Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu onderzocht de milieubelasting van ongeveer 250 voedingsmiddelen. Het gaat om voedingsmiddelen die veel geconsumeerd worden in Nederland, zoals aardappelen, melk, brood en appels. De cijfers zijn beschikbaar op deze website. Ook geven we een toelichting op deze cijfers en op de toegepaste onderzoeksmethode.  

 

Keuze voedingsmiddelen

De ongeveer 250 voedingsmiddelen die het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu onderzocht zijn verdeeld over verschillende productgroepen, zoals vlees, zuivel, brood, groente, dranken en broodbeleg. Deze voedingsmiddelen zijn geselecteerd, omdat ze een groot deel van de dagelijkse milieubelasting door voedselconsumptie dekken: ze worden veel geconsumeerd in Nederland (volgens de Voedselconsumptiepeiling van het RIVM) en/of hebben een relatief hoge milieubelasting per kilo voedingsmiddel. Daarnaast zijn voedingsmiddelen toegevoegd die specifiek interessant zijn voor onderzoek, zoals bewerkte voedingsmiddelen.

 

Inzicht in de mate van milieubelasting van verschillende voedingsmiddelen over hun gehele levenscyclus is essentieel om tot een duurzaam voedselsysteem te komen. In opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft het RIVM gegevens samengebracht om de milieubelasting van de Nederlandse voedselconsumptie gedurende de hele levenscyclus te kunnen berekenen en in de toekomst te kunnen blijven monitoren.

Onderzoeksmethode

De cijfers in de database zijn geen meetwaarden, maar worden samengesteld door middel van de Levenscyclus Analyse (LCALife Cycle Analyses). Deze methode houdt in dat de milieubelasting berekend wordt op basis van een inventarisatie van alle relevante materiaal- en emissiestromen gedurende de gehele levenscyclus van een voedingsmiddel. Deze inventarisatie, of zogenoemde Life Cycle Inventory (LCILife Cycle Inventory), heeft Blonk Consultants in opdracht van RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu uitgevoerd.

Met de LCA is de milieubelasting in kaart gebracht voor de volgende milieu-indicatoren:

  • broeikasgasemissies
  • vermesting van zoet- en van zoutwater
  • verzuring van de bodem
  • landgebruik
  • blauw waterverbruik (irrigatiewater)

Disclaimer

De gegevens over de milieubelasting van voedingsmiddelen zijn openbaar en vrij te gebruiken (volledige licentietekst CC BY 4.0). De cijfers zijn echter nog in ontwikkeling en kunnen op basis van nieuwe informatie aangepast worden. 
Er is op deze cijfers geen “kritische review” gedaan zoals gespecificeerd in de ISOInternational Organization of Standardization-14040 norm. Dat betekent dat deze cijfers niet gebruikt kunnen worden voor de vergelijking van individuele voedingsmiddelen met als doel hierover publiekelijk te communiceren. 
Daarvoor is een externe review nodig, zoals gespecificeerd in de ISO-14040 norm.  

 

De dataset is op dit moment vooral geschikt als een bron van milieugegevens over gemiddelde generieke voedingsmiddelen. Daarnaast dient de database als bron voor wetenschappelijk en beleidsondersteunend onderzoek. De resultaten zijn met name geschikt voor verder onderzoek naar het verduurzamen van voedingspatronen. 

Beschikbaarheid gegevens

De cijfers over de milieubelasting zijn te downloaden. De publicatie op statline is verwijderd, omdat daarop onvoldoende gelegenheid bleek de onderzoeksresultaten van benodigde toelichting te voorzien. Dat is nodig, omdat de database nog in ontwikkeling is. Als de gegevens moeten worden aangepast is het belangrijk hierop een duidelijke toelichting te geven. 


In het Excel bestand zijn de voedingsmiddelen verdeeld over verschillende productgroepen. Er zijn twee tabellen: één met gegevens over de levenscyclus van wieg-tot-consumptie en één van wieg-tot-distributie. 

Toelichting op cijfers Milieubelasting voedingsmiddelen; levenscyclus, productgroep

Disclaimer

De gegevens over de milieubelasting van voedingsmiddelen zijn openbaar en vrij te gebruiken (volledige licentietekst CC BY 4.0). De cijfers zijn echter nog in ontwikkeling en kunnen op basis van nieuwe informatie aangepast worden. 
Er is op deze cijfers geen “kritische review” gedaan zoals gespecificeerd in de ISOInternational Organization of Standardization-14040 norm. Dat betekent dat deze cijfers niet gebruikt kunnen worden voor de vergelijking van individuele voedingsmiddelen met als doel hierover publiekelijk te communiceren. 
Daarvoor is een externe review nodig, zoals gespecificeerd in de ISO-14040 norm.  
 
De dataset is op dit moment vooral geschikt als een bron van milieugegevens over gemiddelde generieke voedingsmiddelen. Daarnaast dient de database als bron voor wetenschappelijk en beleidsondersteunend onderzoek. De resultaten zijn met name geschikt voor verder onderzoek naar het verduurzamen van voedingspatronen.

Doel

 De cijfers over de milieubelasting van ongeveer 250 voedingsmiddelen is opgesteld om inzichtelijk te maken wat de milieubelasting is voor voedingsmiddelen zoals geconsumeerd in Nederland.  Deze milieugegevens worden o.a. gebruikt voor onderzoek op gebied van gezonde en duurzame voedingspatronen en informatie daarover, en zijn beschikbaar gesteld om geïnteresseerden een consistente set milieugegevens aan te bieden om mee te werken. 

 

Recente wijzigingen  

01-02-2021 De cijfers over de milieubelasting van lamsvlees zijn in de laatste versie verwijderd. Blonk Consultants en het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu willen de huidige berekening voor lamsvlees evalueren. Tot die update er is, hebben we besloten om de milieubelasting cijfers  voor lamsvlees uit de dataset te halen.
06-07-2020 Aanpassing van verkeerde NEVO-codes bij sperziebonen


Beschrijving


Een duurzaam voedselsysteem is een systeem dat voorziet in de voedsel- en voedingsmiddelenbehoefte van zowel huidige als toekomstige generaties, hier en elders, waarbij ook de ecologische systemen op aarde worden beschermd. 
Om tot een duurzaam voedselsysteem te komen, is het essentieel inzicht te hebben in de mate van milieubelasting van verschillende voedingsmiddelen over hun gehele levenscyclus. In opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft het RIVM gegevens samengebracht om de milieubelasting van de Nederlandse voedselconsumptie gedurende de hele levenscyclus te kunnen berekenen en in de toekomst te kunnen blijven monitoren. In de tabel wordt de milieubelasting per voedingsmiddel uitgedrukt met zes milieu-indicatoren:

  • broeikasgasemissies,
  • vermesting zoet water,
  • vermesting zout water,
  • verzuring van de bodem,
  • landgebruik en
  • irrigatiewaterverbruik.

In de tabel zijn de waarden voor deze milieu-indicatoren van ruim 200 veel in Nederland geconsumeerde voedingsmiddelen opgenomen.


De voedingsmiddelen in de tabel zijn gekozen omdat ze veel worden geconsumeerd in Nederland volgens de Voedselconsumptiepeiling (https://wateetnederland.nl/), een relatief hoge milieubelasting per kgkilogram voedingsmiddel kunnen hebben, of er voldoende milieugegevens over zijn en ze voor vervolgonderzoek interessant kunnen zijn. De voedingsmiddelen in de tabel zijn verdeeld over verschillende productgroepen.


Methode

De cijfers in de database zijn geen meetwaarden, maar worden samengesteld door middel van de Levenscyclus Analyse (LCALife Cycle Analyses Life Cycle Analyses ). Hierbij wordt eerst alle relevante informatie uit de levenscyclus van een voedingsmiddel verzameld en opgeslagen in een zogenoemde ‘Life Cycle Inventory’ (LCILandelijke coördinatie infectieziektebestrijding). Met behulp van het LCA softwareprogramma SimaPro (versie 9.0), en het ReCiPe 2016 effectbeoordeling model beschikbaar hierin, is deze inventaris vervolgens vertaald naar LCA-gegevens voor de zes milieu-indicatoren. Binnen het ReCiPe 2016 model is het zogenoemde ‘hierarchist perspectief’ gekozen in combinatie met milieu-indicatoren op ‘mid-point’ niveau. Deze LCA studies zijn uitgevoerd volgens de ISO14040 en 14044 richtlijnen en waar toepasselijk afgestemd met de Product Environmental Footprint Category Rules. Hieronder volgt een korte beschrijving van de belangrijkste uitgangspunten.

 

Doel en reikwijdte

De LCA studies hebben als doel de milieubelasting van een voedingsmiddel op de Nederlandse markt te modelleren en daarbij alle relevante materiaal- en emissiestromen van een levenscyclus te beschrijven (‘attributional approach’). De zogenoemde ‘functionele eenheid’ die dit onderzoek hanteert is “1 kg voedingsmiddel geconsumeerd door de Nederlandse consument en verkocht via een Nederlandse supermarkt”. 

 

Systeemgrenzen

De systeemgrenzen geven aan welke levenscyclusfasen in een LCA studie meegenomen worden. In de tabel zijn twee sets van gegevens opgenomen, die van elkaar verschillen in de gehanteerde systeemgrens: van ‘wieg-tot-consumptie bij de consument’ en van ‘wieg-tot-distributiecentrum in Nederland’. Hieronder zijn de levenscyclusfasen toegelicht. Er wordt uitgegaan van aankoop van het voedingsmiddel in een Nederlandse supermarkt. De fasen aangeduid met een asterisk (*) zijn onderdeel van de systeemgrens ‘wieg-tot-distributiecentrum in Nederland’.

  • *Primaire productie van het voedingsmiddel, bijvoorbeeld agrarische gewassen, vee en vis. Dit is per land van herkomst gemodelleerd. Per voedingsmiddel zijn er doorgaans meerdere herkomstlanden gedefinieerd om aan te sluiten bij de marktsituatie in Nederland.
  • *Na-oogst bewerking van primaire producten. Voor een aantal producten vindt de verwerking, door drogen en ontschillen van een product, tot voedingsmiddel plaats in het land van herkomst.
  • *Verwerking van primaire producten tot voedingsmiddelen. Hierbij wordt meestal aangenomen dat de verwerking van een voedingsmiddel plaatsvindt in Nederland. 
  • *Verpakking van voedingsmiddelen. Het type verpakkingsmiddel is gekozen op basis van actueel aanbod in supermarkten. Voedingsmiddelen kunnen daarom twee keer voorkomen in de tabel.
  • *Opslag en distributie van voedingsmiddelen. De voedingsmiddelen worden al dan niet gekoeld of bevroren opgeslagen in het distributiecentrum gereed voor transport. Voedselverliezen tijdens opslag en distributie zijn meegenomen.
  • Verkoop van voedingsmiddelen. Voedingsmiddelen worden al dan niet gekoeld of bevroren opgeslagen en geëtaleerd ter verkoop. 
  • Bereiding van voedingsmiddelen thuis. Deze fase bestaat uit drie onderdelen, namelijk het al dan niet gekoeld of bevroren bewaren, het snijden, waardoor verliezen ontstaan en uiteindelijk het ‘koken’ van voedingsmiddelen. Afvalverwerking van verpakkingen en snijverliezen zijn ook in deze fase van de levenscyclus ingerekend.
  • Consumptie van voedingsmiddelen. Niet al het bereide voedsel wordt daadwerkelijk geconsumeerd. Impact van voedselverliezen naar riool, compostering en vuilverbranding worden in deze fase ook meegenomen.

 

Transport

Transport is gemodelleerd door de keten, tot en met de verkoop in de supermarkt. Afhankelijk van het type voedingsmiddel en de herkomstlanden, kan dit verschillen tussen transport via lucht, water, weg en rails. Het transport van de supermarkt naar de consument thuis is niet meegenomen bij de berekeningen vanwege een limiet op het aantal mee te nemen variabelen. 

 

Voedselverliezen

Er vinden op verschillende plekken in de keten verspilling van voedsel plaats. Dit kunnen vermijdbare en niet vermijdbare voedselverliezen zijn, zoals verliezen in supermarkten en snijverliezen tijdens de bereiding. Productgroep specifieke percentages zijn gebruikt voor vermijdbare voedselverliezen en product specifieke percentages voor snijverliezen. 

 

Verpakking

Voor de verpakking van de voedingsmiddelen is er van uitgegaan dat er alleen primair verpakkingsmateriaal wordt gebruikt, de (laatste) verpakking waarin het voedingsmiddel verpakt zit. Daarnaast wordt er van uitgegaan dat er geen gerecycled materiaal gebruikt wordt. Afgedankte verpakkingen worden verbrand met energie terugwinning. 

 

Allocatie

In het geval dat een product meerdere bijproducten heeft, zal de milieubelasting over deze productstromen worden verdeeld. In deze LCA studies is deze verdeling, of allocatie, gebeurd op basis van de economische waarde van de producten. Een uitzondering is de productie van melk voor welke biofysische allocatie is toegepast.

 

Milieu-indicatoren

De levenscyclus milieubelasting van 1 kg voedingsmiddel op het bord van de consument wordt uitgedrukt door middel van 6 milieu-indicatoren, zogenaamde ‘midpoint’ effectcategorieën: 

  • Broeikasgasemissie (kg CO2-equivalent)
  • Verzuring (kg SO2-equivalent) 
  • Vermesting zoet water (kg P-equivalent) 
  • Vermesting zout water (kg N-equivalent)
  • Landgebruik (m2/jaar)
  • Waterverbruik (m3

Het toxische effect van pesticides op ecosystemen wordt niet meegenomen in het onderzoek, omdat de nog onvoldoende datakwaliteit van de beschikbare gegevens. 

 

Klimaatverandering via broeikasgasemissie 

Dit is een indicator voor de opwarming van de aarde als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen door menselijke activiteit. Alle emissies gedurende de levenscyclus van een product die bijdragen aan klimaatverandering zijn inbegrepen, zoals lachgas emissies gedurende de teelt van gewassen, methaan emissies tijdens veeteelt en emissies door verandering van landgebruik. De broeikasgasemissies door verandering in landgebruik worden gemodelleerd volgens PAS2050-1 welke enkel kijkt naar ‘direct land use’. Klimaatverandering wordt uitgedrukt in de eenheid kg CO2-equivalent. 

 

Terrestrische verzuring 

Dit is een indicator voor de verandering van de zuurgraad in de bodem als gevolg van atmosferische depositie van anorganische stoffen door menselijke activiteit. Alle emissies gedurende de levenscyclus van een product die bijdragen aan verzuring, zoals sulfaten, nitraten en fosfaten, worden hierbij meegenomen. Verzuring wordt uitgedrukt in de eenheid kg SO2-equivalent. 

 

Vermesting marien- en zoetwater 

Dit is een indicator voor de verrijking van de mariene- en zoetwateromgeving door nutriënten als gevolg van menselijke activiteit. Alle emissies gedurende de levenscyclus van een product die bijdragen aan vermesting, voornamelijk stikstof en fosfaat verbindingen, worden hierbij meegenomen. Vermesting wordt uitgedrukt in de eenheid kg N-equivalent (marien water) en kg P-equivalent (zoetwater).

 

Landgebruik 

Dit is een indicator voor het gebruik en transformatie van landoppervlakte als gevolg van menselijke activiteit. Er wordt een onderscheidt gemaakt tussen het gebruik van een zeker oppervlak land gedurende een bepaalde periode en de transformatie van een zeker oppervlak land om het geschikt te maken voor productie (direct land use change). Landgebruik wordt uitgedrukt in de eenheid m2/jaar; gebruikt oppervlak land vermenigvuldigd met de periode van gebruik. 

 

Waterverbruik

Dit is een indicator voor de consumptie van zoetwater als gevolg van menselijke activiteit. Het betreft irrigatie water tijdens de teelt van gewassen of de “Blue water footprint”, (blauw) waterverbruik wordt uitgedrukt in m3 water. 

 

 

 

Onderzoek op basis van deze gegevens

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu gebruikt de data over de milieubelasting van voedingsmiddelen in verschillende onderzoeken. Ook andere onderzoeksinstellingen en universiteiten gebruiken deze cijfers in hun onderzoek. 


In de studie Greenhouse Gas Emissions and Blue Water Use of Dutch Diets and Its Association with Health zijn de milieugegevens gekoppeld aan gegevens over de dagelijkse voedselconsumptie in Nederland. Op deze manier zijn de broeikasgasemissies en gebruik van irrigatiewater dat gepaard gaat met voedselconsumptie berekend. Dit onderzoek laat zien dat volgens het huidige voedingspatroon in Nederland vlees, zuivel en niet-alcoholische dranken het meest bijdragen aan de dagelijkse voedingsgerelateerde broeikasgassen. De consumptie van niet-alcoholische dranken, fruit en vlees zorgt voor het grootste (irrigatie)waterverbruik. 

 

In het artikel The Global Blue Water Use for the Dutch Diet and Associated Environmental Impact on Water Scarcity bespreken we het (blauwe) waterverbruik ten behoeve van de Nederlandse voedselconsumptie. 
Wereldwijd is de landbouw verantwoordelijk voor ongeveer 70% van het zoetwatergebruik. Daarmee dreigen we de ‘planetary boundary’ voor waterverbruik te overschrijden, wat betekent dat de mensheid meer water verbruikt dan onze aarde aankan. Op steeds meer plekken op aarde is bovendien lokaal al sprake van acute waterschaarste. Om tot een duurzamer voedselsysteem te komen, is het dus nodig het totale waterverbruik zoveel mogelijk te verminderen en om waterschaarse gebieden zoveel mogelijk te sparen. Daartoe onderzochten wij het blauwe waterverbruik wereldwijd ten behoeve van de Nederlandse voedselconsumptie. 

 

Eten volgens de Richtlijnen Gezonde Voeding 2015, draagt bij aan een lagere broeikasgas emissie en geeft een iets hoger waterverbruik.  Het onderzoek is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Sustainability.
 

Database Milieubelasting Voedingsmiddelen

Contact

Maakt u gebruik van deze dataset? Laat het ons weten.

We horen graag op welke manier deze gegevens in onderzoek worden toegepast. Ook als u interesse heeft in het gebruik van deze data horen we dat graag.

 

U kunt contact met ons opnemen via  lcavoedsel@rivm.nl 

U kunt zich ook aanmelden voor de Nieuwsbrief Voeding