Sinds het verschijnen van de vorige GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst-richtlijn Luchtverontreiniging en Gezondheid in 2008 (van der Zee et al. 2008), is de kennis over de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging sterk toegenomen. Dit was in 2011 voor de Europese Commissie aanleiding om aan de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de vraag voor te leggen of het Europese luchtkwaliteitsbeleid diende te worden aangepast aan de nieuwe inzichten over de gezondheidseffecten van een aantal luchtverontreinigingscomponenten (waaronder deeltjesvormige luchtverontreiniging, stikstofdioxide en ozon). De WHO heeft deze vraag geoperationaliseerd in twee projecten: het project “Review of evidence on health aspects of air pollution” (WHO 2013a) en “Health risks of air pollution in Europe” (WHO 2013b) In het een rapport van de Gezondheidsraad is deze kennis verder geactualiseerd (Gezondheidsraad 2018).

Geen volledige lijst nieuwe studies, wel een indruk

Er blijven nieuwe studies verschijnen die een negatieve relatie laten zien tussen blootstelling aan luchtverontreiniging en gezondheidseffecten. Het overzicht in deze richtlijn pretendeert daarom ook niet volledig te zijn, maar geeft wel een goede indruk van het scala aan onderzoeken en studie-uitkomsten zoals dat in de literatuur bestaat.

Vooral fijn stof, ozon en stikstofoxide spelen rol bij gezondheidseffecten

Bij de huidige concentraties in de Nederlandse buitenlucht spelen met name fijn stof (waaronder ook ultrafijn stof en roet), ozon (O3) en stikstofdioxide (NO2) een rol bij het veroorzaken van gezondheidseffecten. Stikstofoxide (NO) is als zodanig niet schadelijk voor de gezondheid, maar is wel van belang voor de vorming van NO2. De beschreven gezondheidseffecten van blootstelling aan ozon worden behandeld in de GGD-richtlijn Smog en Gezondheid. Inmiddels zijn ook lange-termijn effecten van ozon gerapporteerd (Gezondheidsraad 2018).