Toepassingen van nanomaterialen worden ontwikkeld om mens en milieu te helpen. Denk aan nanomaterialen die emissies van broeikasgassen reduceren of waarmee vervuilde bodems kunnen worden schoongemaakt. Door het gebruik van nanomaterialen worden echter ook nanodeeltjes naar lucht, water en bodem uitgestoten. Wat gebeurt er vervolgens met deze deeltjes in het milieu? Veroorzaken ze dan risico’s voor mensen, dieren en planten? De snelle opmars van nanotechnologie vraagt om antwoorden op deze vragen.

Onderzoek naar milieurisico’s

Het onderzoek naar de mogelijke risico’s van nanodeeltjes op ecosystemen is in volle gang. Het nadert een punt waarop nano-specifieke aanpassingen van wet- en regelgeving voor stoffen worden doorgevoerd. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu volgt de ontwikkelingen binnen het milieuonderzoek nauwlettend en vergroot de kennis door onderzoek te doen naar:

  • De processen achter het gedrag van nanodeeltjes in het milieu;
  • De effecten van nanodeeltjes op ecosystemen;
  • Het voorspellen van de blootstelling en de effecten van nanomaterialen in het milieu;

Met deze kennis kan het RIVM de ministeries beter ondersteunen bij het maken van beleid voor nanotechnologie. Op internationaal en Europees niveau dragen we bij aan de implementatie van deze kennis in OESOOrganisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling-testrichtlijnen en in de regelgeving van chemische stoffen binnen REACH.

Verspreiding en gedrag

Inmiddels weten we dat de nanodeeltjes die vanuit producten in het milieu terecht komen vaak niet meer dezelfde eigenschappen hebben als de deeltjes die in eerste instantie in de producten voorkwamen. In het milieu gedragen nanodeeltjes zich anders dan de stoffen waar we in de regelgeving rekening mee houden. Zo kunnen nanodeeltjes samengeklonterd zijn tot grotere deeltjes. Ook kunnen deeltjes oplossen en daarna weer andere deeltjes vormen. Deze processen zorgen ervoor dat de verspreiding van nanodeeltjes in het milieu ‘anders’ is dan van gangbare chemicaliën. Samengeklonterde deeltjes zakken bijvoorbeeld sneller naar de bodem van een rivier of vallen simpelweg uit de lucht op de grond. Dit alles betekent dat de modellen die momenteel gebruikt worden voor de risicobeoordeling van stoffen, aangepast dienen te worden. Daarom is het model SimpleBox4nano ontwikkeld, dat specifiek gemaakt is om de verspreiding en blootstelling van organismen in het milieu aan nanodeeltjes te voorspellen.

Effecten op ecosystemen

Organismen kunnen nanodeeltjes opnemen via water, lucht en bodem. Of hierdoor nadelige effecten optreden is vaak niet duidelijk. Onderzoek met regenwormen, planten, en waterorganismen, zoals vissen en algen, moeten hierop antwoord geven. Vervolgens moet worden onderzocht hoe eventuele effecten op individuele organismen zich vertalen naar complexe ecosystemen. Het onderzoek van de laatste jaren heeft aangetoond dat voor het merendeel van de nanodeeltjes, de korte-termijn effecten op het ecosysteem beperkt zijn. Er is echter wel zorg over effecten op lange-termijn. Aangezien concrete informatie hierover ontbreekt, is onderzoek naar chronische effecten van nanomaterialen opgestart.

Wat zijn de risico’s

Een belangrijke vraag is hoe de huidige manier van milieurisicobeoordeling van stoffen moet worden aangepast voor nanodeeltjes. Tot op heden zijn er géén aanwijzingen dat dit niet het geval is. Het is echter wel belangrijk om nano-specifieke aanpassingen van de wet- en regelgeving door te voeren. Voorbeelden van benodigde aanpassingen zijn hierboven gegeven en betreffen de vragen over de stabiliteit van de deeltjes en de effecten van de deeltjes en van hun omzettingsproducten in het milieu. Op deze vragen tracht het RIVM antwoord te geven, deels middels eigen onderzoek maar bovenal door de internationale ontwikkelingen op dit gebied op de voet te volgen.