keeper is. Dit extra kankerrisico is praktisch verwaarloosbaar. Het is veel kleiner dan het zogenoemde maximaal toelaatbaar risico (MTRmaximaal toelaatbaar risico), en iets boven het verwaarloosbaar risico (VRverwaarloosbaar risico).

Voor de overige stoffen BPABisphenol A, ftalaten, de metalen cadmium en kobalt en de benzothiazolen (waaronder 2-MBT2-mercaptobenzothiazol) is de blootstelling (aanzienlijk) lager dan de veilig geachte blootstelling, en is er geen gezondheidsrisico.

Zie voor meer informatie Achtergrondinformatie leukemie en lymfklierkanker.