WHO wil minder schadelijke stoffen in tabaksrook

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wil de gezondheidsschade van tabaksrook verminderen. Daarom adviseert ze om de hoeveelheid van een aantal schadelijke stoffen in tabaksrook te verlagen. Hiermee wil ze ook voorkomen dat er nieuwe rookwaren op de markt komen die nog slechter zijn voor de gezondheid. Van de meer dan 6.000 stoffen in tabaksrook heeft de WHO er 9 geselecteerd die een extra groot risico hebben op ernstige gezondheidsschade. Deze variëren van een kleine hoeveelheid zeer schadelijke stof tot een relatief grote hoeveelheid van een minder schadelijke stof. Bijna alle geselecteerde stoffen zijn kankerverwekkend. Voorwaarde voor de selectie was dat de hoeveelheid van de stof in de tabaksrook kan worden verlaagd door het productieproces aan te passen.

1. Aceetaldehyde

  • Algemeen gebruik: oplosmiddel in de rubber-, looi- en papierindustrie; conserveermiddel voor fruit en vis.
  • Herkomst: komt vrij bij verbranding van bijvoorbeeld suikers en glycerol.
  • In tabaksrook: komt vrij bij de verbranding van tabak en stoffen die aan een sigaret zijn toegevoegd, zoals suikers, sorbitol en glycerol. Sigarettenrook bevat relatief veel van deze stof. Het is zelfs een van de hoofdbestanddelen, naast teer, nicotine en koolmonoxide.
  • Gezondheidsrisico’s bij verbranding: veroorzaakt irritatie in de luchtwegen en is mogelijk kankerverwekkend.
  • Extra verslavend? Waarschijnlijk. Het versterkt het verslavende effect van nicotine. In de hersenen zorgt nicotine ervoor dat bepaalde stoffen vrijkomen die een belonend gevoel teweegbrengen. Een reactieproduct van aceetaldehyde is harman. Deze stof zorgt ervoor dat de belonende stoffen in de hersenen minder snel afgebroken worden.

2. Acroleïne (of: propenal of acrylaldehyde)

  • Algemeen gebruik: bestrijdingsmiddel voor algen, onkruid, bacteriën en weekdieren. Ook als grondstof voor andere chemicaliën.
  • Herkomst: komt vrij in uitlaatgassen van auto’s en in fabrieken waar acroleïne wordt gebruikt.
  • In tabaksrook: komt vrij bij de verbranding van tabak en stoffen die aan een sigaret zijn toegevoegd, zoals suikers, sorbitol en glycerol.
  • Gezondheidsrisico’s: kan al bij een kleine hoeveelheid en korte blootstelling de luchtwegen irriteren en beschadigen.

3. Benzeen

  • Algemeen gebruik: bij het maken van kunststoffen.
  • Herkomst: gemaakt van petroleum. Kan ook bij natuurlijke processen ontstaan, zoals bij bosbranden en in vulkanen. Komt voor in de lucht rondom benzinestations, in de uitstoot van motorvoertuigen en in dampen en gassen van lijm, verf, en oplosmiddelen.
  • In tabaksrook: ontstaat bij de verbranding van tabak. Een gemiddelde roker krijgt elke dag gemiddeld 10 keer meer benzeen binnen dan een niet-roker.
  • Gezondheidsrisico’s: kankerverwekkend. Langdurige blootstelling kan acute leukemie veroorzaken.

4. Benzo[a]pyreen (BaP)

  • Algemeen gebruik: deze stof komt vrij bij de verbranding of verhitting van plantaardige of dierlijke grondstoffen.
  • Herkomst: zit in uitlaatgassen van (diesel)auto’s en rook uit houtkachels. Komt (als verontreiniging) voor in de lucht, in water, in de bodem en bezinksel, en soms ook in etenswaar. BaP behoort tot de groep van Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK’s), die vergelijkbare effecten hebben.
  • In tabaksrook: ontstaat bij de verbranding van tabak.
  • Gezondheidsrisico’s: kankerverwekkend. Is met de andere PAK’s een van de belangrijkste veroorzakers van kanker door roken, vooral omdat tabaksrook een grote hoeveelheid van deze stoffen bevat.

5. Butadieen (1,3 Butadieen)

  • Algemeen gebruik: grondstof voor het maken van rubber voor autobanden en kunststoffen zoals nylon.
  • Herkomst: zit in uitlaatgassen van auto’s, rook uit houtkachels en rook bij bosbrand. Komt ook vrij bij industriële processen.
  • In tabaksrook: komt vrij bij de verbranding van tabak en stoffen die aan een sigaret zijn toegevoegd, zoals suikers of cellulose.
  • Gezondheidsrisico’s: kankerverwekkend. Langdurige blootstelling kan leukemie en lymfeklierkanker veroorzaken. Ook zijn er aanwijzingen dat butadieen bloedarmoede en skeletafwijkingen kan veroorzaken.

6. Formaldehyde

  • Algemeen gebruik: in de chemische industrie en bij de productie van medicijnen. Formaldehyde zit onder andere in spaanplaat, MDF, textiel, en make-up.
  • Herkomst: komt vrij bij de stofwisseling in het menselijk lichaam en bij natuurlijke processen in het milieu.
  • In tabaksrook: komt vrij bij de verbranding van tabak en bepaalde stoffen die aan tabaksproducten worden toegevoegd, zoals suikers, sorbitol en glycerol.
  • Gezondheidsrisico’s: kankerverwekkend. Kan kanker in de neus en luchtpijp en mogelijk leukemie veroorzaken. Kan ook de luchtwegen irriteren en beschadigen, en de ogen irriteren.
  • Extra verslavend? Waarschijnlijk. Versterkt het verslavende effect van nicotine. In de hersenen zorgt nicotine ervoor dat bepaalde stoffen vrijkomen die een belonend gevoel teweegbrengen. Een reactieproduct van formaldehyde is norharman. Deze stof zorgt ervoor dat de belonende stoffen in de hersenen minder snel afgebroken worden.

7. Koolmonoxide (CO)

  • Algemeen gebruik: deze stof komt vrij bij verbrandingsprocessen.
  • Herkomst: zit in uitlaatgassen van auto’s, gaskachels, houtkachels en verwarmingsketels. Komt in het menselijk lichaam vrij bij de stofwisseling en bij natuurlijke processen in het milieu.
  • In tabaksrook: ontstaat bij verbranding van tabak. Sigarettenrook kan grote hoeveelheden koolmonoxide bevatten. Vooral bij het roken van een waterpijp komt veel koolmonoxide vrij, voornamelijk wanneer de waterpijp verhit wordt met houts- en natuurkooltjes.
  • Gezondheidsrisico’s: het zorgt ervoor dat het bloed minder zuurstof kan verspreiden door het lichaam. Organen en spieren krijgen daardoor te weinig zuurstof. Risico is dat het uithoudingsvermogen slechter wordt. Bij mensen met hart- en vaatziekten kunnen klachten erger zijn. Bij zwangere vrouwen kan het geboortegewicht van het ongeboren kind afnemen. In een hoge concentratie kan een koolmonoxidevergiftiging optreden. Deze symptomen lijken op een griepje: lichte hoofdpijn, misselijkheid, overgeven en vermoeidheid. Ook kunnen verwardheid, slaperigheid of een versnelde hartslag optreden. Ernstige symptomen van CO-vergiftiging zijn bewusteloosheid, coma en dood.

8 en 9. NNN en NNK

  • Algemeen gebruik: wordt soms aan voeding toegevoegd om de houdbaarheid te verbeteren of de kleur.
  • Herkomst: behoren tot de zogenoemde tabakspecifieke nitrosamines. Ze worden in tabaksbladeren gevormd door een natuurlijk proces (reactie tussen nitriet en eiwitten). Ze zitten ook van nature in voeding (met name groenten). Volledige namen: N’-Nitrosonornicotine (NNNN’-Nitrosonornicotine) en 4-(methylnitrosamino)-1-(3-pyridyl)-1-butanone (NNK4-(methylnitrosamino)-1-(3-pyridyl)-1-butanone).
  • In tabaksrook: komen vrij bij de verbranding van tabak. De hoeveelheid hangt onder andere af van het soort tabak en hoe de tabak verwerkt is.  
  • Gezondheidsrisico’s: de belangrijkste veroorzakers van kanker door roken, vooral in de longen en luchtwegen. Dit risico bestaat al bij kleine hoeveelheden van deze stoffen in tabaksrook. In groenten is de hoeveelheid zo laag dat het risico te verwaarlozen is.