Het RIVM volgt de voortgang van het actieprogramma Kansrijke Start op basis van een speciaal hiervoor ontwikkelde set van indicatoren. Tijdens de looptijd van dit programma worden de cijfers van de indicatoren (graadmeters) elk jaar bijgewerkt en gerapporteerd.
Sinds 2019 gebruikt de Monitor Kansrijke Start een set indicatoren die is vastgesteld via een Delphi onderzoek. In 2024 is deze indicatorenset herzien. De reden hiervan is dat er veranderingen hebben plaatsgevonden binnen het actieprogramma en de beschikbaarheid van data. De herziening van de indicatorenset is uitgevoerd door middel van een aangepaste Delphi-methode. Hierbij zijn verschillende experts betrokken vanwege hun expertise bij Kansrijke Start. De herziening bestond uit twee rondes: een online vragenlijst en een bijeenkomst met een groep experts betrokken bij de monitor. Voor een uitgebreide beschrijving van de methode zie Herziening indicatorenset Kansrijke Start 2024.
Verdieping
Naast het jaarlijkse opleveren van de cijfers vindt er elk jaar een verdieping plaats. Dit kan een kwalitatief onderzoek zijn, zoals het organiseren van focusgroepen met stakeholders en het afnemen van interviews, of een uitgebreide kwantitatieve verdieping op één van de indicatoren. Hiermee krijgen we nog meer inzicht in de invoering en ervaringen met het actieprogramma.
Inzet interventies en activiteiten
Er zijn meerdere preventieve, effectief-bewezen interventies beschikbaar die bijdragen aan een Kansrijke Start van (aanstaande) ouders en kinderen. Deze interventies zijn gebundeld in de menukaart Kansrijke Start. Sinds 2023 zijn de erkende interventies uit deze menukaart te vinden in de interventiedatabase Loket Gezond Leven van het RIVM. In de jaarlijkse vragenlijst aan gemeenten worden gegevens uitgevraagd rondom de inzet en het gebruik van deze interventies en andere activiteiten. De resultaten rondom de inzet van interventies worden ook in de monitor beschreven.
De monitors Kansrijke Start vanaf 2024 zijn gebaseerd op een herziene indicatorenset. De indicatoren staan uitgebreid beschreven op de pagina: Indicatoren Monitor Kansrijke Start 2024. Hieronder worden de gegevens en databronnen beschreven waarmee deze indicatoren bepaald zijn.
Vragenlijst onder alle Nederlandse gemeenten
Elk jaar wordt naar alle Nederlandse gemeenten een online vragenlijst gestuurd waarin wordt gevraagd naar hun activiteiten op het gebied van Kansrijke Start. Deze vragenlijst is onderdeel van de GALA vragenlijst. De gegevens van de vragenlijst worden gebruikt om de indicatoren 1, 2, 3 en 7 te berekenen.
Uitvraag bij landelijke organisaties
Voor zeven van de achttien indicatoren van de monitor Kansrijke Start (indicatoren 4, 5, 8, 12, 16, 17 en 18) wordt gebruik gemaakt van aangeleverde gegevens vanuit verschillende landelijke- en lokale organisaties, zoals GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)-GHOR, JGZ (Jeugdgezondheidszorg) organisaties en Trimbos.
Gegevens beschikbaar binnen DIAPER
DIAPER is een data-infrastructuur met gegevens vanuit Perined (zwangerschap en geboorte), Vektis (zorggebruik en zorguitgaven) en CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek)-microdatabestanden (achtergrondkenmerken van (aanstaande) ouders over bijvoorbeeld huishoudsamenstelling, werk, inkomen, leefomgeving). Lees er meer over in de het artikel Observational Data for Integrated Maternity Care: Experiences with a Data-Infrastructure for Parents and Children in the Netherlands. Voor zeven van de achttien indicatoren van de monitor Kansrijke Start wordt gebruik gemaakt van de DIAPER data infrastructuur (indicator 6, 9, 10, 11, 13, 14 en 15).
Kwalitatief onderzoek
Voor de dataverzameling zijn focusgroepen en interviews gehouden in het voorjaar van 2025 met verschillende betrokkenen bij het actieprogramma Kansrijke Start. De deelnemers waren vertegenwoordigers van beroepsorganisaties, kennis- en onderzoeksinstituten, gemeenten, netwerken, zorgverleners en ervaringsdeskundigen. De gesprekken waren bedoeld om inzicht te krijgen in de ervaringen rondom de voortgang van het actieprogramma Kansrijke Start. In totaal namen 24 personen deel aan drie focusgroepen (met 4 tot 8 personen) en drie interviews (met 1 of 2 personen).
Globaal bestond ieder gesprek uit drie onderdelen:
- algemene ervaringen met Kansrijke Start en domeinoverstijgende samenwerking,
- verdiepende thema’s zoals vakmanschap professionals, betrekken van ervaringskennis-/ deskundigheid, vroegsignalering, en aandacht voor preconceptionele gezondheid,
- verankering en duurzame borging van Kansrijke Start.
De monitors Kansrijke Start van 2019 t/m 2023 zijn gebaseerd op de indicatorenset die in 2019 is ontwikkeld. Lees meer over deze set op de webpagina Indicatoren Monitor Kansrijke Start 2019-2023. We verzamelen de gegevens op verschillende manieren:
Vragenlijst onder alle Nederlandse gemeenten
Elk jaar wordt naar alle Nederlandse gemeenten een online vragenlijst gestuurd waarin wordt gevraagd naar hun activiteiten op het gebied van Kansrijke Start. Het RIVM heeft deze vragenlijst op verzoek van het ministerie van VWS (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) ontwikkeld. De gegevens van de vragenlijst worden gebruikt om de indicatoren 1, 2 en 4 te berekenen. Elk jaar vinden er gemeentelijke herindelingen plaats, waardoor het aantal gemeenten over de jaren heen verandert.
Uitvraag bij landelijke organisaties
Elk jaar worden bij GGD GHOR Nederland (Gemeentelijke / Gemeenschappelijke GezondheidsDienst – Geneeskundige HulpverleningsOrganisatie in de Regio), NCJ (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid), TNO en Stichting Centering Nederland gegevens opgevraagd. De gegevens worden gebruikt om de indicatoren 3,5,6 en 9 te berekenen.
Uitvraag bij afzonderlijke jeugdgezondheidszorg (JGZ)-organisaties
Op verzoek van het RIVM leveren afzonderlijke JGZ (Jeugdgezondheidszorg)-organisaties gegevens aan. Op basis daarvan zijn de indicatoren 9, 13 en 14 berekend.
Gegevens zoals beschikbaar binnen DIAPER
DIAPER is een data-infrastructuur met gegevens vanuit Perined (zwangerschap en geboorte), Vektis (zorggebruik en zorguitgaven) en CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek)-microdatabestanden (achtergrondkenmerken van (aanstaande) ouders over bijvoorbeeld huishoudsamenstelling, werk, inkomen, leefomgeving). Lees er meer over in de publicatie Gebruikmaken van bestaande, observationele data. Op basis van deze gegevens worden indicatoren 7, 8, 10, 11, 12, 15 berekend.
Eerste verkenning preconceptie gegevens uit Zwangerwijzer
Er zijn op landelijk niveau weinig gegevens beschikbaar over de preconceptie periode. Een eerste koppeling tussen demografische gegevens en geboortenuitkomsten en de gegevens uit de vragenlijsten uit ZwangerWijzer is in 2023 beschikbaar gemaakt binnen DIAPER. Dit kan in de toekomst mogelijkheden bieden om de periode voorafgaand aan de zwangerschap beter te monitoren.
Heeft u vragen over de Landelijke Monitor Kansrijke Start? Stuur een mail naar kansrijkestart@rivm.nl.