We weten steeds meer over het coronavirus SARS severe acute respiratory syndrome-CoV coronavirus-2 en COVID-19, de ziekte die het virus veroorzaakt. Op deze pagina krijg je antwoord op de meest gestelde vragen en vind je alles wat we tot nu toe weten.

Veelgestelde vragen

Wat weten we over de omikronvariant?

De coronavariant Omikron is voor het eerst aangetroffen in zuidelijk Afrika. Daar neemt de omikronvariant snel in aandeel toe. Dat kan er op wijzen dat deze variant besmettelijker is dan de deltavariant die we nu vooral in Nederland zien. Er zijn berichten uit Zuid-Afrika dat de ziekte bij de omikronvariant milder verloopt. Of dat ook echt zo is, moet uit nader onderzoek blijken.  

Lees meer over de omikronvariant


Welke rol spelen kinderen in de basisschoolleeftijd op dit moment in de verspreiding van het virus?  

In de week  van 16 tot en met 23 november 2021 werden de meeste positieve testen geregistreerd in de leeftijdsgroep van 7 t/m 11 jaar. Dit is niet de leeftijdsgroep waarmee de huidige golf begon. Maar sinds de herfstvakantie zijn kinderen in deze leeftijd wel vaker betrokken bij uitbraken en clusters. Dat komt waarschijnlijk voor een deel omdat kinderen onder de 12 jaar niet gevaccineerd zijn. Ook hebben zij zonder beperkingen, zoals 1,5 meter afstand houden, veel contact met elkaar. Het is erg belangrijk dat ook kinderen in de basisschoolleeftijd thuisblijven en testen bij klachten en dat zij in quarantaine gaan als een huisgenoot of ander nauw contact positief getest is. Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu houdt de situatie rond schoolkinderen nauwlettend in de gaten om te zien hoe kinderen bijdragen aan verspreiding van het virus in andere leeftijdsgroepen.

Lees meer over kinderen, school en COVID-19


Nu er veel mensen zijn met COVID-19, zijn aanvullende maatregelen nodig om verspreiding van het virus af te remmen? Waarom is dat?

We kunnen met elkaar zonder hele strenge en ingrijpende maatregelen de winter doorkomen. De basismaatregelen  zijn daarbij het allerbelangrijkst. Als mensen zich niet of minder goed aan de basismaatregelen houden, lopen de besmettingscijfers op. Dan zijn aanvullende maatregelen nodig om verspreiding van het virus af te remmen. In sommige andere Europese landen houden mensen zich beter aan de basismaatregelen en zijn extra maatregelen daarom minder nodig.

Aanvullende maatregelen hebben als doel om het aantal contacten tussen mensen terug te dringen. Bij elk contact kan het virus zich namelijk verspreiden. Hoe minder (nauwe) contacten mensen hebben, hoe minder het virus de kans krijgt zich verder te verspreiden.

Lees meer over verspreiding


Hoe houdt het RIVM zicht op het virus nu er zoveel besmettingen zijn en de teststraten vol lopen?

We hebben een beeld van de verspreiding van het virus. Maar het aantal meldingen van mensen met een positieve test, geeft dat niet meer goed weer. Het werkelijke aantal ligt vaak hoger. Dat komt onder andere omdat er altijd mensen zijn die zich niet laten testen. De ziekenhuisopnames en de opnames op de IC intensive care geven een exacter beeld. Maar die cijfers lopen drie weken achter. Iemand die nu positief test, kan - in het ergste geval - over een paar weken nog ernstig ziek worden en in het ziekenhuis of op de IC worden opgenomen. We halen ook veel gegevens uit rioolwater. We hebben dus enigszins zicht op het virus, maar de mate waarin verschilt in de fases van de pandemie.


Werkt de vaccinatie wel genoeg tegen de deltavariant?

De deltavariant is de variant die nu rondgaat in Nederland. Deze variant is besmettelijker dan de alfavariant van het virus. Maar vaccinatie werkt nog altijd goed tegen het virus en ook tegen de deltavariant. Bij de alleroudsten is de effectiviteit van vaccinatie wat minder. Maar kort gezegd is het antwoord: ja, vaccinatie werkt.


Heeft een gevaccineerde persoon minder kans op besmetting?  

Er is een verschil tussen een besmetting en een infectie. Je kunt besmet zijn met het virus, dan zit het virus bijvoorbeeld in je keel. Die besmetting kan ertoe leiden dat je geïnfecteerd raakt en klachten krijgt. Maar dat hoeft niet. Je afweersysteem kan het virus namelijk ook herkennen en zelf verwijderen.  Ben je wel geïnfecteerd, dan kun je ziek worden. De kans dat iemand die gevaccineerd is geïnfecteerd raakt, is 50% lager dan bij iemand die (nog) niet volledig gevaccineerd is. De kans op besmetting is grofweg de helft kleiner.

Lees meer over effectiviteit van vaccinatie


Gaan coronapillen ons uit de pandemie helpen?

We kunnen de verspreiding van het coronavirus voorkomen door middel van vaccinatie. Mogelijk zijn de coronapillen hier een aanvulling op.  De EMA European Medicines Agency gaat deze pillen eerst controleren en dan is het de vraag hoe breed deze medicijnen ingezet kunnen worden. Het is wel gunstig dat dit eraan zit te komen. Of het erg is om besmet te raken als deze pillen er zijn hangt  af van de werking van de medicijnen. In eerste instantie zul je het moeten combineren.

 

Veelgestelde vragen

Wanneer ben je na vaccinatie beschermd tegen COVID-19?

De meeste mensen krijgen 2 vaccinaties voor een goede bescherming. Je bent 1 week (met het vaccin van Pfizer) tot 2 weken (met de vaccins Moderna en AstraZeneca) na de tweede prik goed beschermd tegen het coronavirus.
Soms is 1 vaccinatie voldoende. Dat is als je het vaccin van Janssen krijgt. Dan ben je na 28 dagen goed beschermd. Of wanneer je de afgelopen 6 maanden COVID-19 hebt gehad. Dan ben je ook 2 weken na de prik goed beschermd tegen het coronavirus SARS severe acute respiratory syndrome-CoV coronavirus-2.

Lees meer over COVID-19-vaccinatie


Waarom deelt het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu niet alle gegevens waarvan soms wel conclusies worden gepresenteerd in nieuwsberichten?

Het RIVM gebruikt data om haar wettelijke taak uit te kunnen voeren, namelijk het monitoren en bestrijden van infectieziekten en het doen van epidemiologisch onderzoek. Niet alle data waar het RIVM gebruikt van maakt kunnen als open data worden gepubliceerd. Dit hangt af van de afspraken die zijn gemaakt over de doeleinden waar de data voor gebruikt kunnen worden. Soms is de herleidbaarheid belangrijke reden om gegevens niet te delen. Door de combinatie van bepaalde (openbare) informatie, kunnen soms (medische) gegevens terug te leiden zijn tot een individu.

Neem bijvoorbeeld de ziekenhuisdata van mensen die met COVID-19 in het ziekenhuis zijn opgenomen en of ze wel of niet gevaccineerd zijn. Daar rapporteren we over, maar de achterliggende data delen we niet. Waarom niet? Stel je weet dat je buurman in het ziekenhuis is opgenomen voor zijn COVID-19-klachten. Door data te koppelen over de leeftijdsverdeling van opgenomen patiënten van een gemeente en de vaccinatiestatus van opgenomen patiënten, kun je (vooral bij kleine aantallen) dan gemakkelijk achter de vaccinatiestatus van jouw buurman komen.


Waarom rapporteert het RIVM alleen landelijk cijfers? Waarom worden er geen cijfers per ziekenhuis gerapporteerd? 

Bij rapportage op landelijk niveau proberen we een zo goed mogelijk beeld geven van de vaccin effectiviteit (VE vaccineffectiviteit). Rekening houdend met verschillende factoren zoals leeftijd, type vaccin, periode van besmetting en de tijd sinds vaccinatie. De privacy moet hierbij gewaarborgd zijn. Als we de gegevens opsplitsen voor verschillende ziekenhuizen zal dit resulteren in een publicatie met kleine aantallen, waardoor gegevens mogelijk herleidbaar zijn en de privacy van patiënten niet meer gewaarborgd kan worden. 
De cijfers van één ziekenhuis zijn bovendien niet representatief voor het aantal besmettingen in de regio dat heeft geleid tot opname, bijvoorbeeld omdat mensen niet altijd opgenomen worden in het dichtstbijzijnde ziekenhuis en patiënten worden overgeplaatst. Ook kan de patiëntenpopulatie verschillen tussen ziekenhuizen, bijvoorbeeld doordat een universitair of topklinisch ziekenhuis vergeleken wordt met een streekziekenhuis. Dit geeft een vertekening van de VE op ziekenhuis niveau.  


Waarom zijn de cijfers uit de rapporten van het RIVM anders dan die van de ziekenhuizen? 

Het verschil in beeld per ziekenhuis ten opzichte van de landelijk gerapporteerde cijfers kan verschillend lijken doordat bij de landelijke informatie uitgegaan wordt van patiënten die nieuw in het ziekenhuis worden opgenomen (instroom of incidentie). Bij de cijfers per ziekenhuis of regio gaat het om het totaal aantal mensen die in het ziekenhuis ligt (bezetting of prevalentie). Covid-19 patiënten zijn meestal lang opgenomen in het ziekenhuis, gemiddeld een ruime week als ze alleen op een verpleegafdeling liggen en 2,5 week op de IC intensive care, waardoor de gegevens op basis van instroom anders zijn dan op basis van bezetting.


Waarom zegt (een verandering in) het percentage gevaccineerden onder ziekenhuisopnames niet per definitie iets over (een verandering in) de vaccin effectiviteit? 

Bij het berekenen van de vaccin effectiviteit houden we heel precies rekening met de vaccinatiegraad in de bevolking naar leeftijd en naar kalendertijd. Bovendien houden we rekening met het type vaccin dat mensen hebben gekregen en de tijd sinds vaccinatie. Een verandering van het percentage gevaccineerden bij ziekenhuisopnames kan ook komen door een verandering in de vaccinatiegraad in de bevolking of een verandering in de leeftijdsverdeling, type vaccin, of tijd sinds vaccinatie onder de opgenomen patiënten. Dit zegt dus niet per definitie dat de effectiviteit van het vaccin is veranderd. Daarom rapporteren we de vaccin effectiviteit rekening houdend met bovengenoemde factoren. 


Waarom is het belangrijk dat ik meewerk aan het bron- en contactonderzoek?

Door mee te werken aan het bron- en contactonderzoek van de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst help je een verdere verspreiding van het coronavirus te voorkomen. 

Lees meer over testen.


Wat weten we over de varianten (mutaties) van het coronavirus Sars-CoV-2

Er circuleren wereldwijd vele varianten van het coronavirus SARS-CoV-2. De WHO en het ECDC European Centre for Disease Prevention and Control beoordelen welke varianten als zorgelijk worden gezien en welke als ‘interessant’. Het RIVM  volgt die adviezen. We volgen deze varianten en brengen ze in kaart vanwege hun (mogelijke) risicovolle kenmerken en mate van verspreiding. Ook volgen we de varianten van het virus die in Nederland zijn, via de nationale Kiemsurveillance.

Lees meer over de verschillende varianten in Nederland.


Wat is Long COVID?

Een deel van de mensen houdt na een besmetting met SARS-CoV-2 langdurig klachten. Dat wordt ‘Long (langdurige) COVID’ of 'PASC' (Post-Acute Sequelae of SARS-CoV-2 Infection) genoemd. Deze klachten kunnen tot enkele weken, maar soms meerdere maanden na een infectie met COVID-19 aanhouden.

Lees meer over Long COVID


Ik heb hooikoorts of een allergie. Mag ik naar buiten of naar mijn werk?

In principe wel. Als je hooikoorts hebt, heb je elk jaar dezelfde klachten in ongeveer dezelfde periode. Je kan dan goed aanvoelen of het ‘die klachten van de hooikoorts’ zijn. Hetzelfde geldt voor klachten die typisch passen bij een allergie. Bij twijfel of als de klachten anders aanvoelen: laat je testen en blijf thuis tot de uitslag bekend is.


Wordt er onderzoek gedaan naar de rol van verspreiding onder en door kinderen in deze pandemie?

Vanuit het RIVM worden er verschillende onderzoeken gedaan naar de rol die kinderen spelen bij de verspreiding van het coronavirus. Hierover kun je meer lezen op de pagina over kinderen, school en COVID-19. Over het algemeen geldt: hoe jonger het kind, hoe kleiner de rol bij de verspreiding van het virus. Dit geldt zowel voor de klassieke virusvariant als voor de meer besmettelijke virusvarianten. Wel is het zo dat alle leeftijdsgroepen bij de meer besmettelijke varianten het virus meer verspreiden dan bij de oude varianten.

    Lees meer over kinderen en het virus


    Hoe belangrijk is ventilatie om verspreiding van het virus tegen te gaan? 

    Een goede ventilatie is heel belangrijk. Goed ventileren is noodzakelijk voor een gezond en prettig binnenklimaat. Het helpt ook om de overdracht van luchtweginfecties, zoals COVID-19, te beperken. Als je binnen met mensen bent is het belangrijk om de ruimte goed te ventileren.

    Lees meer over ventilatie


    Wanneer ben je een nauw contact van iemand met COVID-19?

    • Als je langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter afstand was van iemand met COVID-19
    • Als iemand met COVID-19 in je gezicht hoest of niest of als je contact had zoals knuffelen of zoenen
    • Een huisgenoot kan ook een nauw contact zijn. Maar dan gelden andere leefregels  dan voor andere nauwe contacten. 

    Hoe kom je erachter dat je een nauw contact was met iemand die COVID-19 heeft?

    • De persoon met COVID-19 informeert je hierover
    • De GGD informeert je hierover
    • Als je de CoronaMelder app hebt, kun je een melding krijgen.

    Wat moet je doen als je nauw contact bent van iemand met COVID-19?

    Dat hangt samen met of je al beschermd bent tegen corona of dat je niet beschermd bent. Je bent bijvoorbeeld beschermd als je volledig gevaccineerd bent of als je al corona hebt gehad. Hier lees je meer over op de pagina over quarantaine en isolatie


    Bij welke klachten moet je thuisblijven?

    Blijf thuis en laat je testen bij een of meer van de volgende klachten die passen bij COVID-19, ook als je niet erg ziek bent: verkoudheidsklachten (zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn), hoesten, benauwdheid, verhoging/koorts  en plotseling verlies van reuk en/of smaak (zonder neusverstopping). Bekijk de overige ziekteverschijnselen die zijn gemeld door mensen met COVID-19.

    Lees meer over de symptomen op De ziekte COVID-19


    Wanneer ben je besmettelijk met het coronavirus SARS-CoV-2?

    Je kunt al besmettelijk zijn de 2 dagen voordat je klachten krijgt. Mensen met COVID-19 zijn over het algemeen 1 tot 2 weken na het begin van de klachten besmettelijk. 

    Lees meer over De verspreiding van het SARS-CoV-2-virus


    Hebben zwangeren meer kans om besmet te raken met het coronavirus SARS-CoV-2?

    Als je zwanger bent heb je meer risico om ernstig ziek te worden van COVID-19 en kunnen complicaties optreden. Dat geldt voor gezonde vrouwen die zwanger zijn en ook voor vrouwen met onderliggende ziekten zoals diabetes of hart- en longziekten.

    Lees meer over Zwangerschap en COVID-19


    Hoe gaat het RIVM om met resultaten uit nieuw (internationaal) onderzoek?

    Het RIVM volgt de internationale literatuur over onderzoeken zorgvuldig. Als er nieuwe inzichten komen uit (internationale) onderzoeksresultaten zal het RIVM haar adviezen en richtlijnen aanpassen. 

    Lees meer over Onderzoeken