De productie van voedsel belast het milieu. Denk aan het gebruik van land en water of aan uitputting van de bodem. Duurzaam voedsel beschermt de ecologische systemen en voorziet in de voedingsbehoefte van mensen nu en in de toekomst. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu onderzoekt wat nodig is om in Nederland een milieuvriendelijk én gezond eetpatroon te bereiken. Om dat te weten te komen verzamelt en koppelt het RIVM gegevens over de voedselconsumptie en de milieubelasting van voedingsmiddelen. 

Milieubelasting van voedingsmiddelen


Dankzij de Voedselconsumptiepeiling (VCPVoedselconsumptiepeiling) weten we wat en hoeveel we in Nederland dagelijks eten. In de EPIC-cohortstudie volgen we 40.000 Nederlanders al 30 jaar om ontwikkelingen in leefstijl (waaronder voeding) en gezondheidsproblemen te bestuderen. 

Ook hebben we de milieubelasting van ongeveer 250 voedingsmiddelen onderzocht. In de Database milieubelasting voedingsmiddelen staat in welke mate het milieu belast wordt door de productie van een kilogram van het betreffende voedingsmiddel. Door de data te combineren, kunnen we bepalen welke voedingspatronen het meest belastend zijn voor het milieu. Ook kunnen we onderzoeken of er een relatie is tussen de milieubelasting van voedingspatronen en de gezondheid van mensen.  

Onderzoek op basis van LCALife Cycle Analyses-gegevens

We voeren scenariostudies uit om te kijken wat de milieubelasting en voedingswaarde is van verschillende consumptiepatronen. Wat verandert er als we minder vlees eten? Eten we milieuvriendelijk(er) met de Schijf van Vijf? Zijn we gezonder als we milieuvriendelijker eten? 

4 stappen naar een duurzamer voedingspatroon

Op basis van onze onderzoeken kunnen de volgende vier stappen genomen worden richting een duurzamer voedingspatroon:

  1. Kies voor meer plantaardige voedingsmiddelen in plaats van dierlijke voedingsmiddelen. Vlees, zuivel en kaas zorgen voor hoge emissies van broeikasgassen. Een meer plantaardige voedselconsumptie draagt bij aan een gezonder en duurzamer voedingspatroon. 
  2. Verminder waterschaarste en waterverbruik wereldwijd door te kiezen voor seizoensproducten. Kies bijvoorbeeld voor Nederlands seizoensfruit, zoals appels en peren, in plaats van geïmporteerd fruit.  
  3. Kies om het waterverbruik van het voedingspatroon te verminderen voor kraanwater,  thee en koffie in plaats van (niet-)alcoholische dranken zoals frisdrank en sappen. Dit draagt ook bij aan het verminderen van broeikasgasemissies.
  4. Kies voor een gevarieerde voedselinname en verminder overconsumptie. Overconsumptie zorgt voor een hogere belasting op het milieu en energie inname.