Een groot deel van de Nederlandse bevolking heeft door vaccinatie en/of infectie een goede bescherming  tegen COVID-19 opgebouwd. Uit onderzoek weten we dat de opgebouwde afweer vooral beschermt tegen ernstige ziekte, en minder goed tegen infectie. Onder ernstige ziekte verstaan we dat er een ziekenhuisopname nodig is of dat iemand aan de infectie overlijdt.

Er zijn 2 groepen met groter risico op ernstig verloop van COVID-19:

  1. Mensen die  behoren tot een risicogroep door hoge leeftijd (60 jaar en ouder) of onderliggende aandoening, vooral als ze niet gevaccineerd zijn.
  2. Mensen met ernstige afweerstoornissen (immuungecompromitteerden) bij wie de vaccinatie onvoldoende werkzaam kan zijn. Deze mensen hebben een extra prik in de basisserie gekregen en daarna 1 of meer herhaalprikken. Gelukkig hebben daardoor veel mensen met een immuunstoornis wel bescherming kunnen opbouwen. Maar soms is de afweerstoornis zo ernstig, dat de vaccinaties minder goed kunnen beschermen tegen ernstige ziekte.

Voor kinderen die behoren tot een risicogroep door een onderliggende aandoening is meer informatie te vinden op de pagina Coronaprik voor kinderen.

Risicogroepen door onderliggende aandoening voor ernstig verloop van COVID-19

Mensen uit onderstaande groepen hebben een verhoogd risico op ernstig verloop van COVID-19, vooral als zij geen afweer hebben door vaccinaties en/of doorgemaakte infectie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de griepgroep (medische risicogroep) en medische hoogrisicogroep. Mensen uit de medische hoogrisicogroep vallen ook onder de medische risicogroep. Wanneer je tot één van deze risicogroepen behoort, dan is het extra belangrijk dat je een coronaprik haalt dit najaar 2023. In principe is één vaccinatie voldoende (ook als je tot de griepgroep behoort). Wanneer je tot de medische hoogrisicogroep behoort kan de medisch specialist je ook doorverwijzen voor een extra coronaprik.

Medische risicogroep/griepprikgroep vanaf 18 jaar

Volwassenen medische hoog risicogroep vanaf 18 jaar

  • Alle bewoners van instellingen voor langdurige zorg*.
  • Patiënten met hematologische maligniteit gediagnosticeerd in de laatste 5 jaar of chronisch aanwezig.
  • Sikkelcelziekte.
  • Patiënten met ernstig nierfalen (dialyse of voorbereiding voor dialyse).
  • Patiënten na orgaan- of stamcel- of beenmergtransplantatie en de personen op de wachtlijst daarvoor.
  • Patiënten met een ernstige aangeboren afweerstoornis (primaire immuundeficiëntie) die door de NVVI Nederlandse Vereniging voor Immunologie (Nederlandse Vereniging voor Immunologie)-NIV Nederlandse Internisten Vereniging (Nederlandse Internisten Vereniging) zijn aangemerkt als risicogroep.
  • Patiënten met neurologische aandoeningen waardoor de ademhaling gecompromitteerd is.
  • Patiënten met een solide tumor die in de laatste 6 maanden behandeld zijn met chemotherapie en/of radiotherapie.
  • Mensen met het syndroom van Down.
  • Patiënten die behandeld worden met de volgende immunosuppressiva:
    • B-cel-depleterende medicatie: anti-CD20-therapie, zoals Rituximab, Ocrelizumab;
    • Sterk lymfopenie-inducerende medicatie: Fingolimod (of soortgelijke S1P-agonisten), Cyclofosfamide (zowel pulsen als hoog oraal);
    • Mycofenolaat mofetil in combinatie met een of meerdere andere immunosuppressiva.
  • Mensen met zeer ernstig overgewicht (Body Mass Index ≥40).

* wanneer hiervoor onder behandeling of in de afgelopen 2 jaar hiervoor onder behandeling geweest.

Voor kinderen zijn vaak geen extra adviezen nodig

Voor de meeste kinderen met een chronische ziekte of aandoening zijn er geen aanvullende vaccinatie adviezen tegen corona. Als dat wel zo is, zal de kinderarts dat met de ouders bespreken. Lees meer over de coronaprik voor kinderen.

Risicogroepen waarbij het vaccin mogelijk onvoldoende werkzaam is

In principe is één coronaprik voldoende om de bestaande immuniteit te versterken maar mensen met een ernstige afweerstoornis hebben soms na één vaccinatie nog onvoldoende afweer tegen COVID-19. Zij zijn dan niet goed beschermd. Het is nog niet voor iedere individuele patiënt goed te voorspellen of vaccinaties voldoende beschermen.

Je medisch specialist geeft aan wanneer één vaccinatie waarschijnlijk onvoldoende bescherming oplevert. Je medisch specialist verstrekt een verwijsbrief waarmee je bij de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) terecht kan voor een extra coronaprik of standaarddosering / basisserie.

Bij een de volgende groep ernstig immuungecompromitteerde patiënten geeft de standaarddosering van 2 vaccindoses mogelijk onvoldoende bescherming. Deze patiënten zijn sinds najaar 2021 door hun medisch specialist verwezen voor een 3e vaccindosis. Behoor je tot één van de volgende patiëntgroepen dan kan je medisch specialist dit weer overwegen.

  • Na orgaantransplantatie.
  • Na beenmerg- of stamceltransplantatie (autoloog of allogeen)*.
  • Patiënten die behandeling voor een kwaadaardige hematologische aandoening ondergaan of recent hebben ondergaan, waaronder CAR(Chimere Antigeen Receptor)-T cel therapie*.
  • Alle patiënten met een hematologische maligniteit waarvan bekend is dat dit geassocieerd is met ernstige immuundeficiëntie (bijv. chronische lymfatische leukemie, multiple myeloom, ziekte van Waldenström)*.
  • Alle kankerpatiënten (solide tumoren) die minder dan 3 maanden voor hun COVID-19 vaccinaties chemotherapie en/of immune checkpoint inhibitors toegediend kregen.
  • Alle nierpatiënten, die door een specialist gecontroleerd worden, met eGFR <30ml/min^1.73m2 met immunosuppressiva.
  • Alle dialysepatiënten.
  • Patiënten met een ernstige aangeboren afweerstoornis (primaire immuundeficiëntie) die door de NVVI Nederlandse Vereniging voor Immunologie (Nederlandse Vereniging voor Immunologie)-NIV Nederlandse Internisten Vereniging (Nederlandse Internisten Vereniging) zijn aangemerkt als risicogroep.
  • Patiënten die behandeld worden met de volgende immunosuppressiva: 
    • B-cel depleterende medicatie: anti-CD20 therapie, zoals Rituximab, Ocrelizumab; 
    • sterk lymfopenie-inducerende medicatie: fingolimod (of soortgelijke S1P agonisten);
    • cyclofosfamide (zowel pulsen als hoog oraal); 
    • mycofenolaat mofetil in combinatie met langdurig gebruik van 1 of meerdere andere immunosuppressiva.
  • Patiënten met neurologische aandoeningen waardoor de ademhaling gecompromitteerd is.

* wanneer hiervoor onder behandeling of in de afgelopen 2 jaar hiervoor onder behandeling geweest.