Meningokokkenziekte is een besmettelijke ziekte. Mensen krijgen het door een bacterie.

Mensen kunnen verschillende ziektes krijgen door meningokokken. Soms kunnen de klachten ernstig zijn. Door meningokokken kan iemand hersenvliesontsteking of een bloedvergiftiging krijgen. In Nederland komt meningokokkenziekte regelmatig voor.

De klachten kunnen zijn:

  • plotseling hoge koorts,
  • suf,
  • hoofdpijn,
  • niet tegen licht kunnen,
  • misselijk,
  • braken,
  • een zere en stijve nek, vooral als u het hoofd voorover buigt,
  • soms komen er hele kleine, rode of paarse vlekjes in de huid. De vlekjes kunnen niet weggedrukt worden. Ze zijn zo groot als een speldenknop.

Bij baby’s zijn de klachten:

  • slaperig,
  • drinkt slecht,
  • huilt snel en anders dan normaal,
  • begint te huilen als je het bij het verschonen aan de benen optilt.

Iemand met meningokokkenziekte kan heel snel erg ziek worden. Soms binnen enkele uren.

De tijd tussen besmet raken en ziek worden is 2 tot 10 dagen. Meestal is dit 3 tot 4 dagen. Maar de kans om na besmetting ziek te worden, is heel klein.

Veel mensen dragen de bacterie bij zich zonder ziek te worden. De bacterie zit in de neus of keel van iemand die besmet is. Door hoesten en niezen komen kleine druppeltjes met de bacterie in de lucht. Mensen kunnen deze druppeltjes inademen en besmet raken.

De kans is heel klein dat iemand ziek wordt nadat hij is besmet.

Iedereen kan meningokokkenziekte krijgen. Het komt het meest voor bij jonge kinderen en bij tieners.

Er zijn verschillende types meningokokken. Iemand kan dus vaker meningokokkenziekte krijgen.

Meningokok type W komt het meest voor in Nederland. Baby’s krijgen via het Rijksvaccinatieprogramma een inenting tegen meningokok typen A, C, W en Y. Baby’s krijgen deze inenting op het consultatiebureau als ze 14 maanden oud zijn. In 2018 en 2019 krijgen ook jongeren tot 18 jaar een prik die hen beschermt tegen meningokokkenziekte.

Heeft iemand meningokokkenziekte? Dan is het soms nodig om medicijnen te geven aan andere mensen om de ziekte te voorkomen. Bijvoorbeeld in het gezin. De GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst Gemeentelijke Gezondheidsdienst  bekijkt samen met de arts of dit nodig is.

Bij hoesten of niezen:

  • Gebruik een papieren zakdoek. Heb je geen papieren zakdoek bij de hand? Hoest dan in de plooi van je elleboog.
  • Gebruik een zakdoek maar één keer.
  • Gooi de zakdoek na gebruik weg.
  • Was hierna je handen.
  • Het is niet nodig om bij iedereen die hoest of niest uit de buurt te blijven. Houd pasgeboren baby’s wel uit de buurt van hoestende en niezende mensen.

Door snelle behandeling worden de meeste mensen weer beter. Als iemand erg ziek is, is opname in het ziekenhuis nodig.

Soms blijven er nog klachten bestaan, bijvoorbeeld doofheid, scheel kijken of moeite met leren. Soms overlijdt er iemand aan meningokokkenziekte.

Iemand met meningokokkenziekte is te ziek om naar kindercentrum, school of werk te gaan.

Heeft je kind meningokokkenziekte? Vertel het dan aan de pedagogisch medewerker of de leerkracht. Zij kunnen in overleg met de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst andere ouders informeren. Ouders kunnen dan letten op de klachten van meningokokkenziekte bij hun kind. Soms zijn extra maatregelen op een kindercentrum of school nodig.

Heb jij of je kind contact gehad met iemand met meningokokkenziekte? Je kan dan gewoon naar een kindercentrum, school of werk. Thuisblijven helpt niet om de ziekte te voorkomen. Er zijn altijd en overal mensen die de bacterie bij zich dragen. Het gebeurt bijna nooit dat twee mensen in een gezin of groep meningokokkenziekte krijgen.

Heb je meer vragen over meningokokkenziekte?

Vraag het de GGD-afdeling Infectieziekten of de huisarts.