Van 100 kunstgrasvelden in Nederland is het rubbergranulaat onderzocht op schadelijke stoffen. Het rubbergranulaat is geanalyseerd in het laboratorium om te zien welke stoffen er in welke hoeveelheid in zitten. Dit geeft een representatief beeld van het rubbergranulaat in Nederland.

Om te weten of de stoffen in het rubbergranulaat effect kunnen hebben op de gezondheid, is het belangrijk om te weten of er ook stoffen vrij kunnen komen in omstandigheden waarin mensen blootgesteld worden aan rubbergranulaat. Denk hierbij aan huidcontact of het inslikken het granulaat of het inademen van stoffen die vrij komen tijdens het sporten.

Wat is onderzocht?

Van 100 kunstgrasvelden verspreid over Nederland zijn monsters genomen van het aanwezige rubbergranulaat. Dit is gedaan om een goed en actueel beeld te krijgen van de concentraties schadelijke stoffen in rubbergranulaat. Hiervoor is een willekeurige steekproef getrokken uit een bestand van kunstgrasvoetbalvelden van de KNVBKoninklijke Nederlandse VoetbalBond, aangevuld met korfbalvelden, rugbyvelden en zogeheten ‘Cruyff Courts’: kleine voetbalvelden of ‘trapveldjes’ van kunstgras in de wijk.

In de steekproef zit een willekeurige selectie van de locaties in Nederland, de leverancier van het materiaal, de ouderdom van het rubbergranulaat en de frequentie van het gebruik. De velden waarvan bekend is dat er een ander type instrooimateriaal dan rubbergranulaat van oude autobanden is gebruikt, zijn buiten beschouwing gelaten.

Lees meer in Achtergrondinformatie Bemonstering en analyse van infill.

Werkwijze monstername

Op elk veld zijn zes plekken bemonsterd. Dit zijn standaard plekken die door FIFAFédération Internationale de Football Association worden voorgeschreven voor het testen van de kwaliteit van velden. Binnen een cirkel met een oppervlak van circa 400 cm2 (ter grootte van een emmer) wordt 2 minuten lang met een stofzuiger rubbergranulaat opgezogen. Dit levert ongeveer een liter materiaal op. De ’gaten’ die ontstaan door de bemonstering zijn na afloop opgevuld met rubbergranulaat dat naast het veld lag. De stofzuiger is na elk veld goed schoongemaakt. Het granulaat ging in glazen flessen naar de laboratoria.

Standaardanalyse

In totaal zijn 600 granulaatmonsters (100 velden x 6 monsters) geanalyseerd. Alle monsters zijn standaard geanalyseerd op 45 risicovolle stoffen waarvan al bekend is dat die in rubbergranulaat kunnen zitten. Dit zijn PAK's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), zware metalen, vluchtige organische stoffen en ftalaten (weekmakers). In eerdere studies is ook naar deze stoffen gekeken.

Aanvullende analyses

Van 10 willekeurige velden zijn drie keer zoveel monsters genomen, voor contra-expertise en extra analyses. Deze proeven kosten meer tijd en zijn arbeidsintensief. Om er zeker van te zijn dat er geen verdachte stoffen over het hoofd worden gezien, is een ‘General unknown screening’ uitgevoerd. Hiermee kunnen stoffen worden opgespoord waar niet standaard naar gekeken wordt.

Resultaten veldonderzoek

Uit de chemische analyses van de rubbergranulaatmonsters blijkt dat in rubbergranulaat verschillende PAK’s, metalen, ftalaten, benzothiazolen en fenolen voorkomen. In een deel van de monsters komen ook lage concentraties PCBpolychlorobiphenyls’s voor. Metalen die in water terecht kunnen komen zijn vooral zink, koper en kobalt. Diverse onderzochte stoffen, waaronder benzeen, zijn in geen enkel monster aangetroffen.

Er is weinig variatie in de concentraties stoffen tussen de velden en tussen de verschillende meetpunten per veld. Van 9 van de 100 bemonsterde velden bleek dat de korrels gedeeltelijk uit ander materiaal bestonden dan rubbergranulaat van autobanden. Twee van deze velden bevatten rubbergranulaat met meer ftalaten (weekmakers) dan andere velden. Deze concentraties leveren geen risico op voor de gezondheid. De 9 velden zijn niet representatief voor kunstgrasvelden met rubbergranulaat van autobanden. Daarom zijn de resultaten van deze velden niet meegenomen in de overzichtstabellen met meetresultaten.