Op deze pagina vindt u informatie over de DENSEaanvullende MRI screening bij vrouwen met hoge borstdensiteit-studie. De DENSE-studie onderzoekt vrouwen met zeer dicht borstweefsel (dense borsten). Deze vrouwen hebben ongeveer twee keer zoveel kans op borstkanker als de ‘gemiddelde’ Nederlandse vrouw.

Door de dichtheid van het borstweefsel kun je met een röntgenfoto (die gebruikt wordt in het bevolkingsonderzoek borstkanker) afwijkingen in de borsten minder goed zien. In de DENSEaanvullende MRI screening bij vrouwen met hoge borstdensiteit-studie is onderzocht of dit met MRImagnetic resonance imaging-onderzoek (een serie foto’s door middel van een sterk magnetisch veld) beter gaat.

De eerste resultaten van de DENSE-studie zijn bekend. De DENSE-studie onderzoekt vrouwen met zeer dicht borstweefsel (dense borsten). Deze vrouwen hebben ongeveer twee keer zoveel kans op borstkanker als de ‘gemiddelde’ Nederlandse vrouw. Door de dichtheid van het borstweefsel kun je met een röntgenfoto (die gebruikt wordt in het bevolkingsonderzoek borstkanker) afwijkingen in de borsten minder goed zien. In de DENSE studie is onderzocht of dit met MRI-onderzoek (een serie foto’s door middel van een sterk magnetisch veld) beter gaat. De eerste resultaten lijken erop te wijzen dat dit inderdaad het geval is voor vrouwen met zeer dicht borstweefsel. Maar net als bij ieder onderzoek heeft MRI-onderzoek naast voordelen ook nadelen. Daarom moet er nog gekeken worden óf het bevolkingsonderzoek wordt aangepast.

Meer informatie over de DENSE studie kunt u vinden op www.juliuscenter.com/dense

Op 6 oktober 2020 heeft de Gezondheidsraad een advies uitgebracht over MRI screening in het bevolkingsonderzoek. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft hierover een verkorte uitvoeringstoets uitgebracht.

Als een vrouw ‘dense borsten’ heeft betekent dit dat het borstweefsel zeer dicht is. Het grootste deel van de borsten (meer dan 75%) bestaat dan uit melkklieren en bindweefsel. Er is weinig vetweefsel in de borsten. Het borstweefsel wordt meestal minder dicht als een vrouw ouder wordt. Dit komt omdat er dan meer vetweefsel is en juist minder melkklieren en bindweefsel.

Het bevolkingsonderzoek borstkanker is voor vrouwen tussen de 50 en 75 jaar oud. Van elke 100 vrouwen in deze groep hebben gemiddeld 8 vrouwen zeer dicht borstweefsel.

Op een röntgenfoto van de borsten kan gezien worden of een vrouw zeer dicht borstweefsel heeft. Dit is zelf niet goed te voelen. Tot nu toe is alleen nog voor deelneemsters aan wetenschappelijke studies, zoals DENSEaanvullende MRI screening bij vrouwen met hoge borstdensiteit, vastgelegd of het borstweefsel dicht is. Dat gebeurt niet bij het bevolkingsonderzoek borstkanker.

Het hebben van zeer dicht borstweefsel is deels erfelijk bepaald. Maar dit is niet de enige verklaring. Ook andere factoren, zoals leeftijd en hormonen, zijn van invloed op de dichtheid van borstweefsel. Naarmate vrouwen ouder worden neemt in de meeste gevallen de dichtheid van hun borstweefsel af.

Hieronder ziet u röntgenfoto’s van borsten (mammogrammen). Op de linkerfoto ziet u een borst met weinig dicht borstweefsel. Er is veel vetweefsel en weinig klier- en bindweefsel in de borst aanwezig. Van links naar rechts neemt in de foto’s de dichtheid van het borstweefsel toe. De meest rechtse foto laat zeer dicht borstweefsel zien. Deze borst heeft weinig vetweefsel en veel klier- en bindweefsel. Klierweefsel en bindweefsel maken de foto’s witter. De DENSEaanvullende MRI screening bij vrouwen met hoge borstdensiteit studie heeft gekeken naar vrouwen met zeer dicht borstweefsel zoals op de meest rechtse foto.

 

 

 

 

 

Ja, vrouwen met zeer dicht borstweefsel hebben een grotere kans op borstkanker. Vrouwen tussen de 50 en 75 jaar oud met zeer dicht borstweefsel hebben ongeveer twee keer zoveel kans op borstkanker als de ‘gemiddelde’ Nederlandse vrouw in deze leeftijdsgroep.  

Meer informatie over risicofactoren voor borstkanker kunt u vinden op:

www.rivm.nl/bevolkingsonderzoek-borstkanker/wat-is-borstkanker/kans-op-borstkanker

Bij vrouwen met zeer dicht borstweefsel bevatten de borsten veel klierweefsel en bindweefsel. De borsten bevatten dan minder vetweefsel. Op een röntgenfoto van de borst is vetweefsel zwart en daar kan goed door heen gekeken worden. Klierweefsel en bindweefsel zijn op de röntgenfoto wit, net als afwijkingen. Hierdoor zijn afwijkingen minder goed te zien. MRImagnetic resonance imaging is een andere techniek, waarbij met behulp van een sterk magnetisch veld een ander soort foto wordt gemaakt. Met deze techniek is het makkelijker om door dicht borstweefsel heen te kijken om de afwijkingen te vinden.

Een MRImagnetic resonance imaging onderzoek heeft de volgende bijwerkingen/nadelen:

1. Niet bij alle vrouwen kan een MRI gemaakt worden. Bijvoorbeeld vanwege metaal in het lichaam (zoals  een pacemaker). Of omdat zij last heeft van claustrofobie (een sterke angst voor kleine of afgesloten ruimtes).

2. Bij een MRI-onderzoek van de borsten wordt contrastvloeistof (gadolinium) ingespoten via een infuus. Hierdoor kan een blauwe plek ontstaan. Heel soms geeft de vloeistof een allergische reactie. Er kunnen ook zeer kleine hoeveelheden contrastvloeistof  in organen van het lichaam (o.a. hersenen en botten) achterblijven. Bij het vaker toedienen van contrastvloeistof  kan dat weer gebeuren. Tot nu toe (na meer dan 30 jaar gebruik van gadolinium) zijn er geen nadelige effecten beschreven van achtergebleven gadoliniumsporen.  

Meer informatie over bijwerkingen en nadelen van MRI-onderzoek is te vinden op: https://www.juliuscenter.com/dense/nl-nl/faq/mri_onderzoek

Meer informatie over het gebruik van contrastmiddel is te vinden op: https://www.juliuscenter.com/dense/nl-nl/faq/contrastmiddel

De inzet van MRImagnetic resonance imaging-onderzoek in de patiëntenzorg is een andere keuze dan de inzet van MRI-onderzoek binnen het bevolkingsonderzoek. Het gaat bij het bevolkingsonderzoek om MRI-onderzoek voor een hele grote groep vrouwen zonder klachten met als doel borstkanker in een vroeg stadium op te sporen. 

Ieder onderzoek heeft voor- en nadelen. Ten opzichte van de huidige onderzoeksmethode van het bevolkingsonderzoek (röntgenfoto’s) heeft MRI-onderzoek de volgende nadelen:

  1. Het MRI-onderzoek zelf

Voor MRI-onderzoek moet contrastvloeistof worden ingespoten. Daarnaast is het niet bij iedere vrouw mogelijk een MRI uit te voeren. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 10.

2. Meer onnodige verwijzingen

Het is mogelijk dat een afwijking op de MRI bij vervolgonderzoek toch geen borstkanker blijkt te zijn. Dit wordt ‘vals alarm’ of een fout-positief resultaat genoemd. Omdat MRI een erg gevoelige techniek is, gebeurt dit vaker bij een MRI-onderzoek dan bij een röntgenfoto. Ongerustheid en vervolgonderzoek zijn dan achteraf gezien niet nodig geweest. Vervolgonderzoek wordt meestal als belastend ervaren.

3. Meer onnodige behandeling

Het is mogelijk dat bij MRI-onderzoek borstkanker wordt gevonden, maar dat de tumor zo langzaam groeit dat de vrouw er tijdens haar leven geen last van zouden hebben gehad. Er vindt dan behandeling plaats die achteraf gezien misschien niet nodig was geweest. Helaas kan nooit van te voren worden vastgesteld bij wie dit het geval is. Bij het huidige bevolkingsonderzoek door middel van röntgenfoto’s geldt dit voor ongeveer 1 op de 10 gevonden borstkankers. Met het MRI-onderzoek neemt dit aantal mogelijk toe, dat weten we nu nog niet.

4. Afwijkingen in andere organen

De MRI screent een iets groter gebied dan de röntgenfoto. Hierdoor kunnen ook delen van andere organen gezien worden. Bijvoorbeeld delen van het hart, de longen of de lever. Hier kunnen ook afwijkingen in gezien worden. Over het omgaan met de kennis over die afwijkingen zijn afspraken nodig.

5. De kosten

Een MRI-onderzoek is duurder dan een röntgenfoto van de borsten.

Nee, dat gebeurt nu nog niet. Alleen bij deelneemsters aan de DENSEaanvullende MRI screening bij vrouwen met hoge borstdensiteit studie is de dichtheid van het borstweefsel vastgelegd. De DENSE studie heeft de eerste wetenschappelijke gegevens geleverd om te beslissen of voor vrouwen met hoge densiteit een ander onderzoek beter is.

Nee, de dichtheid van het borstweefsel wordt bij de huidige screening niet gemeten. Dat is alleen gedaan bij de deelnemers aan het DENSEaanvullende MRI screening bij vrouwen met hoge borstdensiteit-onderzoek. De screeningslaborant kan u daar dus niets over vertellen.

U kunt uw foto’s opvragen. U kunt hiervoor contact opnemen met uw uitvoeringsorganisatie voor bevolkingsonderzoek in uw regio: https://www.rivm.nl/bevolkingsonderzoek-borstkanker.

Als u zich zorgen maakt over uw borsten kunt u een afspraak maken met uw huisarts om dit te bespreken. De huisarts kan u niet specifiek voor een MRImagnetic resonance imaging-onderzoek doorverwijzen. Dat is een beslissing die door de borstkankerspecialisten in het ziekenhuis wordt genomen. In de richtlijn van de zorgverleners is dicht borstweefsel op dit moment nog geen indicatie voor MRI-onderzoek.

Naar het screenen op borstkanker met een röntgenfoto is veel onderzoek gedaan. Daaruit bleek dat dit voor de meeste vrouwen een goede manier is om borstkanker vroeg op te sporen. In de loop van de jaren is gebleken dat er een specifieke groep vrouwen is met zeer dicht borstweefsel, bij wie de röntgenfoto een minder goede onderzoeksmethode is. In Nederland is de afgelopen 8 jaar onderzocht of MRImagnetic resonance imaging-onderzoek geschikt is voor vrouwen met zeer dicht borstweefsel (DENSEaanvullende MRI screening bij vrouwen met hoge borstdensiteit studie) die geen (gezondheid)klachten hebben.

Bij verwijzing bekijkt de radioloog welk onderzoek voor u het beste is. Dit kan een MRImagnetic resonance imaging-onderzoek zijn maar mogelijk ook een ander onderzoek.

Het bevolkingsonderzoek geeft net als andere medische onderzoeken geen 100% zekerheid dat een tumor wordt gevonden. Sommige tumoren zijn niet te zien op de röntgenfoto’s. De kans dat een tumor gemist wordt is groter als u zeer dicht borstweefsel (dense borsten) heeft. Ook bij dense borsten spoort het bevolkingsonderzoek tumoren op. Maar het kan beter. Daarom is dit onderzoek naar de mogelijkheden van MRImagnetic resonance imaging belangrijk.