Nederland heeft samen met een aantal andere Europese landen gevraagd om een Europees registratiesysteem voor nanomaterialen. In plaats daarvan besloot de Europese Commissie tot oprichting van een 'Europees Observatory for Nanomaterials' (EUON). Door het ontbreken van verplichte registratie en het ontbreken van specifieke productkenmerken in de informatie verwacht KIR kennis- en informatiepunt risico’s van nanotechnologie-nano dat zonder extra inspanningen de bijdrage van de EUON aan vermindering van de onzekerheid over de veiligheid van nanomaterialen dan ook klein zal zijn.

De Nederlandse overheid heeft samen met andere stakeholders, aan de Europese Commissie (EC European Commission) gevraagd om een Europees registratiesysteem voor nanomaterialen en producten die nanomaterialen bevatten. De EC heeft in maart 2016 op basis van een impactstudie (zie Signaleringsbrief KIR-nano 2014 nummer 2) echter besloten om geen Europees registratiesysteem op te zetten, maar bij het Europese Chemicaliënagentschap ECHA een online "observatory" voor nanomaterialen in te richten (zie ook Signaleringsbrief KIR-nano 2016 nummer 2), de 'European Union Observatory for Nanomaterials' (EUON). Het belangrijkste doel van de EUON is het bevorderen van transparantie over het gebruik en de veiligheid van nanomaterialen. Hiertoe wordt bestaande informatie over nanomaterialen die in de EU European Union op de markt zijn gebracht op een duidelijke en begrijpbare manier beschikbaar gemaakt voor het brede publiek. De EUON wordt in verschillende fases ontwikkeld.

Op 14 juni 2017 lanceerde ECHA European Chemicals Agency de eerste fase van de EUON . In deze eerste fase biedt de EUON basisinformatie over de veiligheid, toekomstige ontwikkelingen, het onderzoek en de toepassingen van nanomaterialen. De EUON zal in de komende jaren (2018-2020) aangevuld worden met informatie uit andere bronnen. In eerste instantie uit bronnen die ECHA zelf beheert (de registraties voor REACH-, CLP- en Biocidenwetgeving). Vervolgens ook met informatie uit andere bronnen. Op dit moment inventariseert ECHA de samenwerkingsmogelijkheden met nationale registers voor nanomaterialen in verschillende EU-landen (Frankrijk, België, Denemarken en Zweden). Daarnaast worden overige informatiebronnen geïnventariseerd, zoals bestaande regelgevingskaders (cosmetica, voedsel en voedselcontactmaterialen), databases (bijv. e?Nanomapper, NanoDATA), wetenschappelijke publicaties, Europese projecten, en vrijwillige bijdrages van belanghebbenden (industrie, consumenten en werknemers). Tevens zal er een aparte website met informatie voor consumenten beschikbaar komen.

RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu/KIR kennis- en informatiepunt risico’s van nanotechnologie-overweging:

KIR-nano heeft op verzoek van de Interdepartementale Werkgroep Risico’s van Nanomaterialen van de Nederlandse overheid (IWR) een verkenning uitgevoerd naar de (mogelijke) consequenties van het besluit van de EC om geen Europees registratiesysteem voor nanomaterialen op te zetten maar een ‘nanomaterials observatory’ in te richten bij ECHA. Uit de verkenning komt naar voren dat de EUON door het verzamelen van alle beschikbare informatie over risico's van nanomaterialen zou moeten bijdragen aan het verminderen van de onzekerheid over de veiligheid van nanomaterialen. Het RIVM verwacht echter dat zonder extra inspanningen de EUON nauwelijks zal bijdragen aan een vermindering van de onzekerheid over de veiligheid van nanomaterialen.

Dit komt doordat de EUON geen verplichte registratie kent en sterk leunt op gegevens die beschikbaar komen uit de onderliggende bronnen, zoals het bestaande regelgevingskader REACH. Dit risico-beoordelingskader is echter nog niet geschikt voor nanomaterialen. Daarnaast is de kwaliteit en bruikbaarheid van de EUON afhankelijk van het databeheer en het onderhoud van de desbetreffende bronnen.

Door het ontbreken van specifieke productkenmerken in de informatie die door de verschillende bronnen wordt verstrekt (alleen brede product– en artikelcategorieën en geen merknamen) verwacht het RIVM dat het voor consumenten moeilijk blijft om te beoordelen of hij een ‘nanoproduct’ gebruikt, en wat de mogelijke gevolgen voor de gezondheid van dit gebruik zijn.  Voor werkgevers en werknemers kwam ETUI recent tot een vergelijkbare conclusie. Daarmee lijkt EUON, ondanks een aparte website voor consumenten, toch voornamelijk relevant voor experts, bevoegde autoriteiten en industrie.

De overeenkomst tussen de EC en ECHA beslaat een periode van 5 jaar (2016 – 2020). De EC heeft (nog) geen toezegging gedaan voor de nodige budgettaire middelen voor ECHA om de EUON verder te ontwikkelen en onderhouden na 2020. Hiermee is de toekomstbestendigheid van de EUON een punt van zorg.