14 veelvoorkomende toevoegingen aan tabak

Op deze pagina worden 14 toevoegingen beschreven die veel voorkomen in tabaksproducten én schadelijke, verslavende en/of aantrekkelijk makende eigenschappen hebben. Bij elke toevoeging is beschreven:

  • Hoe de stof in het dagelijks leven wordt gebruikt;
  • Waar de stof van nature voorkomt;
  • Waarom het aan een sigaret wordt toegevoegd;
  • Wat de gezondheidsrisico’s zijn.

1. Ammoniak (en andere ammoniumverbindingen)

  • Algemeen gebruik: in de chemische industrie, om meststoffen, vezels, kunststoffen en explosieven te maken. Wordt ook toegevoegd aan voeding en dranken.
  • Herkomst: komt van nature in kleine hoeveelheden voor in de atmosfeer en wordt ook gevormd in rottende dieren en planten. Wordt ook bij mensen van nature in het lichaam aangemaakt.
  • Gebruik in sigaretten: komt vrij bij de verbranding van tabak, maar wordt ook als extra stof toegevoegd aan een sigaret. Zorgt ervoor dat de sigaret minder snel opbrandt.
  • Gezondheidsrisico’s:
    • Schadelijk: giftig bij inademing en kan irritatie aan ogen en slijmvliezen veroorzaken.
    • Verslavend: er zijn aanwijzingen dat ammoniak er voor zorgt dat nicotine gemakkelijker in het lichaam wordt opgenomen.
    • Aantrekkelijk: zorgt in combinatie met  suikers voor verbeterde smaak.

2. Cacao

  •  Algemeen gebruik: in chocolade en andere etens- en drinkwaren en in cosmetica.
  • Herkomst: uit de cacaoboon, de vrucht van de cacaoboom.
  • Gebruik in sigaretten: wordt toegevoegd als smaakstof (chocoladesmaak).
  • Gezondheidsrisico’s:
    • Schadelijk: er zijn aanwijzingen dat er door de verbranding van cacao schadelijke stoffen ontstaan, zoals furfural. Het is niet duidelijk of sigarettenrook hierdoor schadelijker wordt, onder andere omdat de hoeveelheid cacao in sigaretten erg klein is.
    • Verslavend: bestanddelen van cacao kunnen het verslavende effect van nicotine versterken. In de praktijk gebeurt dit echter waarschijnlijk niet, omdat de hoeveelheid cacao in sigaretten daarvoor te klein is.
    • Aantrekkelijk: cacao heeft een lekkere smaak, maar het is niet bekend of tabaksproducten hierdoor aantrekkelijker smaken.

3. Carob en gom (Johannesbrood)

  • Algemeen gebruik: onder andere in voedsel als smaakstof (chocolade/cacaosmaak) of als verdikkingsmiddel.
  • Herkomst: uit de vruchten van de Johannesbroodboom.
  • Gebruik in sigaretten: wordt toegevoegd als smaakstof (noten- en karamelsmaak).
  • Gezondheidsrisico’s:
    • Schadelijk: bij verbranding ontstaan kankerverwekkende stoffen zoals benzeen en formaldehyde.
    • Verslavend: bij verbranding ontstaat aceetaldehyde, een stof die de verslavende werking van nicotine versterkt.
    • Aantrekkelijk: voegt een zoete smaak toe, maskeert de bittere smaak van rook en zorgt ervoor dat de rook minder scherp en irriterend is voor de luchtwegen.
    • Anders: bij verbranding van suikers uit carob en gom komen zuren vrij, waardoor de rook minder scherp van smaak wordt en gemakkelijker te inhaleren is.

4. Cellulosevezels

  • Algemeen gebruik: onder andere om papier, textiel en karton te maken. Het is ook een onderdeel van anti-aanbakmiddelen of verdikkingsmiddelen.
  • Herkomst: uit plantaardige producten, zoals houtpulp, katoen, vlas en hennep.
  • Gebruik in sigaretten: wordt toegevoegd aan tabak als bind- en opvulmiddel. Het zit ook in het sigarettenfilter en in de papierwikkel van de sigaret. Het zorgt ervoor dat een sigaret minder snel opbrandt. Hoe meer cellulose er in een sigaret zit, hoe meer rook de sigaret afgeeft.
  • Gezondheidsrisico’s:
    • Schadelijk: bij verbranding komen veel schadelijke stoffen vrij die de ogen en de bovenste luchtwegen kunnen irriteren of kankerverwekkend zijn.
    • Verslavend: bij verbranding ontstaat aceetaldehyde, een stof die de verslavende werking van nicotine versterkt.
    • Aantrekkelijk: indirect doordat er smaakmakers aan cellulose kunnen worden toegevoegd die de geur van de sigarettenrook aangenamer maken.

5. Furfural

  • Algemeen gebruik: smaakstof in eten en drinken (zoet, houtachtig, lijkt op caramel).
  • Herkomst: uit landbouwgewassen, zoals haver en tarwe. Zit ook van nature in tabaksbladeren.
  • Gebruik in sigaretten: zit al in tabak, en komt ook vrij als bepaalde toevoegingen verbranden, zoals suikers en sorbitol. Wordt in enkele gevallen ook toegevoegd aan sigaretten als smaakstof.
  • Gezondheidsrisico’s:
    • Schadelijk: kan in principe bij verbranding irritatie van de luchtwegen veroorzaken. Maar in de praktijk gebeurt dit waarschijnlijk niet, omdat sigarettenrook daarvoor te weinig furfural bevat. Furfural veroorzaakt zelf geen kanker, maar versnelt wel de ontwikkeling van kanker die door andere toevoegingen wordt veroorzaakt.
    • Verslavend: nee.
    • Aantrekkelijk: furfural heeft een lekkere smaak, maar het is niet bekend of tabaksproducten hierdoor beter smaken.

6. Glycerol (glycerine)

  • Algemeen gebruik: onder andere om zeep en schoonmaakmiddelen, medicijnen, cosmetica, voedsel, verf, hars en papier te maken.
  • Herkomst: uit plantaardige en dierlijke vetten.
  • Gebruik in sigaretten: wordt aan tabak toegevoegd om het vochtig te maken/houden, zodat het minder snel opbrandt. Een sigaret bevat relatief veel glycerol; het is daarmee een van de belangrijkste toevoegingen.
  • Gezondheidsrisico’s:
    • Schadelijk: bij verbranding irriteert het de luchtwegen.
    • Verslavend: hier zijn geen aanwijzingen voor.
    • Aantrekkelijk: maakt roken makkelijker door tabak vochtig te houden.

7. Guargum

  • Algemeen gebruik: verdikkings- en bindmiddel in eten, zoals in ontbijtgranen, zuivelproducten, jus, bewerkte groenten en brood en banket. Het wordt ook gebruikt in medicijnen en cosmetica.
  • Herkomst: uit de zaden van de guarplant.
  • Gebruik in sigaretten: wordt aan tabak toegevoegd als bindmiddel en aan het wikkelpapier van de sigaret.
  • Gezondheidsrisico’s:
    • Schadelijk: bij verbranding ontstaan verschillende giftige stoffen, waaronder kankerverwekkende stoffen zoals formaldehyde en benzeen, en mogelijk kankerverwekkende stoffen zoals aceetaldehyde.
    • Verslavend: bij verbranding ontstaat aceetaldehyde, een stof die de verslavende werking van nicotine versterkt.
    • Aantrekkelijk: bij verbranding ontstaan stoffen die lekker ruiken en smaken, zoals furfural en butaandion (butterscotch).

8. Menthol

  • Algemeen gebruik: smaakstof in eten en drinken, maar ook in cosmetica en medicijnen.
  • Herkomst: uit bepaalde plantensoorten, zoals pepermunt, akkermunt en aarmunt.
  • Gebruik in sigaretten: wordt toegevoegd als smaakstof, het geeft een muntsmaak aan de geïnhaleerde rook. Het wordt aan de tabak toegevoegd, maar ook aan het sigarettenfilter en aan het binnenste folie van een sigarettenpakje. De tabaksindustrie is één van de grootste gebruikers van menthol.
  • Gezondheidsrisico’s:
    • Schadelijk: bij verbranding verbrandt maar een heel klein deel van de stof. Hierbij kunnen wel kleine hoeveelheden kankerverwekkende stoffen, zoals benzo(a)pyreen en benzeen vrijkomen. Menthol zorgt er ook voor dat sigarettenrook gemakkelijker en dieper kan worden geïnhaleerd, waardoor schadelijke stoffen dieper in de longen terechtkomen.
    • Verslavend: heeft een verdovend effect op de keel en verhoogt de zachtheid van de rook, waardoor nicotine gemakkelijker en dieper kan worden geïnhaleerd. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat menthol de afbraak van nicotine remt en de hersenen gevoeliger maakt voor nicotine.
    • Aantrekkelijk: zorgt voor een zachtere en minder scherpere rook. Bij sommige sigaretten overheerst de mentholsmaak; zij worden specifiek verkocht als mentholsigaretten. Veel jonge mensen roken deze sigaretten. Het is vaak de eerste soort sigaretten die zij roken. Vanaf 20 mei 2020 zijn mentholsigaretten verboden binnen de Europese Unie.

9. Propyleenglycol

  • Algemeen gebruik: in voeding, cosmetica en medicijnen, maar ook voor namaakrook en mist bij discotheken, theaters of tvtelevisie-producties.
  • Herkomst: uit aardolie.
  • Gebruik in sigaretten: wordt aan de tabak of aan de sigarettenfilter toegevoegd om de tabak vochtig te houden, zodat de sigaret niet uitdroogt.
  • Gezondheidsrisico’s:
    • Schadelijk: bij verbranding irriteert het de luchtwegen en ogen en er ontstaan giftige stoffen die mogelijk kankerverwekkend zijn.
    • Verslavend: hier zijn geen aanwijzingen voor.
    • Aantrekkelijk: maakt roken makkelijker door tabak vochtig te houden.

10. Pruimensap

  • Algemeen gebruik: in eten en drinken als zoetstof, kleurstof en/of smaakstof, als bindmiddel in granenrepen, en in cake en koekjes als 'bevochtigingsmiddel' om ze zacht te houden.
  • Herkomst: uit rijpe gedroogde pruimen.
  • Gebruik in sigaretten: wordt als smaakstof aan tabak toegevoegd.
  • Gezondheidsrisico’s:
    • Schadelijk: het is (nog) niet bekend welke stoffen vrijkomen bij de verbranding van pruimensap. Omdat pruimensap veel suiker bevat, komen waarschijnlijk dezelfde stoffen vrij als bij de verbranding van suiker. Dat zijn stoffen die de luchtwegen irriteren, zoals acroleine en furfural, en kankerverwekkende stoffen zoals formaldehyde en aceetaldehyde.
    • Verslavend: bij verbranding van suikers uit pruimensap ontstaat aceetaldehyde, een stof die de verslavende werking van nicotine versterkt.
    • Aantrekkelijk: voegt een zoete smaak toe en maskeert de bittere smaak van rook.
    • Anders: bij verbranding van suikers uit pruimensap komen zuren vrij, waardoor de rook minder scherp van smaak wordt en gemakkelijker te inhaleren is.

11. Sorbitol

  • Algemeen gebruik: smaakstof (kunstmatige zoetstof), bevochtigingsmiddel om te voorkomen dat voedsel of cosmetica uitdroogt.
  • Herkomst: uit bepaalde vruchten, zoals appel en peer, maar wordt ook in het menselijk lichaam aangemaakt.
  • Gebruik in sigaretten: komt van nature voor in tabak, maar wordt toegevoegd om uitdroging van tabak te voorkomen en de verbranding van de tabak te verbeteren.
  • Gezondheidsrisico’s:
    • Schadelijk: bij verbranding ontstaan giftige stoffen die de luchtwegen irriteren, zoals acroleine en furfural, en kankerverwekkende stoffen zoals formaldehyde en aceetaldehyde.
    • Verslavend: bij verbranding ontstaat aceetaldehyde, een stof die de verslavende werking van nicotine versterkt.
    • Aantrekkelijk: maakt roken makkelijker door tabak vochtig te houden. Geeft bij verbranding een licht bittere smaak en onaangename geur aan sigarettenrook.

12. Suikers

  • Algemeen gebruik: als zoetstof in eten en drinken.
  • Herkomst: zitten van nature in alle planten en dieren, en dus ook in tabak(splanten).
  • Gebruik in tabak: zitten al van nature in tabak, maar worden extra toegevoegd als smaakstof, als bindmiddel en om de tabak vochtig te houden. Van alle toevoegingen die een sigaret bevat, vormen suikers het grootste aandeel.
  • Gezondheidsrisico’s:
    • Schadelijk: bij verbranding ontstaan giftige stoffen die de luchtwegen irriteren, zoals acroleine en furfural, en kankerverwekkende stoffen zoals formaldehyde en aceetaldehyde.
    • Verslavend: bij verbranding ontstaat aceetaldehyde, een stof die de verslavende werking van nicotine versterkt.
    • Aantrekkelijk: voegt een zoete smaak toe en maskeert de bittere smaak van rook.
    • Anders: bij verbranding komen zuren vrij, waardoor de rook minder scherp van smaak wordt en gemakkelijker te inhaleren is.

13. Vanilline

  • Algemeen gebruik: als smaakstof in eten en drinken, maar ook in cosmetica, medicijnen en parfum.
  • Herkomst: uit de vruchten van de vanilleplant, maar kan ook chemisch worden gemaakt.
  • Gebruik in tabak: kan als smaakstof worden toegevoegd aan tabak, papierwikkel en filter.
  • Gezondheidsrisico’s:
    • Schadelijk: bij verbranding ontstaan verschillende giftige en ook kankerverwekkende stoffen.
    • Verslavend: Er zijn aanwijzingen dat vanilline het verslavende effect van nicotine kan versterken.
    • Aantrekkelijk: voegt een zoete smaak toe en maskeert de bittere smaak van rook.

14. Zoethoutextract

  • Algemeen gebruik: als zoetstof in eten, drinken, snoepgoed en kauwgom, en vanwege zijn medicinale eigenschappen in medicijnen en in hoestsiroop.
  • Herkomst: uit de wortel van de plant Glycyrrhiza glabra.
  • Gebruik in tabak: wordt toegevoegd als smaakstof aan tabak.
  • Gezondheidsrisico’s:
    • Schadelijk: bij verbranding worden verschillende giftige stoffen gevormd die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid zoals tolueen en fenol, maar ook kankerverwekkende stoffen zoals benzeen en stoffen die mogelijk kankerverwekkend zijn zoals aceetaldehyde.
    • Verslavend: bij verbranding ontstaat aceetaldehyde, een stof die de verslavende werking van nicotine versterkt. Mogelijk verwijdt het de luchtwegen, waardoor de rook dieper geïnhaleerd kan worden. Het is niet duidelijk of dit daadwerkelijk gebeurt, omdat sigaretten daarvoor te weinig zoethoutextract bevatten.
    • Aantrekkelijk: verbetert de smaak, helpt tabak vochtig houden en zorgt voor een minder droge mond en keel tijdens het roken.
    • Anders: bij verbranding van suikers uit zoethoutextract komen zuren vrij, waardoor de rook minder scherp van smaak wordt en gemakkelijker te inhaleren is.