Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu monitort en rapporteert over de waterkwaliteit, de WURWageningen University & Research verzamelt gegevens over de landbouwpraktijk, waaronder bemesting en productie. In de webrapportage rapporteren we voor het uitspoelende water de concentraties van nitraat en opgelost totaal fosfor. Voor het slootwater rapporteren we opgelost totaal stikstof en opgelost totaal fosfor. Deze parameters zijn het belangrijkst voor de verschillende watertypen. De resultaten van opeenvolgende jaren bieden de mogelijkheid om trends in de waterkwaliteit vast te stellen.

 

Webrapportage basismeetnet

    Trends in de waterkwaliteit van het Basismeetnet

    Ieder jaar worden de trends in de nutriëntconcentraties geactualiseerd.

    Zelf meetgegevens selecteren

    Het is ook mogelijk om ook zelf meetnetgegevens te selecteren.

    Rapportages tot en met 2010

    Tot en met 2010 werden de jaarrapportages zowel in PDFPortable Document Format-vorm als in gedrukt rapport gepubliceerd. Klik hieronder voor de rapporten van desbetreffende jaar.

    Animatie Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid

    In deze animatie wordt uitgelegd wat de gevolgen zijn van mest op de natuur en waterkwaliteit. Ook wordt uitgelegd wat de rol van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) is.

    Uitgeschreven tekst:
    Landbouw is de basis van onze voedselproductie.

    Boeren gebruiken mest omdat gewassen... voedingsstoffen zoals Stikstof...en Fosfor... nodig hebben.

    Maar voedingsstoffen die niet opgenomen worden, worden vastgehouden door de bodem.

    Of ze komen in het grondwater of oppervlaktewater terecht. “Uitspoeling” heet dat.

    Vanaf de jaren ’50 is de landbouw in Nederland sterk geïntensiveerd. Meer dieren, hogere productie, meer mest... meer uitspoeling.

    De gevolgen? Zeldzame planten en dieren verdwijnen, blauwalgen bedreigen het zwemwater, en teveel nitraat, een goed oplosbare vorm van stikstof, maakt grondwater minder bruikbaar als bron voor drinkwater.

    In de jaren ‘80 besefte men dat het milieu beschermd moest worden.
    Daarom ging in 1991 de Europese Nitraatrichtlijn van kracht. De Europese nitraatnorm is gebaseerd op de drinkwaternorm van 50mg/l.
    En Nederland kwam met eigen kwaliteitsnormen voor stikstof en fosfor concentraties in oppervlaktewater.
    Om de normen te halen, werd het gebruik van dierlijke mest en kunstmest beperkt.

    Vanaf 1992 meet het onafhankelijke Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid de effecten van deze maatregelen.
    We nemen watermonsters en verzamelen gegevens over bijvoorbeeld mestgebruik en -productie op ongeveer 450 bedrijven in heel Nederland.

    De meetresultaten?

    In de jaren ’90 zijn het mestgebruik én de uitspoeling sterk afgenomen.

    Nitraatuitspoeling is het laagst in de Veenregio en kleiregio.

    Maar in de Zandregio en de Lössregio komt de nitraatconcentratie soms nog boven de nitraatnorm van 50 mg/l.

    Voedingsstoffen spoelen minder uit in grasland dan in akkerbouwland. Daarom hebben melkveebedrijven gemiddeld een lagere nitraatconcentratie in het grondwater dan akkerbouwbedrijven.

    Fosfor bindt zich sterk aan de bodem. We zien daardoor weinig uitspoeling naar het grondwater. Zo langzamerhand raakt de bodem echter steeds meer verzadigd. Dat zorgt misschien in de toekomst voor problemen.

    Langzaam komt de intensieve landbouw meer in balans met natuur en waterkwaliteit. In de komende jaren probeert Nederland met het mestbeleid die balans verder te verbeteren.

    De resultaten van het LMM zijn daarbij onmisbaar.