Nanomaterialen zitten steeds vaker verwerkt in cosmetica. Een bekend voorbeeld zijn de uv ultraviolette-filters titaniumdioxide en zinkoxide in zonnebrandcrème. Over de toepassing van een aantal nanomaterialen zijn er zorgen. De veiligheid kan niet beoordeeld worden door gebrek aan voldoende bruikbare data. De Europese Commissie heeft nu het voorstel gedaan om uit voorzorg deze nanomaterialen in cosmeticatoepassingen te verbieden. Het is aan de lidstaten om hier uiteindelijk over te beslissen.

De Europese Commissie kan een zorg hebben over het gebruik van nanomaterialen of een bepaald nanomateriaal in cosmetica. In dat geval kan ze wetenschappelijk advies vragen. Ze vraagt dit advies aan het Europese Wetenschappelijke Comité voor Consumentenveiligheid (WCCV). Het WCCV staat beter bekend onder de Engelse afkorting SCCS scientific committee on consumer safety (Scientific Comittee on Consumer Safety). De SCCS beoordeelt de veiligheid van nanomaterialen op basis van een veiligheidsdossier van de fabrikant.

Op 6 februari 2020 heeft de SCCS een dergelijk verzoek voor wetenschappelijk advies gekregen. De Europese Commissie vroeg een antwoord op de volgende vragen:

  • Kan de SCCS een lijst opstellen van nanomaterialen, waarvoor specifieke zorgen kunnen worden geïdentificeerd? Met de meest recente catalogus van nanomaterialen uit 2019 kan dan een prioriteitenlijst worden vastgesteld voor een veiligheidsbeoordeling.
  • In sommige bestaande SCCS-opinies over nanomaterialen ontbreekt een conclusie over de veiligheid. Fabrikanten hebben voor deze nanomaterialen niet genoeg bruikbare gegevens geleverd. Kan de SCCS deze nanomaterialen opnieuw beoordelen op een mogelijke zorg met beschikbare data in de literatuur?

Nieuw wetenschappelijk advies

Op 11 januari 2021 heeft de SCCS een wetenschappelijk advies gepubliceerd, waarin zij antwoord geeft op deze vragen. Het advies beschrijft waarom er zorg is voor de gezondheid wanneer nanomaterialen worden toegepast in cosmetica. Dit is samengevat in de volgende punten:

  • Fysisch-chemische eigenschappen van nanomaterialen. Nanomaterialen zijn heel klein, zijn slecht oplosbaar en breken niet af. Daarnaast spelen de chemische oorsprong en oppervlakte-eigenschappen een rol bij de mogelijke zorg voor de gezondheid.
  • Blootstellingsaspecten: hoe vaak en hoe veel cosmetica met nanomaterialen worden gebruikt. Nanomaterialen kunnen opgenomen in het lichaam en zich daar opstapelen. Dan is er zorg voor de gezondheid.
  • Andere aspecten die te maken kunnen hebben met nieuwe eigenschappen, activiteit en functie. Hier valt ook specifieke zorg onder, die met het type product te maken hebben (bijvoorbeeld sprays).

Herziene versie van de nanocatalogus

Aan de hand van de drie bovenstaande punten is de bestaande catalogus van nanomaterialen in cosmetica herzien. De herziene catalogus is als bijlage opgenomen in het wetenschappelijk advies. Alle nanomaterialen op de lijst hebben hierin een score voor mogelijk risico meegekregen. Deze score is geen alternatief voor een uitgebreide veiligheidsbeoordeling. De score helpt de Europese Commissie om te bepalen over welke nanomaterialen de meeste zorg bestaat. Deze nanomaterialen zouden als eerste verder beoordeeld moeten worden.

Conclusie van drie eerdere opinies aangepast

Daarnaast zijn de 3 eerdere nano-opinies opnieuw bekeken. Hierin kon de SCCS eerder geen conclusie trekken over de veiligheid. Het gaat om de opinie voor nanozilver (SCCS/1596/18), de opinie voor verschillende vormen van silica (SCCS/1545/15) en de opinie voor co-polymeren in nanovorm van styreen en acrylaten (SCCS/1595/18). Met informatie uit beschikbare literatuur heeft SCCS de materialen opnieuw beoordeeld en een conclusie getrokken.

Voor alle drie de nanomaterialen is sprake van een zorg voor consumentenveiligheid bij toepassing in cosmetica. De Europese Commissie heeft nu het voorstel gedaan om deze nanomaterialen in cosmeticatoepassingen te verbieden. Het is aan de lidstaten om hier uiteindelijk over te beslissen.

Wat vindt het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu?

Het RIVM vindt het een goede ontwikkeling dat deze vraag aan de SCCS gesteld is. Zo kon SCCS opnieuw naar de mogelijke risico’s van nanomaterialen in cosmetica kijken. De SCCS gebruikt literatuurdata normaal alleen als deze tijdens de “Call for data” is ingediend. Of als hier in het mandaat specifiek om is gevraagd. Maar een fabrikant levert niet altijd volledige informatie aan.
Dit leidde er soms toe dat SCCS geen conclusie kon trekken. Dit had tot nu toe geen consequenties voor de fabrikanten van de nanomaterialen. Met beschikbare informatie uit de literatuur kan de SCCS een duidelijker conclusie trekken over de zorg voor de gezondheid. Dit geeft dan voldoende basis om verdere stappen te nemen.

De Europese Commissie heeft naar aanleiding van de herziene SCCS opinies een rigoureuze stap genomen. Zij wil nanodeeltjes van zilver, silica en co-polymeren van styreen en acrylaten in cosmetica verbieden. Dit dwingt de fabrikanten om een goed veiligheidsdossier aan te leveren. Alleen dan kunnen ze de materialen toch op de markt houden of een nieuwe toepassing met nanomaterialen op de markt brengen.

De Europese Commissie heeft overlegd met de silica industrie. De industrie zal de ontbrekende en benodigde data voor een veiligheidsbeoordeling dit jaar nog aanleveren. Dit gebeurt stapsgewijs waarbij de verschillende vormen van nanosilica meegenomen worden.

Allereerst komt in de zomer de aanvullende informatie over fysisch-chemische eigenschappen van silica. In het najaar volgen de ontbrekende toxiciteitsdata. Aan het eind van het jaar zal het silica dossier compleet zijn. Dan ook met de aanvullende informatie over blootstelling en risicobeoordeling. 

Ook fabrikanten van producten met nanozilver zullen in de komende maanden stapsgewijs extra data aanleveren om het dossier compleet te maken. 

De SCCS heeft aangegeven pas naar de informatie te kijken als deze compleet is. SCCS kan dan alle informatie van beide nanomaterialen in een keer beoordelen.

De Commissie heeft het voorstel voor het verbod in maart met de lidstaten besproken. Het verbod geldt dus voor nanomaterialen waarvoor een zorg is en geen risicobeoordeling kan worden uitgevoerd. Hierbij is ook het voorstel voor trapsgewijze indiening van het silicadossier meegenomen. Er was brede steun onder de lidstaten voor beide voorstellen. Ook Nederland heeft aangegeven hiermee in te stemmen.