Tegen de achtergrond van lage infectiecijfers en het stoppen van de persconferenties, laat het gedragsonderzoek al een aantal metingen zien dat de dreiging die respondenten ervaren door het virus, afneemt. In lijn met de versoepelingen hebben mensen ook weer meer sociale contacten, het mentaal en sociaal welzijn neemt toe, en men sport en beweegt meer. Dat zijn positieve ontwikkelingen. In de laatste meting zien we echter wel een verandering: de dreiging die men ervaart door het virus, neemt niet verder af. Ook scoren wat meer mensen een COVID-19 besmetting als (heel) ernstig en de kans op een 2e golf als (heel) waarschijnlijk. De bezorgdheid lijkt dus niet meer af te nemen, en zelfs weer wat toe te nemen. Let op: deze gegevens zijn verzameld voordat er een toename in infecties werd gerapporteerd door GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst GHORGeneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio Nederland en het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Mensen blijven ondertussen de hygiënemaatregelen naleven. Het vasthouden aan de regels die met het sociale leven te maken hebben, gaat minder goed. Op veel plekken houden steeds minder mensen 1,5 meter afstand en ook vermijden minder mensen drukke plekken. Op plekken waar op dit moment vaker nieuwe infecties plaatsvinden – op het werk; thuis; bij contact met familie; en in de horeca - wordt de 1,5 meter steeds vaker niet aangehouden. Ondertussen gaan veel mensen met klachten die op een COVID-19 infectie kunnen wijzen toch naar het werk, de supermarkt, de horeca, of op bezoek bij vrienden en familie. En vier van de vijf mensen met klachten laten zich niet testen, al is er wel een toename in aantallen testen zichtbaar in de afgelopen weken.

Deze combinatie van factoren, waarbij mensen meer sociale contacten hebben, vaker in groepen zijn en minder de 1,5 meter aanhouden, biedt het corona virus meer kans om zich te verspreiden. De afgelopen week is uit de infectiecijfers gebleken dat er nu inderdaad een toename is in besmettingen. De besmettingen hebben zich momenteel nog maar beperkt verspreid naar mensen met een meer kwetsbare gezondheid. Uit het gedragsonderzoek blijkt echter wel dat het contact tussen mensen met een kwetsbare gezondheid en de leeftijdsgroepen (20 – 60 jaar) waarbij nu meer infecties worden vastgesteld, steeds frequenter is. Daardoor zou ook daar het virus meer kansen kunnen krijgen om zich te verspreiden.

De oorzaken van de afname in het naleven van de 1,5 meter en andere sociale maatregelen (thuis werken, drukte vermijden) lijken niet in eerste instantie door een afname in motivatie te komen: de ervaren dreiging van het virus lijkt stabiel, en zo ook hoe nuttig mensen de maatregelen vinden en de mate waarin ze achter de maatregelen staan. Wel lijken mensen het steeds moeilijker te vinden om zich aan deze gedragsregels te houden. Het wordt immers overal drukker en mensen zien anderen in hun omgeving zich minder aan de maatregelen houden.

Deze resultaten suggereren dat het informeren van mensen over de mogelijke risico’s en hoe goed de maatregelen ons daartegen beschermen (wat daarmee wordt voorkómen aan infecties of ziekenhuisopnames) zinvol kan zijn. Maar in het bijzonder lijkt het dat mensen met name baat kunnen hebben bij concrete handelingsperspectieven (wat moet ik in welke situatie doen en waarom?), hulpmiddelen en informatie (bijv. waar is het nu druk en waar rustig?), sociale steun (elkaar helpen de regels zoveel mogelijk na te leven), en een fysieke omgeving die slim is ingericht (bijv. zodat de 1,5 meter afstand houden de makkelijkste optie is, of toestroom van mensen wordt gereguleerd om drukte te beperken). Het vergt expertise (wetenschap en praktijk) in de gezondheidsbevordering om dergelijke complexe gedrags-interventies vorm te geven en in uitvoering te brengen.

Dit betreft de gegevens van de vijf rondes van het coronagedragsonderzoek van het RIVM, GGD GHOR Nederland en de regionale GGD’en, in opdracht van het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en met financiering van NWONederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en ZonMwNederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. Aan het onderzoek hebben in de periode april - juli 2020 tussen de 50.000 en 90.000 mensen per ronde deelgenomen.