Dit onderwerp gaat over het gebruik van straling in de gezondheidszorg. Onderwerpen die aanbod komen zijn: medische stralingstoepassingen, medische radionucliden en ander overig medisch onderzoek die dit onderwerp omvatten.

Wat doet het RIVM?

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu doet onderzoek  naar het gebruik van straling bij medische toepassingen in Nederland. Het RIVM  houdt bij hoe vaak straling wordt ingezet in de gezondheidszorg en hoeveel straling hierbij gemiddeld wordt gebruikt. Deze informatie kunt u vinden op onze webpagina, medische stralingstoepassingen. Ook doet het RIVM onderzoek naar de productie en toepassing van medische radionucliden, zie onze webpagina over medische radionucliden. Daarnaast voert het RIVM jaarlijks wisselende onderzoeksopdrachten uit over de medische toepassingen van straling. Deze informatie kunt u terugvinden in de rapporten die zijn verzameld op de webpagina overig medisch onderzoek.

Al ons onderzoek is gericht op het risico van het gebruik van medische stralingstoepassingen voor patiënt, werker, bevolking en milieu. Wij werken in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) (waaronder ook de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)), het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de Autoriteit voor Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS).

Medische stralingstoepassingen

Medische stralingstoepassingen

Medische radionucliden

Medische radionucliden

Overig medisch onderzoek

Overig medisch onderzoek

Straling in de gezondheidszorg

In de gezondheidszorg is het vaak nodig om ‘in het lichaam te kijken’. Dit kan onder andere met behulp van röntgenstraling of door het toedienen van radioactiviteit. Met röntgenstraling kun je tweedimensionale röntgenfoto’s maken, bijvoorbeeld om botbreuken te beoordelen, maar ook CT-scans (Computertomografie): driedimensionale beelden van de binnenkant van het lichaam. Met radioactiviteit is het mogelijk om ziekteprocessen in beeld te brengen. Röntgenfoto’s, CT-scans en ook radioactiviteit worden gebruikt om medische diagnoses te stellen. We hebben het bij dit soort medische handelingen daarom over diagnostiek. Daarnaast kunnen ioniserende straling en radioactiviteit gebruikt worden om aandoeningen te behandelen, door met straling bewust bepaalde lichaamscellen te doden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan bestraling van kankercellen. Bij dit soort medische handelingen hebben we het over therapie.

Risico’s van straling in de gezondheidszorg

Naast de nuttige eigenschappen van straling voor medische toepassingen is er ook een kans op ongewenste bijwerkingen. Straling kan ook gezonde cellen in het lichaam beschadigen en op de lange termijn een bijdrage leveren aan het ontstaan van kanker. Daarom wordt er bij elke medische toepassing van straling nagegaan of de voordelen (een goede diagnose of therapie) opwegen tegen de nadelen. Ook wordt geprobeerd om met zo min mogelijk straling het gewenste medische doel te bereiken. De hoeveelheid straling die wordt gegeven bij een onderzoek of behandeling wordt de (stralings)dosis genoemd. Deze dosis kan worden uitgedrukt in millisievert (mSvmillisievert). Een röntgenfoto van de longen geeft een stralingsdosis van ongeveer 0,04 mSv; een CT-scan van de buik een stralingsdosis van ongeveer 11 mSv.

Risico’s in perspectief

Cellen in het menselijk lichaam kennen diverse manieren om zich tegen straling te beschermen. Daarom zijn de risico’s van lage doses straling klein. Wereldwijd wordt aangenomen dat een stralingsdosis van 1 mSv leidt tot een extra risico van 1 op 20.000 om op langere termijn kanker te ontwikkelen en daaraan te overlijden. Dit risico is in veel gevallen acceptabel omdat met deze blootstelling andere ernstige aandoeningen tijdig kunnen worden ontdekt en behandeld. Ter vergelijking: uit Amerikaanse data blijkt dat het risico om een auto-ongeluk te krijgen ongeveer 1 op 300 is, het risico om van de trap te vallen is ongeveer 1 op 2000, het risico om een vliegtuigongeluk te krijgen is 1 op 7000 en het risico om door de bliksem getroffen te worden 1 op 85.000 (bron: Fahey, Treves & Adelstein, J Nuc MedMedical Exposure Directive Medical Exposure Directive , 2012).