Als een virus zich vermenigvuldigt, kan het steeds een heel klein beetje veranderen. Meestal is die verandering (of mutatie) zo klein dat het bijna geen invloed heeft op hoe ziek je wordt en hoe het virus zich verspreidt. Soms zorgt een verandering er wel voor dat een virus zich anders gedraagt en bijvoorbeeld makkelijker verspreidt. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu houdt veranderingen in het coronavirus SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2 en de gevolgen ervan goed in de gaten.

Van virussen is bekend dat ze vaak veranderen. Van het coronavirus SARSsevere acute respiratory syndrome-CoV2 zijn al duizenden varianten. In het laboratorium onderzoekt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu welke varianten er in Nederland zijn en wat dat betekent voor de verspreiding in Nederland. Dit noemen we kiemsurveillance . Het is vooral belangrijk om te weten of de varianten die rondgaan ook nieuwe eigenschappen hebben die extra risico’s met zich meebrengen. Bijvoorbeeld omdat ze makkelijker overgedragen worden, omdat mensen er zieker van worden, of omdat de virusvarianten minder goed op vaccinatie reageren. 

Varianten in Nederland

Er zijn vele varianten van het coronavirus SARS-CoVcoronavirus coronavirus -2 die wereldwijd circuleren en een aantal daarvan wordt verder gevolgd en onderzocht. De WHO en het ECDCEuropean Centre for Disease Prevention and Control publiceren wekelijks overzichten met zorgelijke varianten (Variants of Concern) en  ‘interessante’ varianten (Variants of Interest). Deze varianten worden zorgvuldig gevolgd en in kaart gebracht vanwege hun (mogelijke) risicovolle kenmerken en mate van verspreiding. Het RIVM volgt de WHO en het ECDC hierin. Ook volgen we via de nationale Kiemsurveillance samen met laboratoria in Nederland, de in Nederland aanwezige varianten van het coronavirus SARS-CoV-2.

Ook in Nederland wordt onderzoek gedaan naar varianten van het virus. Het RIVM is eind 2020 gestart met de kiemsurveillance waarbij wekelijk steekproefsgewijs monsters worden onderzocht. Dat begon met tientallen monsters per week. Er zijn steeds meer laboratoria gaan meedoen en inmiddels analyseert het RIVM wekelijks ongeveer 1200 monsters, waarvan zo’n 1000 uit de willekeurige steekproeven van de kiemsurveillance. 

In onderstaande tabel staan de resultaten uit de kiemsurveillance voor de VOC en VOI van WHO en ECDC. et totaal aantal onderzochte monsters in de kiemsurveillance omvat naast de varianten in deze tabel alle andere varianten. Het gaat hierbij om de monsters die succesvol zijn geanalyseerd. De monsters die niet succesvol zijn geanalyseerd, staan niet in deze tabel.

Weeknummer Totaal 2021/16 2021/15 2021/14 2021/13 2021/12 2021/11 2021/10 2021/9 2021/8 2021/7 2021/6 2021/5 2021/4 2021/3 2021/2 2021/1 2020/53 2020/52 2020/51 2020/50 2020/49
Aantal onderzochte monsters 18877 802 1367 1392 1688 1599 1560 1974 1514 1028 1041 964 902 837 645 303 357 209 257 203 127 108
Britse variant (B.1.1.7) 13523 774 1322 1328 1598 1492 1399 1725 1265 787 647 396 286 224 157 61 45 9 5 1 1 1
Britse variant met E484K mutatie* 20 4 6 2 3 0 0 1 2 0 1 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Zuid-Afrikaanse variant (B.1.351) 380 8 16 25 40 39 55 56 25 19 32 26 17 14 3 3 0 1 1 0 0 0
Braziliaanse variant P.1 140 12 17 21 14 23 23 15 10 3 1 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0
Variant B.1.525 + E484K + F888L 27 3 1 2 1 0 2 5 7 0 3 1 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Indiase variant (B.1.617.1/ B.1.617.3) 3 0 1 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Indiase variant (B.1.617.2) 1 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
B.1.620 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Colombiaanse variant (B.1.621) 1 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Californië variant 2 (B.1.427/4.29) 7 0 0 0 1 2 0 2 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Variant P.3 (Filipijnen) 4 0 0 0 1 2 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Variant Bretagne (B.1.616) 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

* De aantallen van de Britse variant met E484K mutatie worden meegeteld in de totale aantallen van de Britse variant (B.1.1.7).  

De data uit de kiemsurveillance worden wekelijks bijgewerkt. Er kunnen t/m week 15 van 2021 af en toe nog nieuwe meldingen komen vanuit de inzendingen van de laboratoria die (nieuw) meedoen in de kiemsurveillance. De cijfers van week 16 zijn in ieder geval nog niet compleet. Daarnaast kunnen aantallen per week afwijken ten opzichte van voorgaande publicaties door updates van afname datum van monsters  of door een andere classificering van het monster (bron- en contactopsporing i.p.v. aselecte steekproef) in het registratiesysteem. Deze weekcijfers worden achteraf steeds bijgewerkt. 

Verschil in eiwitten

Het verschil in de Britse, Zuid-Afrikaanse, Braziliaanse varianten en de B.1.525 variant lijkt vooral te zitten in de veranderingen aan het ‘spike-eiwit’, de stekeltjes van het coronavirus. De eiwitten van deze virusvarianten kunnen zich mogelijk beter aan menselijke cellen hechten.

De Britse variant

In december 2020 werd de Britse variant van het virus ook in Nederland aangetroffen. Dit gebeurde in het laboratorium van het RIVM. Inmiddels is de meerderheid van de besmettingen in Nederland de Britse variant. Het reproductiegetal van de Britse variant ligt naar schatting hoger dan bij de oude variant van het virus. Dit getal staat voor het gemiddeld aantal mensen dat iemand met COVID-19 besmet. Dit betekent dat deze variant besmettelijker is dan de oude variant. Er wordt internationaal onderzoek gedaan om te kijken of deze variant mensen ernstiger ziek maakt of dat mensen vaker overlijden. De verschillende onderzoeken die tot nu toe zijn gepubliceerd, laten niet allemaal hetzelfde beeld zien. Dat maakt dat de informatie onzeker is. Het RIVM volgt dit soort onderzoeken zorgvuldig.  

Ook kinderen kunnen besmet raken met de Britse variant, ook al gebeurt dat minder vaak dan bij volwassenen. Onderzoek in de gemeente Lansingerland toonde dit aan. Waarschijnlijk ontwikkelen kinderen iets vaker (milde)klachten als ze besmet raken met de Britse variant. De klachten zijn over het algemeen milder dan die bij volwassenen. Besmette kinderen kunnen het virus doorgeven binnen een huishouden en ook op school. Het is nog niet duidelijk of basisschoolkinderen de variantvirussen ook minder vaak overdragen dan volwassenen, zoals dat wel het geval is bij het ‘oude’ type. Voor nu zijn er geen aanwijzingen dat de vaccinatie niet beschermt tegen de Britse variant van het virus. Wereldwijd wordt dat goed in de gaten gehouden.

Zorgelijke verandering in Britse variant ( E484K) 

Virussen muteren voortdurend. Soms ondervindt een virusvariant voordeel van bepaalde mutaties, bijvoorbeeld doordat het sneller verspreidt. Dit soort mutaties geven de virusvarianten een voordeel ten opzichte van de oude, circulerende varianten. Sommige mutaties kunnen onafhankelijk van elkaar bij verschillende varianten in de wereld opduiken. Het Verenigd Koninkrijk maakte eerder al melding van het optreden van een nieuwe mutatie in de Britse variant, E484K, in het ‘spike-eiwit’.   Deze E484K-mutatie wordt als zorgelijk beschouwd en is eerder aangetoond in de Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse varianten. Bij deze E484K-mutatie is de opgebouwde afweer na vaccinatie of na een eerdere besmetting mogelijk minder goed. Ook is de mutatie waarschijnlijk van invloed op de sterkte van de binding van het virus aan cellen in ons lichaam. Deze E484-mutatie in de Britse variant is ook in Nederland in de kiemsurveillance aangetoond.

De Zuid-Afrikaanse variant 

De Zuid-Afrikaanse variant werd in Nederland begin januari 2021 vastgesteld. Ook deze variant van het virus lijkt, net als de Britse variant, besmettelijker te zijn dan de variant die we tot nu toe in Nederland hadden, net als de Britse variant. Hoe het virus reageert op de huidige vaccins, wordt momenteel wereldwijd onderzocht.

Er is tot nu toe geen reden om aan te nemen dat het ziekteverloop van de Zuid-Afrikaanse variant anders of ernstiger is dan bij de oude variant. 

De Braziliaanse variant

Er zijn in Nederland twee nieuwe varianten van het coronavirus gevonden die beide hun oorsprong in Brazilië hebben. Het gaat om de P1- en de P2-variant. 
De P1-coronavariant werd vooral gevonden bij uitbraken in- en om Manaus, de hoofdstad van de Braziliaanse staat Amazonas. Er is bij deze variant nog geen duidelijkheid of de ziekte anders verloopt. De variant heeft onder andere drie veranderingen in het Spike-eiwit, de stekeltjes van het coronavirus, die als zorgelijk worden beschouwd. Deze drie veranderingen zijn vrijwel identiek aan de veranderingen in de Zuid-Afrika variant. Bij deze variant lijkt de afweer door vaccinatie of doordat je het virus al eens hebt gehad mogelijk minder goed te zijn. Dit wordt momenteel (inter)nationaal onderzocht.
De P2-coronavariant is een variant die breed verspreid in Brazilië voorkomt. Bij deze variant lijkt de afweer door vaccinatie of doordat je het virus al eens hebt gehad mogelijk minder goed te zijn. Ook bij deze variant is nog veel onduidelijk over de manier waarop de ziekte verloopt. 

De variant B.1.525

In de kiemsurveillance, in de regio Rotterdam-Rijnmond en de regio Limburg Noord is een nieuwe coronavariant (B.1.525) gevonden. Deze variant werd voor het eerst in Denemarken gemeld. Ook deze variant heeft de mutatie E484K samen met een andere kenmerkende mutatie (F888L). Nader onderzoek vindt momenteel plaats in Denemarken en Nederland.

Californië-variant B.1.429/427

De WHO heeft de zogenaamde Californië-variant, B.1.429/427 benoemd tot variant of interest (VOI). Deze variant werd voor het eerst aangetroffen in Californië in de Verenigde Staten in Juni 2020 en circuleert nu in de hele VSVerenigde Staten en 26 andere landen. Deze variant heeft drie veranderingen in de uitsteeksels van het virus, waaronder L452R. Deze variant wordt internationaal extra in de gaten gehouden, omdat er aanwijzingen zijn dat de variant mogelijk besmettelijker is dan de klassieke varianten en dat bepaalde behandelmethoden en mogelijk de huidige generatie vaccins minder effectief zijn. Deze variant is onder meer gevonden in twee landen in het Caribische deel van het Koninkrijk, maar nog niet in Nederland. 

Voorkom besmetting met mutaties

Voor alle varianten van het coronavirus geldt: houd je aan de maatregelen. Laat je zo snel mogelijk testen bij (milde) klachten en volg isolatie- en quarantainemaatregelen strikt op. Als er een besmetting met één van de varianten wordt aangetroffen, start de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst bron- en contactonderzoek op.

Veelgestelde vragen

Werkt het vaccin straks ook tegen de virusvariant die in het Verenigd Koninkrijk circuleert? 

Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat het vaccin minder goed zou werken tegen de virusvariant in het VK. Lees meer over hoe het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu onderzoekt hoe het virus verandert en wat dit betekent voor de verspreiding van het virus in Nederland door middel van kiemsurveillance

Hoe kunnen jullie zien welke variant van het coronavirus je hebt?

Je krijgt bij de uitslag van een test niet te horen met welke variant van het coronavirus je besmet bent. Een laborant kan bij het analyseren van een coronatest namelijk niet zien met welke variant iemand besmet is. Daarvoor is verder onderzoek nodig. Het zogenaamde sequencing. Dat betekent dat het virus, dat is afgenomen met een wattenstok in de neus en keel, verder wordt onderzocht. Met sequencing wordt gekeken naar de bouwstenen van het virus. Door te kijken hoe het virus is opgebouwd kun je kenmerkende ‘bouwsteentjes’ van een variant herkennen. Sequencing gebeurt steekproefsgewijs in een onderzoek dat de kiemsurveillance heet. 

Wat maakt de Britse, de Zuid-Afrikaanse variant en de Braziliaanse varianten anders dan de ‘oude’ COVID-19 variant?

Naar schatting zijn er al duizenden verschillende varianten van het coronavirus. Het verschil lijkt vooral te zitten  in de veranderingen aan het ‘spike-eiwit’, de stekeltjes van het coronavirus. Het lijkt er op dat de vier variaties besmettelijker zijn dan de oude variant. De eiwitten van de virusvarianten kunnen zich mogelijk beter aan menselijke cellen hechten. Bij de Braziliaanse P1 variant lijkt de afweer door vaccinatie of doordat je het virus al eens hebt gehad mogelijk minder goed. Hier wordt momenteel in verschillende landen onderzoek naar gedaan. 

Wat is er bekend over de Franse variant?

In Frankrijk is een tot nu toe onbekende variant van het virus bij 8 mensen gevonden. Dit meldde het Franse ministerie van Gezondheid op 15 maart 2021. De 8 mensen werden getest als onderdeel van een cluster en werden aanvankelijk negatief getest. Zij werden met een wattenstaafje in de neus getest. De nieuwe variant kwam aan het licht bij nader onderzoek naar de genetische bouwstenen van het virus dat gevonden werd in de testafnames in het ziekenhuis. Deze variant lijkt op basis van eerste informatie, niet besmettelijker of ziekmakender dan andere varianten. Het lijkt erop dat deze variant wel aan te tonen is met de PCRpolymerase chain reaction-testen die we in Nederland gebruiken. Dat baseren we op de informatie over veranderingen van deze variant  die op dit moment beschikbaar is. Het is mogelijk wel zo dat deze variant minder goed wordt opgepikt met een monster van het wattenstaafje in de neus. Het lijkt dat deze variant zich niet of minder in de neus nestelt, maar vooral in de diepere luchtwegen wordt aangetroffen. Er wordt verder onderzoek gedaan naar deze variant. Deze Franse variant is tot nu toe nog niet in Nederland aangetroffen.

Is de coronavariant uit India zorgelijk?

In de media zijn berichten te lezen over een variant van het virus in India, de B1.617. Deze Indiase variant zou snel om zich heen grijpen. Maar eigenlijk is er nog niet zoveel bekend over deze variant. Dat het virus in India zo snel om zich heen grijpt, kan betekenen dat hij besmettelijker is. Maar het kan ook aan de omstandigheden in India liggen. We weten daar nog te weinig van. Het RIVM houdt de verspreiding van deze en andere varianten nauwlettend in de gaten.