Schadelijke stoffen in rook worden opgevangen met een rookmachine

Rook van tabaksproducten bevat veel schadelijke stoffen, zoals teer, nicotine, koolmonoxide, tabakspecifieke nitrosamines (NNNN’-Nitrosonornicotine en NNK4-(methylnitrosamino)-1-(3-pyridyl)-1-butanone), acetaldehyde en acroleïne. Om de hoeveelheid van een schadelijke stof in rook te kunnen meten, worden sigaretten of andere rookproducten ‘afgerookt’ door een rookmachine. De stoffen in de rook worden opgevangen door deze machine en vervolgens op verschillende manieren geanalyseerd.

Standaardmethode in Nederland en de Europese Unie

Om teer, nicotine en koolmonoxide (TNCOtar, nicotin and carbon monoxide) in rook te meten, worden sigaretten afgerookt volgens een standaardmethode: de ISOInternational Organization of Standardization-methode’. Deze methode is voorgeschreven door de Europese tabaksproducten richtlijn. Alle onderzoekers en tabaksfabrikanten in Nederland en de Europese Unie gebruiken dezelfde methode. Hiermee is te controleren of rook van tabaksproducten niet méér TNCO bevat dan maximaal is toegestaan. De rook van een sigaret mag volgens de wet maximaal 10 mg teer, 1 mg nicotine en 10 mg koolmonoxide bevatten bij metingen volgens de ISO-methode. In Europa zijn tabaksfabrikanten verplicht om de TNCO gehalten van al hun sigaretten op te geven aan de overheid. De TNCO-gehalten die in Nederland door fabrikanten zijn opgegeven gemeten met de ISO-methode), zitten onder dat wettelijke maximum.

De ISO-methode onderschat de werkelijke hoeveelheid

Het gebruik van de ISO-methode geeft echter geen juist beeld van de hoeveelheid schadelijke stoffen die een roker binnenkrijgt. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu gebruikt daarom ook een andere methode voor onderzoek: de ‘WHO Intense’-methode. Omdat deze methode het rookgedrag van mensen beter nabootst, benadert deze de werkelijke hoeveelheid TNCO in tabaksrook beter dan de ISO-methode. De WHO Intense-methode meet hogere waarden van teer, nicotine en koolmonoxide (TNCO) in tabaksrook dan de ISO-methode. Een roker krijgt dus in werkelijkheid meer TNCO binnen dan de ISO-methode aangeeft. Dit verschil kan – afhankelijk van het merk sigaret – oplopen van 2 tot meer dan 20 keer zoveel als de ISO-methode aangeeft. Dit blijkt uit metingen van het RIVM bij 100 sigarettenmerken volgens de WHO Intense-methode.