In ons dagelijks leven staan we bloot aan allerlei vormen van ioniserende straling, ook wel radioactieve straling genoemd. Voor een groot deel is dit blootstelling aan natuurlijke stralingsbronnen die hun oorsprong hebben in de aarde en de kosmos. Voor een ander deel gaat het om blootstelling aan kunstmatige, door de mens gemaakte bronnen van straling. Denk daarbij aan röntgentoestellen of CT-scanners, die in ziekenhuizen worden gebruikt voor medisch onderzoek. Daarnaast kunnen we te maken hebben met straling uit de industrie of van consumentenproducten die kleine hoeveelheden radioactiviteit bevatten. Hieronder staat het meest recente overzicht van de gemiddelde blootstelling van leden van de bevolking aan ioniserende straling in Nederland. Details over de blootstelling per bron zijn te vinden bij het betreffende onderwerp.

Blootstelling aan natuurlijke straling

Van alle stralingsbronnen draagt straling van natuurlijke oorsprong het meest bij aan de stralingsdosis die we ieder jaar gemiddeld per lid van de bevolking ontvangen in Nederland. Het grootste deel daarvan komt van radioactieve stoffen die sinds het ontstaan van de aarde in de bodem voorkomen. Die stoffen zitten niet alleen in de bodem, maar ook in bouwmaterialen die bodemmaterialen als grondstof bevatten. De meeste straling van natuurlijke oorsprong lopen we in huis op. Dat komt omdat we meer binnen zijn dan buiten, en omdat de hoeveelheid straling binnen meestal groter is dan buiten. Het gaat dan om radon, thoron en gammastraling uit bouwmaterialen.

Ook staan we binnen en buiten bloot aan kosmische straling. En als we het vliegtuig nemen ontvangen we op vlieghoogte een extra dosis kosmische straling. Tot slot zitten er natuurlijke radioactieve stoffen in ons lichaam, die we via voedsel en drank binnen krijgen. Volgens de laatste inzichten zorgt natuurlijke straling voor ongeveer 57% (1,67 mSvmillisievert) van de stralingsdosis die leden van de bevolking gemiddeld per jaar ontvangen in Nederland. Blootstelling aan natuurlijke straling is maar gedeeltelijk te regelen. Sinds 2018 zijn er richtlijnen voor de maximale hoeveelheid radon in gebouwen en voor de maximale hoeveelheid gammastraling uit bouwmaterialen. Bijna alle gebouwen in Nederland zitten onder de richtlijn voor radon.

Jaardosis per lid van de bevolking

Gemiddeld wordt een inwoner van Nederland blootgesteld aan ruim 2,9 millisievert (mSvmillisievert)  per jaar (peiljaar 2017). Dit gemiddelde wordt berekend door alle stralingsdoses die leden van de bevolking oplopen bij elkaar op te tellen en te delen door het aantal inwoners van Nederland. De blootstelling is per persoon verschillend en kan afwijken van dit gemiddelde. De verschillende bronnen die bijdragen aan de totale gemiddelde stralingsbelasting worden in de figuur als taartpunten weergegeven. We zien dat de grootste bijdrage aan de gemiddelde jaardosis in Nederland afkomstig is van straling door medische diagnostiek en van natuurlijke straling in de woning (radon, thoron en externe straling). Industrie, consumentenproducten en fall-out dragen samen minder dan 1% bij.

Blootstelling door medische diagnostiek

In ziekenhuizen en andere medische centra wordt gewerkt met stralingstoestellen en radioactieve stoffen. Medische toepassingen van straling kan twee doelen hebben: (1) straling wordt gebruikt om te onderzoeken wat er met iemand aan de hand is (diagnose), en (2) straling wordt gebruikt om patiënten met bepaalde aandoeningen te behandelen (therapie). Bij diagnostiek wordt straling gebruikt om te onderzoeken wat er in iemands lichaam gebeurt. Dit kan bijvoorbeeld met Computer Tomografie (CT) of ander radiologisch onderzoek, waaronder de traditionele röntgenfoto. Voor goed onderzoek is het toedienen van een stralingsdosis soms onvermijdelijk, maar nooit opzettelijk. Het is aan de arts om te beslissen of het nut van een goede diagnose opweegt tegen het nadeel van de stralingsdosis. Bij therapie wordt straling bewust toegepast om bepaalde weefsels te doden, bijvoorbeeld om tumoren te bestrijden. Omdat bij therapie bewust een hoge dosis straling wordt toegediend wordt therapie niet meegenomen bij de berekening van de stralingsdosis die leden van de bevolking gemiddeld ontvangen.

Overheid, industrie en medische beroepsgroepen zijn samen bezig om met minder straling hetzelfde doel te bereiken. Zo wordt de balans van nut en nadeel verbeterd. Toch stijgt de stralingsdosis voor medische diagnostiek al jaren. Dat komt doordat er in ziekenhuizen steeds vaker straling wordt gebruikt voor onderzoeken bij patiënten, door de vergrijzing en doordat er steeds meer mogelijkheden zijn voor onderzoek met straling. Volgens de nieuwste inzichten (2017) is de stralingsdosis die leden van de bevolking gemiddeld per jaar ontvangen vanwege medische diagnostiek 1,24 mSvmillisievert. Dat is 42% van de totale stralingsdosis die leden van de bevolking gemiddeld per jaar ontvangen in Nederland. In 2002 was dit nog maar 0,5 mSv. Deze stijging komt vooral door toename van het gebruik van Computer Tomografie: sinds 2002 worden er jaarlijks vier keer zo veel CT-scans gemaakt. Let op, we hebben het steeds over de gemiddelde dosis per lid van de bevolking. Veel mensen krijgen niet of nauwelijks te maken met röntgenfoto’s of CT-scans, maar anderen juist erg veel. Bij medische diagnostiek zijn het vooral ouderen die de hoogste dosis ontvangen.

Blootstelling door andere stralingsbronnen

Meer dan 99% van de gemiddelde blootstelling van de Nederlandse bevolking aan ioniserende straling wordt veroorzaakt door natuurlijke stralingsbronnen en medische diagnostiek. Andere bronnen van straling dragen samen maar een beetje (minder dan 1%) bij. Het gaat daarbij om:

  • Lozingen door de industrie
  • Consumentenproducten
  • Historische fall-out door kernwapenproeven en Tsjernobyl

De bijdrage van deze bronnen aan de stralingsdosis is altijd al klein geweest, en de afgelopen 25 jaar nog verder gedaald.

In 1988 was de gemiddelde dosis voor de Nederlandse bevolking als gevolg van lozingen door de industrie nog geen 0,02 millisievert (mSvmillisievert) per jaar. Dit waren vooral emissies van de procesindustrie, waar gewerkt wordt met bulkmaterialen die natuurlijke radioactieve stoffen bevatten. Het aandeel door de nucleaire industrie werd toen geschat op minder dan 0,000001 millisievert (1 nSv) per jaar. De stralingsdosis door lozingen van radioactieve stoffen door de procesindustrie is in de afgelopen 25 jaar fors afgenomen. De lozingen naar water zijn door sluiting van twee kunstmestfabrieken in 1999 en 2000 sterk gedaald. In 2012, na de sluiting van een grote fosforfabriek in Zeeland, zijn ook de lozingen naar lucht sterk afgenomen.

Ook bij consumentenproducten zien we een daling. De bijdrage daarvan aan de stralingsdosis van de Nederlandse bevolking was al laag, en die is de afgelopen decennia ook nog sterk afgenomen. Dat komt doordat consumentenproducten met radioactieve stoffen vervangen zijn door alternatieven die geen radioactiviteit bevatten. Voorbeelden zijn radioactieve rookmelders, die vervangen zijn door optische rookmelders, en radioactieve gloeikousjes voor campinggas branders. In 1988 werd de dosis door consumentenproducten geschat op ongeveer 0,01 millisievert per jaar. In 2003 was die schatting een factor 30 lager.

In de jaren ’60 van de vorige eeuw kreeg de wereld, dus ook Nederland, te maken met neerslag van radioactieve stoffen (fall-out) als gevolg van honderden bovengrondse kernwapenproeven. Nadat bovengrondse kernwapenproeven verboden werden (1963) nam dat snel af. In 1986 kreeg Nederland opnieuw te maken met fall-out, ditmaal vanwege het ongeval met de kernreactor in Tsjernobyl. In 1988 werd de bijdrage van fall-out aan de stralingsdosis van leden van de bevolking geschat op 0,03 millisievert per jaar. In 2000 was die schatting 0,02 millisievert per jaar. Bij die getallen zit een kleine bijdrage van radioactieve stoffen in de grote rivieren. Er zijn daarna geen nieuwe berekeningen meer uitgevoerd. Maar door het verval van de radioactieve stoffen en het dieper in de bodem dringen nemen we aan dat de bijdrage van fall-out aan de stralingsdosis van leden van de bevolking momenteel lager is dan 0,01 millisievert per jaar.