• De griepprik is de beste bescherming tegen griep en de ernstige gevolgen daarvan.
  • De griepprik verkleint de kans dat u griep krijgt.
  • Als u na een griepprik toch griep krijgt, bent u er meestal minder ziek van.
  • De kans dat u een bijkomende ziekte krijgt, zoals een longontsteking, is kleiner. Er is minder kans op complicaties.
  • Heeft u een bepaalde medische aandoening? Bijvoorbeeld diabetes, astma of een hartziekte? Dan kan uw ziekte erger worden door griep. De griepprik maakt de kans daarop kleiner.
  • De kans om te overlijden door (de gevolgen van) griep is kleiner.
  • De griepprik geeft weinig bijwerkingen en is een veilig vaccin.
  • Met de griepprik beschermt u ook anderen in uw omgeving.

De griepprik biedt geen volledige bescherming tegen griep. Soms krijgt iemand die de griepprik heeft gehad toch griep. De griepklachten zijn dan vaak minder erg.

Soms kunt u bijwerkingen krijgen van de griepprik.

  • De plaats van de prik op uw arm kan de eerste dag pijnlijk, rood of dik zijn. Dit gaat binnen één tot twee dagen vanzelf over.
  • Soms voelen mensen zich de dag na de griepprik niet lekker. Ze hebben hoofdpijn, weinig energie en lichte koorts. Dit is vooral bij kinderen die nog nooit eerder griep of een griepprik hebben gehad. Dit is geen griep. Maar een normale reactie van het lichaam op een inenting. Het is onschuldig en gaat vanzelf weer over. Van de griepprik kunt u géén griep krijgen.

Een aantal mensen dat in aanmerking komt voor de griepprik, ontvangt de uitnodiging daarvoor iets later. Een klein deel van de huisartsen krijgt de griepvaccins in de periode van half november tot eind november geleverd. Daarmee duurt de levering van de vaccins ongeveer twee weken langer dan andere jaren. Dat komt omdat er bij één van de leveranciers vertraging in de productie was.

Het kan per jaar verschillen wanneer een griepepidemie ontstaat, maar dat is meestal eind december. Als mensen de griepprik in november ontvangen, is dat nog op tijd.  Ook daarna is het nog zinvol om een griepprik te halen.

Griepvirussen veranderen regelmatig. Daardoor zijn er heel veel verschillende griepvirussen, die ieder winterseizoen weer anders zijn. De griepprik heeft daarom ieder jaar een andere samenstelling. Deskundigen voorspellen welke virussen zij het komende winterseizoen verwachten. Deeltjes van deze virussen komen in de griepprik. Het vaccin beschermt u alleen voor griep in dat griepseizoen.

Heeft u griep gehad, of heeft u een griepprik gekregen? Dan maakt uw lichaam afweerstoffen voor alleen deze griepvirussen. De griepprik biedt ongeveer een half jaar bescherming. De afweerstoffen die zijn aangemaakt door de griepprik van vorig jaar geven dit jaar dus geen bescherming meer.

Als u tot de doelgroep behoort, krijgt u daarom het advies om elk jaar vanaf oktober een griepprik te halen.

De kans op bescherming tegen griep is met het vaccin met 4 verschillende griepvirussen groter.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vindt het belangrijk om mensen zo goed mogelijk tegen de ernstige gevolgen van griep te beschermen. Op advies van experts heeft het ministerie besloten een nieuw vaccin met 4 verschillende griepvirussen te gebruiken in het Nationaal Programma Grieppreventie. Landen om ons heen zoals Duitsland en België gebruiken ook het quadrivalente vaccin. Het besluit van staatssecretaris Blokhuis over het gebruik van het quadrivalent vaccin is hier terug te lezen.

Het quadrivalente vaccin beschermt tegen 4 verschillende griepvirussen; twee van het A-type en twee van het B-type. De varianten van deze vier griepvirussen kunnen naar verwachting het meest gaan voorkomen.

Elk jaar doet de WHO aanbevelingen voor de samenstelling van het griepvaccin. Sinds 2012 doet zij aanbevelingen voor de samenstelling van een vaccin met drie virussen (trivalent vaccin, het vaccin dat tot vorig jaar in Nederland werk gebruikt) en een vaccin met vier virussen (quadrivalent vaccin, het vaccin dat nu ook in Nederland ingezet gaat worden). Meer informatie over de samenstelling van het huidige quadrivalente vaccin is ook te vinden in de WHO aanbevelingen.

Het nieuwe vaccin beschermt naar verwachting beter. Dit komt omdat er een extra griepvirus in het vaccin is opgenomen, zodat bescherming wordt opgebouwd tegen 4 in plaats van 3 verschillende griepvirussen. Toch kan het gebeuren dat er een ander virus gaat circuleren dan verwacht. De reden hiervoor is dat de samenstelling van het vaccin een half jaar van te voren vastgesteld moet worden om het vaccin op tijd voor de vaccinatiecampagne te kunnen produceren. In dat half jaar staat de evolutie van de griepvirussen niet stil. De griepprik kan dan minder goed werken, maar beschermt nog steeds wel.

De verwachting is dat het vaccin dat 4 verschillende griepvirussen bevat beter beschermt, omdat er een extra griepvirus aan is toegevoegd waartegen bescherming wordt opgebouwd.

De vaccineffectiviteit varieert per griepseizoen en is afhankelijk van verschillende factoren:

  • welk of welke van de 4 verschillende griepvirussen vooral circuleert/circuleren;
  • en in samenhang daarmee de overeenkomst tussen de griepvirussen die circuleren en de varianten van de 4 verschillende griepvirussen in het vaccin;
  • het aantal mensen dat vatbaar is voor een infectie omdat ze niet beschermd zijn door een eerdere infectie of vaccinatie;
  • de mate waarin de circulerende virussen in staat zijn om een infectie te veroorzaken;
  • individuele kenmerken van de gevaccineerde persoon.

Ja, het quadrivalente griepvaccin is veilig. Voordat een vaccin op de markt gebracht wordt, is het uitgebreid getest op veiligheid volgens strenge internationale eisen. De bestanddelen van het griepvaccin staan vermeld in de bijsluiter.

 

Voordat een vaccin op de markt gebracht wordt, is het uitgebreid getest op veiligheid volgens strenge internationale eisen. De bestanddelen van het griepvaccin staan vermeld in de bijsluiter. Daarbij moet onderscheid gemaakt worden tussen 3 soorten bestanddelen:

1) Werkzame delen: delen van de influenzavirussen waartegen bescherming wordt opgebouwd. Bij de in Nederland gebruikte griepvaccins zijn dat delen van geïnactiveerde (dode) influenzavirussen.

2) Hulpstoffen: stoffen die aan het vaccin worden toegevoegd zodat het beter werkt,  stoffen die de houdbaarheid verlengen en stoffen die de toediening van het vaccin makkelijker maken.

3) Reststoffen. Dit zijn de resten van stoffen die tijdens het productieproces van het vaccin zijn gebruikt. Na productie worden ze zoveel mogelijk uit het vaccin gehaald. Zeer kleine hoeveelheden kunnen nog achterblijven. Voorbeelden zijn antibiotica, kippenei-eiwitten en formaldehyde.

Op internet wordt een aantal stoffen specifiek genoemd:

  • Thiomersal/Thimerosal: Dit is een kwikverbinding die als hulpstof (conserveringsmiddel) in enkele vaccins wordt gebruikt. Het zit niet in de jaarlijkse griepvaccins en het heeft er ook nooit ingezeten. Thiomersal heeft wel in het vaccin tegen de Mexicaanse griep in 2009 gezeten, maar dat vaccin wordt niet meer gebruikt.
  • Aluminiumverbindingen: Deze dienen als zogenoemde adjuvantia die worden gebruikt om de werking van een vaccin te verbeteren. Aluminiumverbindingen zitten niet in de jaarlijkse griepvaccins en hebben er ook nooit in gezeten.
  • Formaldehyde: Bij het productieproces van vaccins wordt formaldehyde toegevoegd om te zorgen dat het virus wordt gedood. Dit is de reden dat u geen griep kunt krijgen als gevolg van de griepprik. Vóórdat de vaccinvloeistof in de spuit gaat wordt dit gezuiverd, maar toch kunnen zeer kleine hoeveelheden formaldehyde als reststof achterblijven. Deze kleine hoeveelheid formaldehyde in vaccins is niet schadelijk voor de gezondheid. Het menselijk lichaam maakt bij de stofwisseling zelf ook formaldehyde aan. De hoeveelheid formaldehyde die in een dosis griepvaccin voorkomt is vele malen kleiner dan de hoeveelheid die het lichaam dagelijks zelf aanmaakt en is vele malen lager dan de internationaal vastgestelde toegestane waarde.
  • Kippenei-eiwitten: Bij het produceren van de jaarlijkse griepvaccins worden bepaalde cellen van het kippenembryo (kippenembryofibroblasten) gebruikt voor de groei van het virus. Na virusgroei wordt het tussenproduct zeer goed gezuiverd, maar het is niet helemaal uit te sluiten dat er nog heel kleine hoeveelheden restant kippenei-eiwit aanwezig zijn. Daarom wordt deze stof als reststof wel vermeld in de bijsluiter.
  • Antibiotica: Tijdens het productieproces en de opslag van tussenproducten worden o.a. antibiotica toegevoegd om te zorgen dat ongewenste bacteriën niet kunnen groeien. Vóór het afvullen van de vaccinvloeistof in spuiten of flesjes worden deze tussenproducten  grondig gereinigd, maar toch kunnen zeer kleine hoeveelheden antibiotica(sporen) als reststof achterblijven. Sporen van neomycine kunnen voorkomen in Vaxigrip Tetra®, sporen van gentamycine kunnen voorkomen in Influvac Tetra®.

Meer algemene informatie over hulpstoffen in vaccins is te vinden op Rijksvaccinatieprogramma.nl.

In uitzonderlijke gevallen kunnen de werkzame stoffen, hulp- of reststoffen vanwege overgevoeligheid schade veroorzaken. Het is daarom van belang dat de arts die het vaccin toedient weet of de persoon die gevaccineerd wordt overgevoelig is voor één van de in de bijsluiter genoemde stoffen in het vaccin. Dan mag het vaccin niet toegediend worden.

De griepprik is gratis voor de doelgroep. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport   Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport   Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Milieu ) betaalt de griepprik voor deze mensen. Hoort u niet bij deze doelgroep? Dan kunt u de griepprik zelf betalen. U betaalt dan zelf de kosten voor het vaccin en het zetten van de vaccinatie door de huisarts. U kunt via uw huisartsenpraktijk nagaan hoeveel het kost. Soms betalen werkgevers of zorgverzekeraars de griepprik.

De doelgroepen voor de griepprik zijn in heel Europa ongeveer hetzelfde: ouderen en mensen met een chronische ziekte. Wel ligt soms de leeftijdsgrens anders dan in Nederland. En in sommige landen kiest men ervoor om alle zwangere vrouwen en kinderen een gratis griepprik aan te bieden.

Ja, dat kan. De beste tijd voor de griepprik is ieder jaar vanaf oktober. De griep komt alleen voor in de winter, meestal tussen december en april. Nadat u de griepprik heeft gekregen, duurt het twee weken voordat uw lichaam voldoende afweerstoffen heeft aangemaakt. De afweerstoffen die uw lichaam na de griepprik maakt, beschermen u meestal ongeveer een half jaar. Dus ook in december of later kan het zinvol zijn de griepprik te halen. Overleg dit met uw huisarts.

Nee. Van de jaarlijkse griepprik kun je geen slaapziekte (narcolepsie) krijgen.

Tijdens de uitbraak van de Mexicaanse griep zijn mensen gevaccineerd met het vaccin Pandemrix. Dit vaccin werd in Nederland alleen in 2009 gebruikt. Dit is niet het vaccin dat gebruikt wordt voor de jaarlijkse griepprik.
Tijdens de vaccinatiecampagne tegen de Mexicaanse griep zijn er meldingen geweest van slaapziekte bij mensen die zijn ingeënt met het vaccin Pandemrix. In Nederland werd dit vaccin gebruikt voor de vaccinatie van kinderen tussen 6 maanden en 5 jaar oud en huisgenoten van kinderen jonger dan 6 maanden. Daarna is het niet meer gebruikt. 

Inmiddels is er veel onderzoek gedaan naar een mogelijk verband tussen narcolepsie en de vaccinatie met Pandemrix. De uitkomsten van die onderzoeken laten tegenstrijdige resultaten zien. Soms wordt een verhoogd risico gevonden, soms niet.

In een wereldwijd onderzoek werd géén verband aan tussen narcolepsie en vaccins tegen de Mexicaanse griep gevonden. In dit onderzoek werden ook Nederlandse gegevens meegenomen.  
Narcolepsy and adjuvanted pandemic influenza A (H1N1) 2009 vaccines – Multi-country assessment

Op dit moment is nog niet duidelijk op welke manier slaapziekte rond de uitbraak van en vaccinatie tegen Mexicaanse griep is veroorzaakt. Het is bijzonder moeilijk om de oorzaak te onderzoeken, omdat slaapziekte bijna niet voorkomt en het vaccin niet meer gebruikt wordt.