Iedereen krijgt dioxines binnen, vooral door het eten van vlees, vette vis, zuivel en eieren. Dioxines kunnen bij bepaalde dosering effecten hebben op het immuunsysteem, de hersenontwikkeling en de voortplanting. Bij hele hoge doseringen kunnen ze ook kanker veroorzaken. Er zijn gezondheidskundige grenswaarden voor de hoeveelheid dioxines die mensen binnen mogen krijgen. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu onderzoekt de blootstelling van de bevolking aan dioxines via de voeding en het hiermee samenhangende gezondheidsrisico.

Wat zijn dioxines?

Dioxines is een verzamelnaam voor een groep van chemische stoffen die bij (vuil)verbrandingsprocessen kunnen ontstaan. Daarnaast kunnen zij in bepaalde chemische stoffen voorkomen, zoals in PCBpolychlorobiphenyls-houdende koelvloeistof of in bepaalde bestrijdingsmiddelen zoals pentachloorphenol, dat veel is gebruikt als houtverduurzamingsmiddel. Dat betekent dat ook oudere bouwmaterialen besmet kunnen zijn met deze stoffen. Hoewel de uitstoot van dioxines de laatste 25 jaar sterk aan banden gelegd is, komen dioxines in kleine concentraties nog steeds in heel Nederland voor. De hoeveelheid dioxines in de lucht is gering. Het inademen van dioxines uit de lucht draagt nauwelijks bij aan de hoeveelheid dioxines die mensen via het voedsel binnenkrijgen.  

Hoe komen dioxines in ons voedsel terecht?

Dieren krijgen soms dioxines binnen door diervoeder. Hierdoor kunnen dioxines in het dier zelf terechtkomen om van daaruit naar eieren, melk en vlees overgedragen te worden. Om blootstelling van mensen en dieren te beperken zijn productnormen opgesteld. Voor landbouwhuisdieren is grond een belangrijke dioxinebron. Kippen pikken bijvoorbeeld in de bodem op zoek naar voedsel en krijgen zo dioxines binnen. Op vergelijkbare wijze krijgen grazende koeien dioxines binnen. Ook vissen krijgen vanuit hun voedsel dioxines binnen, via plankton of door het eten van andere vissen.

Grenswaarden

Door de European Food Safety Authority (EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit), is in 2018 een nieuwe gezondheidskundige grenswaarde voor de mens vastgesteld. Deze is 2 pg dioxine-TEQ/kgkilogram lichaamsgewicht per week, lager dan de grenswaarde die in 2001 door het EUEuropese Unie Scientific Committee on Food (de voorloper van EFSA) was vastgesteld.  Dit verschil komt omdat er na 2001 studies beschikbaar zijn gekomen, waaruit EFSA heeft geconcludeerd dat er bij lagere blootstelling effecten kunnen optreden dan eerder aangenomen werd.

In de Europese Unie zijn productnormen (maximaal toegestane gehaltes) opgesteld voor dioxineachtigen in diervoeder en voedingsmiddelen. Mede hierdoor zal het dioxinegehalte in voedingsmiddelen afnemen en, zoals door het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu vastgesteld, ook de blootstelling via de voeding.