In maart 2021 zijn er in Nederland een jaar maatregelen van kracht om verspreiding van het coronavirus in te dammen. Hiermee moet de druk op de ziekenhuizen worden verspreid, zodat zoveel mogelijk mensen goede zorg kunnen ontvangen. De maatregelen hebben een grote invloed op het dagelijks leven van Nederlanders en vragen om ons gedrag aan te passen. Het gedragsonderzoek van de Corona Gedragsunit (RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en is sinds april 2020 elke paar weken afgenomen. Het onderzoek probeert in kaart te brengen hoe mensen de verschillende maatregelen die (op dat moment) gelden naleven, hoe zij de pandemie beleven en hoe deze dingen veranderen door de tijd heen.

Gedurende het jaar zijn er verschillende fases in de pandemie te onderscheiden, die ook terug te zien zijn in de resultaten uit het onderzoek. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met verschillende maatregelen die golden, stijgingen en dalingen in de besmettings- en sterftecijfers en het sentiment in de maatschappij en in de media.

Het vragenlijstonderzoek is gestart in april 2020, ongeveer een maand nadat de eerste coronamaatregelen werden ingevoerd (‘intelligente lockdown’). In deze periode lieten de resultaten van het onderzoek zien dat naleving van en draagvlak voor de maatregelen hoog waren, al gaven deelnemers aan dat ze in mindere mate achter de maatregelen zouden staan als deze nog 6 maanden zouden duren. Dit gold vooral voor de contactbeperkende maatregelen (bijvoorbeeld thuisblijven, zo min mogelijk bezoek ontvangen, niet bij 70-plussers of mensen met een kwetsbare gezondheid op gezoek gaan). Ongeveer een derde van de deelnemers gaf aan stress, angst en een hulpeloos gevoel door de coronapandemie te ervaren. Het vertrouwen in de aanpak van de overheid was daarentegen hoog en het merendeel van de deelnemers vond ook dat de overheid op een rechtvaardige manier het beleid bepaalde.

In juni en juli waren de meeste maatregelen versoepeld, omdat de besmettingscijfers sterk gedaald waren. Ook waren er geen coronapersconferenties. De hygiënemaatregelen en het advies 1,5 meter afstand te houden golden wel nog steeds. De naleving hiervan lukte minder goed dan aan het begin van de pandemie. Steeds meer deelnemers gaven aan dat ze vaker binnen 1,5 meter van anderen kwamen of op een drukke plek waren geweest. Ook zagen ze andere mensen in hun omgeving minder goed de sociaal contactbeperkende en hygiënemaatregelen opvolgen. In lijn met de versoepelde maatregelen hadden de deelnemers ook meer sociale contacten en waren ze vaker in groepen. Het vertrouwen dat deelnemers hadden in de aanpak van de Nederlandse overheid was in deze periode hoog. Ook hadden de deelnemers, meer dan tijdens de eerste golf, het gevoel dat Nederland het beter deed dan andere landen. Mogelijk hangt dit samen met de emotionele dreiging die mensen ervaren (bijv. de mate waarin men ervaart dat het virus als dichtbij voelt, of zich zorgen maakt over het virus): deze was een stuk lager dan tijdens de eerste golf. Over het algemeen lag het sociaal en mentaal welzijn van de deelnemers dan ook hoger dan in de maanden daarvoor.

Vanaf augustus begonnen de besmettingscijfers op te lopen. Sinds eind september spreken we officieel van de tweede golf. In het najaar volgde een periode waarin de maatregelen steeds werden aangescherpt in reactie op toenemende besmettingscijfers. Vanaf 14 oktober gold een gedeeltelijke lockdown. De gedeeltelijke lockdown werd verzwaard op 4 november. Sinds 14 december is de tweede, volledige, lockdown van kracht, waarin alle niet-essentiële winkels moesten sluiten en al het onderwijs weer op afstand plaats vond. De lockdown werd verzwaard in januari, met de toevoeging van een avondklok en een verlaging van het maximum aantal bezoekers dat thuis mag worden ontvangen, van 2 naar 1 persoon per dag. In januari is Nederland bovendien begonnen met vaccineren. Er is sindsdien veel media-aandacht voor de vaccinatiestrategie en de veiligheid van de vaccins.

De resultaten van het vragenlijstonderzoek kunnen beschreven worden langs deze ontwikkelingen. De gevoelsmatige dreiging liep sinds de zomer gelijk op met de toenemende besmettingen en bereikte een piek in de periode vlak voor de gedeeltelijke lockdown werd ingevoerd. Vanaf dit moment daalde het aantal besmettingen en daarmee ook de gevoelsmatige dreiging, met een uitzondering voor de periode rondom de feestdagen. Het aantal deelnemers dat zich liet testen bij klachten volgt een zelfde ontwikkeling, dit is toegenomen sinds de zomer. Gelijk aan de piek in gevoelsmatige dreiging rond de feestdagen, lag ook het aantal deelnemers dat zich liet testen bij klachten in deze periode wat hoger. Het maximum aantal bezoekers werd tijdelijk opgehoogd naar 3. Opvallend is dat het mentaal welzijn licht toenam en deelnemers tijdens de feestdagen aangaven zich iets minder eenzamer te voelen.

De naleving van en draagvlak voor de geldende maatregelen blijft sinds de zomer vrij stabiel. De basisregel ‘geen handen schudden’ wordt het beste nageleefd, maar ook andere gedragsregels zoals afstand houden, niezen in de elleboog, handen wassen en thuiswerken worden door de meerderheid opgevolgd. Afstand houden lukt sinds de zomer steeds iets minder goed, met name bij het sporten of bij bezoek thuis is dit lastig. De sociaal contactbeperkende maatregelen kunnen daarentegen op steeds minder steun rekenen. Vooral het ontvangen van een maximaal aantal bezoekers thuis (sinds medio januari is dit 1 persoon) kan op weinig steun en naleving rekenen. Ook de avondklok die eind januari is ingevoerd is niet populair, maar deze wordt wel goed nageleefd. De vaccinatiebereidheid is voor het eerst uitgevraagd in juni 2020, ongeveer 7 op de 10 deelnemers gaf toen aan zich te willen laten vaccineren. Dit aantal daalde in de zomer en het najaar. Sinds de eerste vaccins zijn goedgekeurd voor de Nederlandse markt en het vaccineren op gang is gekomen, is de vaccinatiebereidheid steeds gestegen in alle leeftijdsgroepen: in maart 2021 geven meer dan 8 op de 10 deelnemers aan zich te willen laten vaccineren.

Het vertrouwen in de Nederlandse aanpak is gedurende het jaar afgenomen. Steeds minder mensen denken dat de overheid het coronabeleid op een eerlijke en rechtvaardige manier bepaalt. De dalende lijn kent twee uitzonderingen: in de zomer en na een verzwaard maatregelenpakket in november, waarna de besmettingen sterk daalden, was een lichte stijging te zien in steun voor het overheidsbeleid. In de laatste maanden is de steun verder gedaald. In deze periode gold de tweede (volledige) lockdown, die een aantal keer werd verlengd omdat de besmettingscijfers te hoog bleven. Bovendien was het Nederlandse vaccinatieprogramma begonnen en waren er in de media veel kritische geluiden te horen voor de vaccins zelf en de uitvoering van het programma.

Het mentaal welbevinden volgt ongeveer dezelfde ontwikkeling als de steun voor het coronabeleid, al verschilt dit sterk per leeftijdsgroep. Over het algemeen is de psychische gezondheid van deelnemers stabiel of daalt deze licht gedurende het jaar. Bij de jongste leeftijdsgroep (16-24) is het mentaal welzijn echter zeer sterk verminderd, bij de leeftijdsgroep hierboven (25-39) is het welzijn ook sterk gedaald, zij het in iets mindere mate. Eenzaamheid is door het jaar heen in iedere leeftijdsgroep toegenomen, maar het meest bij de jongeren. Bovendien mist iedereen het steeds meer om vrienden en familie in het echt te zien. 

Dit betreft de gegevens van de tien rondes van het coronagedragsonderzoek van het RIVM, GGD GHORGeneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio Nederland en de regionale GGD’en, in opdracht van het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport  en met financiering van Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWONederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) en Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie (ZonMwNederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie). Aan het onderzoek hebben in de periode april 2020 en februari 2021 tussen de 50.000 en 90.000 mensen per ronde deelgenomen.