Wet milieubeheer

De belangrijkste regels over luchtkwaliteit staan in artikel 5.2 van de Wet milieubeheer. Hier zijn de luchtkwaliteitsnormen opgenomen, die gebaseerd zijn op de Europese richtlijnen. Artikel 5.2 van de Wet milieubeheer vertaalt ook de Europese richtlijnen voor het beoordelen van de luchtkwaliteit, de rapportage hierover en de maatregelen naar de Nederlandse situatie. De beoordeling, rapportage en maatregelen zijn grotendeels vastgelegd in het Nederlands Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSLNationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit).

Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)

Het NSL is het samenwerkingsprogramma tussen de Rijksoverheid, provincies en gemeenten waarbinnen de concentraties van NO2, PM10fijnstof en PM2,5fijnstofworden gemonitord en maatregelen worden geregistreerd, met als doel om te voldoen aan de Europese grenswaarden voor PM10 en NO2 ( informatie over modelberekeningen).
Het NSL is opgezet omdat Nederland voor PM10 en NO2 niet aan de Europese grenswaarden voldeed. Met het NSL kreeg Nederland uitstel voor het behalen van deze grenswaarden, tot 11 juni 2011 voor PM10 en 1 januari 2015 voor NO2. Het NSL bevat een reeks van maatregelen die door de overheden uitgevoerd moeten worden, en startte een monitoringsstelsel. Het NSL liep oorspronkelijk door tot 1 augustus 2014, maar is voor een deel van Nederland verlengd tot het invoeren van de Omgevingswet. Gebieden die met het verlengde NSL meedoen zijn Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland, Noord-Holland, Noord-Brabant en Limburg.

Niet in Betekenende Mate

Ruimtelijke projecten of (te vergunnen) activiteiten hoeven geen uitgebreid luchtkwaliteitsonderzoek uit voeren (compenserende maatregelen te hebben), als ze “niet in betekenende mate” (NIBM) voor een verslechtering van de luchtkwaliteit zorgen. Dit houdt in dat een project of activiteit maximaal 3% van de jaargemiddelde concentraties PM10 of NO2 bijdraagt (1,2 µg/m3 voor beide stoffen). Hiervoor is de NIBM-tool beschikbaar. Wel moeten NIBM-projecten zich houden aan andere regelgeving.

Besluit gevoelige bestemmingen

In 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen in werking getreden. Volgens dit besluit moet luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd worden als een gevoelige bestemming gepland is binnen 50 meter van de rand van een provinciale en binnen 300 meter van de rand van een rijksweg. Dit onderzoek moet zich baseren op de berekende luchtkwaliteit in het jaar waarin de gevoelige bestemming in bedrijf wordt genomen. Hierbij mag het totaal aantal mensen in een gevoelige bestemming niet toenemen als de normen voor PM10 en NO2 overschreden (dreigen te) worden. Bij een uitbreiding van een gevoelige bestemming mag het aantal mensen niet met meer dan 10% toenemen. Als dit wel het geval is, is er geen verbod om over te gaan tot verbouw, maar moet dit wel goed gemotiveerd worden. Gevoelige bestemmingen zijn in dit geval gedefinieerd als scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen.
Doordat in Nederland de normen voor PM10 en NO2 bijna overal gehaald worden, heeft dit Besluit in de praktijk geen toegevoegde waarde. Gemeenten kunnen zelf aanvullend gevoelige bestemmingenbeleid formuleren, een aantal gemeenten doen dat ook al (zie de pagina over beleidsadvisering bij ruimtelijke planvorming).