In maart 2020 nam de Nederlandse overheid de eerste maatregelen om de verspreiding van het coronavirus zoveel mogelijk in te dammen. Nederland ging toen in een 'intelligente lockdown'. Om te weten te komen welk effect de maatregelen hadden op de Nederlandse bevolking, afgezien van de besmettingscijfers, startte de Coronagedragsunit van het RIVM in april 2020 samen met GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) GHOR Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) Nederland en de regionale GGD'en een vragenlijstonderzoek. Dit om periodiek in kaart te brengen hoe mensen de maatregelen ervaren, wat het effect ervan is op hun welbevinden, en of ze zich aan de maatregelen (willen) houden. In het begin vond dit onderzoek elke drie weken plaats. Vanaf juli 2020 was dit elke zes weken. Tot en met september 2021 zijn er 15 meetronden geweest. Hieronder vindt u een samenvatting van de resultaten van deze 15 meetronden.

Draagvlak en vertrouwen

Het draagvlak voor de maatregelen was aan het begin van de coronapandemie zeer hoog. Bij de eerste meetronde in april 2020 konden alle maatregelen rekenen op een steun van meer dan 90%. In de loop van de tijd daalde het draagvlak in meer of mindere mate afhankelijk van de maatregel. Voor sommige maatregelen daalde het nauwelijks, zoals voor hoesten en niezen in de elleboog (van 94% naar 88%) en het gebruik van papieren zakdoekjes (van 90% naar 84%). Voor andere maatregelen daalde het draagvlak meer en verliep de daling grilliger. Het draagvlak voor thuiswerken vertoonde de meeste daling (van 86% naar 57%), maar een ruime meerderheid steunt deze maatregel nog steeds.

Voor het vertrouwen in de aanpak van de Nederlandse overheid was de daling groter dan voor het draagvlak. Had aan het begin van de pandemie nog een ruime meerderheid van de deelnemers vertrouwen in de Nederlandse aanpak of sprak daar positief over, bij ronde 15 (september 2021) is dit gedaald naar ongeveer een kwart van de deelnemers.

Naleven van gedragsregels

Het hangt van de gedragsregel af hoe goed deelnemers zich eraan houden. Aan sommige regels houden over de hele periode vrijwel alle deelnemers zich, bijvoorbeeld geen handen schudden of een mondkapje opzetten in het openbaar vervoer.

Aan andere regels houden de deelnemers zich een stuk minder en varieert naleving meer over de tijd, bijvoorbeeld voor het testen en thuisblijven bij klachten. Aan deze laatste twee maatregelen houden de minste deelnemers zich. Het percentage deelnemers dat test bij klachten varieert tussen de 40 en 66%. Bij invoering van de maatregel in de zomer van 2020 testte ruim 40% van de deelnemers bij klachten. Dit steeg naar 66% in de daaropvolgende herfst en winter, toen de testen ruimer beschikbaar werden en de besmettingsaantallen opliepen. Sinds mei 2021, toen de samenleving meer open ging, zien we een gestage daling tot 40% in september 2021. Het gebruik van zelftesten neemt – na de introductie begin mei 2021 – gestaag toe. Het hoogste gebruik is te zien bij de groep 16 tot 24-jarigen (tot ruim 60%).

Hoe goed de deelnemers zich aan de gedragsregels houden lijkt samen te hangen met hoe makkelijk ze het vinden om de regels na te leven. Geen handen schudden, hoesten/niezen in de elleboog, en een mondkapje dragen in het openbaar vervoer vinden de meeste deelnemers gemakkelijk. 1,5 meter afstand houden vinden de meesten het minst makkelijk. Aan het begin van de pandemie en tijdens de lockdown van december 2020 tot juni 2021 vonden de deelnemers het wel makkelijker zich aan de 1,5 meter afstand te houden dan in  de perioden zonder lockdown.

De mate waarin deelnemers de gedragsregels naleven hangt ook samen met wat deelnemers hun omgeving zien doen. De meeste deelnemers zien hun omgeving geen handen schudden en de mondkapjesplicht in het openbaar vervoer naleven. Veel minder deelnemers zien hun omgeving 1,5 meter afstand houden. Het minste aantal deelnemers ziet hun omgeving regelmatig 20 seconden de handen wassen.

Welbevinden

Gedurende de hele periode gaven de deelnemers hun eigen leven een ruime 7. Tijdens de versoepelingen lag het gemiddelde iets hoger (7,5) en tijdens de lockdown iets lager (6,9). Over de hele linie was het percentage deelnemers dat last had van slaapproblemen, stress of angst 15% of minder. Kijken we voor de psychische gezondheid naar leeftijdsgroepen, dan ziet het beeld er verschillend uit. Voor de deelnemers ouder dan 40 jaar was de psychische gezondheid beter dan voor de groepen 16 tot 24 en 25 tot 39-jarigen. De psychische gezondheid van deze laatste twee groepen is in september 2021 ongeveer gelijk aan de start van het onderzoek in april 2020 (ruim 70%), maar was minder goed in de zomer van 2020 en tijdens de lockdown met als dieptepunt 49% psychisch gezond in februari 2021. De jongste leeftijdsgroep voelt zich ook het meest eenzaam.

Vaccinatiebereidheid

In januari 2021 kwamen er vaccins tegen het coronavirus beschikbaar. Vanaf dat moment was de vaccinatiebereidheid van alle leeftijdsgroepen hoog (77 – 94%). Gedurende 2021 liep dit percentage op voor alle leeftijdsgroepen tot 91-98% in september 2021. In september 2021 was 94% van de deelnemers volledig gevaccineerd of voldoende beschermd. 5% wilde niet gevaccineerd worden. De vaccinatiegraad onder de deelnemers aan dit vragenlijstonderzoek wijkt af van de geregistreerde vaccinatiegraad voor heel Nederland. Er doen meer gevaccineerde mensen mee aan dit onderzoek (94%) dan volgens de landelijke registratie gevaccineerd zijn (84% in september 2021).