Het RIVM, Erasmus MC (Erasmus University Medical Center) Rotterdam en Nivel vormen samen het Nationaal Influenza Centrum (NIC). Eén van de taken van het NIC (Nationaal Influenza Centrum) is analyseren welke varianten van het griepvirus er in Nederland voor infecties zorgen. Op deze pagina leest u hoe het NIC dit doet en welke varianten van het griepvirus er op dit moment rondgaan.
Analyse van griepvirusvarianten
Het NIC (Nationaal Influenza Centrum) analyseert welke genetische varianten van het griepvirus (influenzavirus) rondgaan en welke eigenschappen deze hebben. Deze kennis helpt onder meer om te bepalen of de huidige vaccins aansluiten bij de virussen die rondgaan. En of de nu circulerende griepvirussen mogelijk verminderde gevoeligheid hebben voor antivirale therapieën.
Het NIC analyseert griepvirussen uit:
- monsters die een groot aantal klinisch diagnostische laboratoria in Nederland instuurt voor analyse
- monsters van de Nivel huisartsenpeilstations van mensen met een acute luchtweginfectie
- monsters van Infectieradar van mensen uit de algemene bevolking met een (milde) acute luchtweginfectie
Op deze manier heeft het NIC een breed beeld van huidige griepvirus varianten. Varianten worden aangeduid met genetische ‘clades’. Binnen een genetische clade kunnen ook virussen voorkomen met extra mutaties die een mogelijk effect hebben op gelijkenis met het vaccin (antigene eigenschappen) of op gevoeligheid voor antivirale therapieën. Dit kan ervoor zorgen dat het vaccin mogelijk minder goed beschermt tegen deze varianten of dat medicijnen mogelijk minder goed aanslaan.
Huidige situatie: Overzicht griepvirusvarianten seizoen 2025-2026
Over de laatste weken neemt het aantal per week gevonden influenzavirussen steeds toe in Nederland. Van de monsters die het NIC in het seizoen 2025-2026 analyseerde kwamen in de verschillende bronnen vooral influenzavirus A(H1N1)pdm09 en A(H3N2) voor en nog in zeer beperkte mate influenza B virus.
- Van de genetisch gekarakteriseerde influenza A(H1N1)pdm09-virussen behoorden de meeste tot clade 5a.2a.1 (subclade D.3.1 en D3.1.1). Subclade D3.1.1 neemt sinds week 47/2025 de overhand.
- Van de genetisch gekarakteriseerde influenza A(H3N2)-virussen behoorde de meeste tot clade 2a.3a.1 (subclade K). Deze clade K bevat diverse veranderingen ten opzichte van het huidige vaccin (zie Antigene Karakterisering).
- Influenza B virussen komen vooralsnog dit seizoen sporadisch voor. Enkele hiervan konden tot nu toe genetisch gekarakteriseerd worden waarbij clade V1A.3a.2 (subclade C.5.6) het meest gezien wordt.
Antigene karakterisering
Veranderingen in het hemagglutinine-eiwit (HA) van het griepvirus kunnen leiden tot andere antigene eigenschappen van het virus, zoals vermindering van de afweer die is opgewekt door eerdere infecties en vaccinatie.
A(H1N1)pdm09- en A(H3N2)-griepvirussen
Recente sequencing resultaten laten zien dat voor zowel de A(H1N1)pdm09 als A(H3N2) griepvirussen die nu rondgaan er substituties in HA gevonden zijn die kunnen leiden tot een antigene afwijking ten opzichte van de virussen in het vaccin dat nu in Nederland gegeven wordt. De antigene eigenschappen van een eerste subset van de Nederlandse A(H1N1)pdm09 en A(H3N2) virussen werd in kaart gebracht met referentie frettensera. De antigene eigenschappen van A(H1N1)pdm09 virussen komen in de regel goed overeen met de vaccincomponent van dit jaar, maar A(H3N2) sublade K virussen wijken af van de vaccincomponent van dit jaar en kunnen daardoor mogelijk aan herkenning door antilichamen ontsnappen.
Voor A(H3N2) subclade K virussen komt dit waarschijnlijk door de aminozuur substituties S144N, N158D, I160K en Q173R in HA. Dit wijst erop dat het vaccin mogelijk minder bescherming geeft tegen de A(H3N2) subclade K virussen en in mindere mate mogelijk ook tegen A(H1N1)pdm09 subclade D.3.1 virussen. Of het vaccin daadwerkelijk minder goede bescherming geeft tegen ernstige ziekte wordt nauwlettend in de gaten gehouden. Eerste data uit het Verenigd Konikrijk laten zien dat de bescherming vooralsnog niet drastisch lager is dan in voorgaande jaren. Vroege vaccine effectiviteit metingen van het VEBIS consortium, waar het RIVM en Nivel onderdeel van zijn, bevestigen de vroege metingen van het Verenigd Koninkrijk. De vaccin effectiviteit tegen A(H3N2) influenzavirus, met dominante circulatie van clade K, is vergelijkbaar met die van voorgaande seizoenen. Ook de effectiviteit tegen A(H1N1)pdm09 influenzavirus, met toenemende dominantie van clade D.3.1.1, is vergelijkbaar met die van voorgaande seizoenen, maar wat lager dan die tegen A(H3N2).
Antivirale gevoeligheid
Representatieve virussen van de verschillende subtypen worden getest op gevoeligheid voor antivirale middelen als Oseltamivir en Zanamivir. Huidig circulerende A(H3N2) virussen, waaronder de bovengenoemde clade K, laten vergelijkbare gevoeligheid zien als voorgaande varianten.
Bij A(H1N1)pdm09 virussen heeft de dit seizoen meest voorkomende variant clade D.3.1.1 veranderingen (substituties) in het Neuraminidase eiwit die kunnen leiden tot verminderde gevoeligheid voor de neuraminidase remmers Oseltamivir en Zanamivir: NA-I223V en/of NA-S247N. Een groot aandeel van clade D.3.1.1 virussen hebben NA-S247N en er worden ook dubbel-mutanten waargenomen. Met name de dubbel-mutant resulteert in verminderde gevoeligheid.
(Bron: RIVM/Erasmus MC (medisch centrum))
Elk jaar wordt op advies van experts door de WHO (World Health Organization) advies uitgebracht over de vaccin samenstelling. Gezien het feit dat griep epidemie op het zuidelijk halfrond in een ander periode valt dan op het noordelijk halfrond, wordt dit advies afzonderlijk gegeven. De samenstelling wordt geadviseerd op basis van op dat moment beschikbare gegevens over circulerende virus varianten en de bijbehorende antigene eigenschappen. Omdat de samenstelling ruim voor aanvang van de epidemie bepaald moet worden in verband met productie en distributie kan het zijn dat de vaccin samenstelling niet altijd een ideale weergave is van de virus varianten die dominant zijn tijdens de daarop volgende griep epidemie.
Voor het seizoen 2025-2026 is de volgende vaccin samenstelling bepaald voor ei-gebaseerde vaccins die in Nederland worden gebruikt:
- een A/Victoria/4897/2022 (H1N1)pdm09-achtig clade 5a.2a.1 subclade D virus
- een A/Croatia/10136RV/2023 (H3N2)-achtig clade 2a.3a.1 subclade J.2 virus
- een B/Austria/1359417/2021 (B/Victoria-lijn)-achtig clade V1A.3a.2 subclade C virus.
Meer informatie
Van de monsters die het NIC (Nationaal Influenza Centrum) in het seizoen 2024-2025 analyseerde kwamen in de verschillende bronnen zowel A(H1N1)pdm09, A(H3N2) als B/Victoria voor.
- Van de genetisch gekarakteriseerde A(H1N1)pdm09-virussen uit de verschillende bronnen behoorde 82% tot clade 5a.2a, met een meerderheid tot subclade C1.9.3.
- Van de genetisch gekarakteriseerde A(H3N2)-virussen behoorden op één na alle tot clade 2a.3a.1, voornamelijk tot subclades J.2, J.2.2 en J.2.3.
- Virussen van de B/Victoria-lijn behoorden allemaal tot clade V1A.3a.2, voornamelijk tot subclade C.5.1.
Antigene karakterisering
Veranderingen in het hemagglutinine-eiwit (HA) van het griepvirus kunnen leiden tot andere antigene eigenschappen van het virus, zoals verminderde gevoeligheid van de afweer die is opgewekt door eerdere infecties en vaccinatie.
A(H1N1)pdm09- en B/Victoria-lijn-griepvirussen
Voor representatieve sets A(H1N1)pdm09- en B/Victoria-lijn-griepvirussen toonde antigene karakterisering aan dat de varianten die in Nederland circuleerden tijdens het griepseizoen 2024-2025 in het laboratorium goed werden herkend door antistoffen die waren ontwikkeld tegen de griepvirussen in het vaccin.
A(H3N2)-griepvirussen
Binnen de A(H3N2)-griepvirussen die in Nederland circuleerden tijdens het griepseizoen 2024-2025 identificeerde het NIC verschillende antigeen-afwijkende virussen. Virussen met aminozuursubstituties S145N of N158K in het hemagglutinine-eiwit op de buitenkant van het virus vertoonden in het laboratorium tot acht keer lagere titers vergeleken met homologe titers van antisera die waren ontwikkeld tegen de griepvirussen in het vaccin voor 2024-2025 en de aanbevolen griepvirussen voor het vaccin voor 2025-2026. Virussen met dubbele aminozuursubstituties S145N + N158K of N158K + K189R hadden 8- tot 32-voudig verlaagde titers, of titers onder de detectielimiet van de test, ten opzichte van antisera die waren opgewekt tegen vaccinstammen. Dit wijst erop dat de vaccins mogelijk minder bescherming boden tegen deze varianten van het griepvirus. Of deze H3N2 zich verder verspreiden in het seizoen 2025-2026 houdt het NIC nauwlettend in de gaten. Actuele data zullen periodiek worden gepubliceerd.
(Bron: RIVM/Erasmus MC (medisch centrum))
Aantal Influenza A(H1N1)pdm09 virussen in seizoen 2024-2025
Skip chart 'Genetische karakterisatie van de influenza type A (H1N1)pdm09 virusen uit de Nivel-peilstations, NIC-surveillance en Infectieradar zelfbemonsteringonderzoek' and go to datatableIn de periode van juni t/m september werd dit figuur niet wekelijks geüpdatet.