Tatoeagekleurstoffen kunnen via de huid in de lymfeklieren terecht komen. Volgens de wetgeving mag gebruik van deze stoffen niet leiden tot gezondheidseffecten. Onderzoekers hebben recent in de lymfeklieren van overleden mensen (nano)deeltjes uit tatoeage-inkt aangetroffen. Met name de aanwezigheid van titaniumdioxide in de lymfeklieren is, gezien de recente kennisontwikkeling over titaniumdioxide reden voor oplettendheid.

Tatoeages bestaan uit kleurstoffen (onoplosbare pigmenten die net onder de bovenste huidlaag worden ingebracht. Het is al langer bekend dat tatoeagekleurstoffen in de lymfeklieren terecht kunnen komen. Dit is een natuurlijke reactie op het inbrengen van een lichaamsvreemde stof zoals inkt. Er is echter nog weinig bekend over de vorm en de hoeveelheden waarin kleurstofdeeltjes uit tatoeage-inkt zich kunnen verspreiden binnen het lichaam. Een groep onderzoekers heeft door het combineren van een aantal geavanceerde analysetechnieken meer inzicht gekregen in welke deeltjes uit de inkt in de lymfeklieren terechtkomen en wat de effecten van die deeltjes zijn op het huidweefsel.

Daarvoor gebruikten de onderzoekers lichaamsmateriaal van vier overleden mensen met tatoeages in de kleuren oranje, rood, groen en zwart. Zowel in de huid als in de nabije lymfeklieren werden de tatoeagekleurstoffen gevonden. Daarnaast werden in de lymfeklieren diverse chemische elementen gevonden waarvan bekend is dat ze als toevoeging of vervuiling in tatoeage-inkt zitten waaronder nikkel, chroom, aluminium, koper, cadmium, mangaan, zink en titanium.

Het waren vooral nanodeeltjes (kleiner dan 100 nanometer), die in de lymfeklieren terecht kwamen. Grotere deeltjes bleven in de huid achter. Een uitzondering hierop was titaniumdioxide waarvan ook grotere deeltjes (gemiddelde 180 nanometer) in de lymfeklieren terecht kwamen. De auteurs geven geen nadere verklaring voor deze bevinding. Na koolstof (voor de kleur zwart) is titaniumdioxide het meest gebruikte ingrediënt in tatoeage-inkt, als wit pigment en in mengsels met andere pigmenten om verschillende tinten van een bepaalde kleur te verkrijgen.

Zowel in de huid als in de lymfeklieren vonden de onderzoekers effecten op de structuur van de eiwitten en vetachtige stoffen in het weefsel op de plekken waar (nano)deeltjes waren aangetoond. Dit geeft aan dat het weefsel reageert op de aanwezigheid van de tatoeage-inkt, maar er werden in deze vier personen geen klinische symptomen (zoals bijvoorbeeld ontstekingen) gevonden die duiden op gezondheidseffecten.

De auteurs gaan nu onderzoeken of (nano)deeltjes uit tatoeage-inkt zich naar andere delen van het lichaam verspreiden. Daarnaast willen ze onderzoek gaan doen in mensen die gezondheidsklachten (zoals ontstekingen) hebben in relatie tot hun tatoeage. Dat blijkt uit de veelgestelde vragen die door het Duitse BfR Federal Institute for Risk Assessment (waar de hoofdauteur werkt) die naar aanleiding van de publicatie zijn opgesteld.

RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu/KIR kennis- en informatiepunt risico’s van nanotechnologie overweging:

Dit is een van de eerste wetenschappelijke studies waarbij is aangetoond dat de afzonderlijke deeltjes uit de kleurstof, waaronder titaniumdioxide, zich verspreiden door het lichaam en terecht komen in de lymfeklieren. Ook de hoeveelheid (nano)deeltjes kan met behulp van de nieuwe analysetechnieken worden bepaald. Omdat er een biologische reactie op de aanwezigheid van de (nano)deeltjes wordt gezien die in theorie kan leiden tot gezondheidseffecten, is aandacht hiervoor nodig. De nieuwe analysetechniek gaat helpen om zicht te krijgen op mogelijke gezondheidseffecten. Tatoeage inkt bestaat uit een mengsel van stoffen en eerder was het niet mogelijk om het aandeel (nano)deeltjes in het lichaam te onderscheiden van de andere bestanddelen. Hiermee wordt het mogelijk om te onderzoeken of er een direct verband is tussen de aanwezigheid van (nano)deeltjes uit tatoeage-inkt en mogelijke gezondheidseffecten. De auteurs hebben hiervoor een vervolgonderzoek aangekondigd.

In Nederland valt tatoeage-inkt onder het Warenwetbesluit Tatoeagekleurstoffen. Daarin staat dat tatoeagekleurstoffen “bij een gelet op hun bestemming redelijkerwijs te verwachten gebruik, geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens opleveren”. CMR Carcinogene, mutagene en reprotoxische stoffen-stoffen[1] zijn daarom uitgesloten van toepassing in tatoeage-inkt, net als bepaalde stoffen die worden vermeld in bijlagen I en II van het Warenwetbesluit, en stoffen die niet zijn toegestaan volgens de Cosmeticaverordening. De naleving van dit Warenwetbesluit wordt gecontroleerd door de NVWA. In tatoeages gebruikte kleurstoffen moeten in principe dus geen gezondheidsproblemen opleveren, ook niet als zij in de lymfeklieren terecht komen.

Kleurstoffen kunnen vervuilingen of toevoegingen bevatten in de vorm van metalen. Het is bekend dat een aantal van de metalen (zoals nikkel, chroom, koper en cadmium) die in bovenstaande studie in de huid en lymfekleren werden gevonden, schadelijke gezondheidseffecten kunnen veroorzaken. Het RIVM concludeerde in 2004 op basis van een oriënterende evaluatie echter dat er geen langetermijneffecten op inwendige organen van deze metalen te verwachten zijn (Janssen en Baars 2004). Echter, de aanwezigheid van titaniumdioxide in de lymfeklieren is een signaal dat nadere aandacht verdient.

Binnen de stoffenwetgeving REACH is eind vorig jaar een restrictievoorstel ingediend voor stoffen in tatoeage-inkten. Binnen dit voorstel zijn twee opties voorgesteld om tatoeage inkten te verbieden of te beperken. Dit kan op grond van een CMR(S)[2] classificatie binnen de regels in de cosmetica wetgeving of op grond van de concentratie limieten binnen de CLP Classification, Labelling and Packaging wetgeving. Het voorstel staat nu op de ECHA European Chemicals Agency website voor publieke consultatie. Nadat het restrictievoorstel is goedgekeurd door het Comité voor Risicobeoordeling (RAC Regionale Arts Consulenten) en het Comité voor socio-economische analyse (SEAC Socio-Economic Assessment Committee), kunnen de lidstaten stemmen in het REACH comité. Het voorstel wordt op dan op zijn vroegst begin volgend jaar van kracht.

 


[1]        Stoffen kunnen ingedeeld zijn als Carcinogeen (kankerverwekkend) en/of Mutageen (veranderingen in erfelijke eigenschappen inducerend) en/of Reproductie toxisch (schadelijk voor de voortplanting of het nageslacht). Stoffen die 1 of meerdere van deze eigenschappen hebben worden CMR stoffen genoemd.

[2]     De toevoeging S staat voor sensibilisatie. Dit wordt toegekend aan stoffen waarvoor een allergie ontwikkeld zou kunnen.