basisschool

Het Infectieziekten Bulletin publiceert  3 onderzoeken over de verspreiding van SARS severe acute respiratory syndrome (severe acute respiratory syndrome)- CoV coronavirus (coronavirus)-2 op basisscholen ten tijde van de alphavariant, in de eerste helft van 2021:

Infectieziekten Bulletin 08-2022

Auteurs:  J. van den Boogaard, S. van den Hof

Infectieziekten Bulletin augustus 2022

Twee onderzoeken gaan over de rol van kinderen in de verspreiding van SARS severe acute respiratory syndrome (severe acute respiratory syndrome)- CoV coronavirus (coronavirus)-2. Koedijk et al. deden onderzoek tijdens een uitbraak op een basisschool in Twente. Binnen 2 weken raakten 26 (28%) van de 92 leerlingen besmet en 7 van de ongeveer 10 leerkrachten. Sequentieanalyse van 3 isolaten toonde aan dat er minimaal 2 verschillende introducties waren. Binnen de gezinnen van 21 van de 26 besmette leerlingen was verdere transmissie zeer waarschijnlijk, ook door kinderen die geen klachten hadden op het moment van testen. Een deel van deze kinderen zal later alsnog klachten hebben ontwikkeld; we kunnen er dus niet van uitgaan dat dit (allemaal)asymptomatische transmissie betrof. Bij 1 klas was onduidelijk wie het virus de klas binnen kon hebben gebracht; dit kan iemand zijn geweest die besmet was maar niet of nauwelijks klachten had. 

Roof et al. deden onderzoek in Utrecht naar transmissie onder de contacten van de kinderen of leraren uit 18 basisschoolklassen die in hun klas als eerste positief waren getest ( kind (n=15), leraar (n=3)). De klasgenoten werden geadviseerd om meteen in quarantaine te gaan en zich zo snel mogelijk – op dag 1 en dag 5 na de laatste blootstelling - te laten testen. Slechts 8 (4%) van de 199 deelnemende contacten van de 18 eerste positief geteste personen werden positief getest op dag 1 of 5. Dit waren allemaal kinderen, 7 van hen zaten in de bovenbouw. In 13 van de 18 deelnemende klassen werd geen verdere transmissie aangetoond. Slechts 43% van de kinderen uit de 18 klassen deed mee. Het beeld dat het onderzoek oplevert van de mate van transmissie binnen schoolklassen, is daarom niet compleet.

Het derde onderzoek door Gorgels et al ging over de implementatie van maatregelen (niet-farmacologische interventies) op basisscholen in de eerste helft van 2021. Alle 150 basisscholen in Zuid-Limburg ontvingen hiervoor een vragenlijst.  Hiervan vulden 59 de vragenlijst volledig in. De mate waarin maatregelen die als noodzakelijk werden aangemerkt in de richtlijnen en gericht waren op leerlingen en ouders, werden geimplementeerd, was goed. Dit betrof bijvoorbeeld wisselende pauzetijden, niet toelaten van ouders in het schoolgebouw, het hebben van voldoende desinfectiepunten en handen wassen. Maatregelen gericht op medewerkers werden minder vaak (strikt) ingesteld. Het gebruik van mond-neusmaskers voor bovenbouwleerlingen werd slechts door 22% van de scholen ingevoerd. Opvallend was dat de enige noodzakelijke maatregel voor medewerkers, namelijk alle vergaderingen online houden, slechts op 68% van de scholen ingevoerd werd. Het was ook opvallend dat een kwart van de scholen geen ventilatiesysteem heeft, en een andere 16% niet in het hele gebouw. 

Conclusies

Uit de 3 onderzoeken kunnen een aantal conclusies getrokken worden.  Het aantal besmettingen te klein was om iets te kunnen concluderen over het effect van de verschillende infectiepreventiemaatregelen op scholen waar wel of niet sprake was van transmissie via kinderen. Verder laten deze onderzoeken zien hoe lastig het was om onderzoek op basisscholen uit te voeren, ondanks de impact die COVID-19 daar op dat moment had. De onderzoeken vergen een inspanning van niet alleen de medewerkers op school, maar ook van de leerlingen, hun ouders en van de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst). Minder dan de helft van de scholen vulden de vragenlijst in en ook minder dan de helft van de leerlingen (en ouders) deden mee aan het onderzoek naar de transmissie van SARS-CoV-2. Ook was het percentage leerling dat getest is, zoals aanbevolen was op dag 5 van de quarantaineperiode, niet bekend. 

Bij de oorspronkelijke wildtype variant (Wuhan) van het virus was er sprake van weinig transmissie door kinderen. Dit veranderde met het opkomen van de alphavariant, die besmettelijker was, en vervolgens nog meer met de deltavariant die besmettelijker was dan de alphavariant. De daaropvolgende omikronvariant verspreidt zich nog gemakkelijker doordat deze gedeeltelijk ontsnapt aan eerder opgebouwde immuniteit, dus ook binnen een populatie met veel gevaccineerde mensen en mensen die al eerder geïnfecteerd waren. De bevindingen van deze studies zijn niet zonder meer te extrapoleren naar andere perioden, omdat iedere variant andere eigenschappen heeft, en de immuunstatus in de studiepopulatie anders zal zijn vanwege doorgemaakte infecties en – voor basischoolleerlingen in mindere mate - vaccinatie. Het blijft daarom belangrijk om onderzoek te doen naar de verspreiding van SARS-CoV-2 in verschillende populaties en omgevingen, zoals op scholen, en de effectiviteit van maatregelen hiertegen. De hier gepubliceerde studies laten zien dat het lastig is om basisscholen, leerlingen, en ouders te motiveren om mee te doen aan dit soort onderzoek, terwijl voor het beantwoorden van deze vragen grootschalige studies nodig zijn.

Auteurs

J. van den Boogaard, S. van den Hof, Centrum Infectieziektebestrijding, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven

Correspondentie

J. van den Boogaard