Op deze pagina leest u meer over het rijksbeleid, en het beleid van lagere overheden, op het gebied van de veehouderij.

Rijksoverheid

De overheid streeft naar een duurzame veehouderij. Daartoe werkt het ministerie van Economische Zaken (EZEconomische Zaken) sinds 2009 met de Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij 2023 (EZ, 2016). Hierin werken bedrijven, maatschappelijke organisaties, provincies en EZ aan zes hoofdpunten voor een duurzame veehouderij:
 •    systeeminnovaties: duurzame stal- en houderijsystemen;
•    het welzijn en de gezondheid van dieren;
•    landschappelijke en maatschappelijke inpassing van de veehouderij;
•    klimaat, minimale emissies naar milieu en duurzame energie;
•    kansen voor markt en ondernemerschap;
•    verantwoord consumeren.

Ministerie van LNVMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Het ministerie van LNV publiceerde in 2018 een visie over de overstap naar kringlooplandbouw (LNV, 2018). Daarin staat dat de huidige aanpak met nadruk op kostenverlaging en productieverhoging met bijbehorende schaalvergroting, leidt tot grote druk op de leefomgeving en tot afstand tussen boeren en omwonenden. Er zijn veranderingen nodig gericht op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen door de landbouw, zorgvuldiger gebruik en verlaging van het verbruik van grondstoffen en minder verspilling van voedsel. In 2019 is voor deze visie een realisatieplan gemaakt.

De toelichting bij de begroting van het ministerie van LNV (TK, 2019) geeft daarbij een aantal handvatten. Het vraagt om brongerichte aanpassing van bestaande en nieuwe emissiearme systemen, waarbij integraal verbeteringen worden doorgevoerd op maatschappelijke duurzaamheidsthema’s zoals volksgezondheid, milieu en dierenwelzijn. Conform het regeerakkoord 2017-2021 wordt gestreefd naar het verminderen van risico’s voor de gezondheid van omwonenden en het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving in veedichte gebieden. Hierbij ligt de focus onder andere op innovatie van stalsystemen, de warme sanering van de varkenshouderij en de mogelijkheid voor het sluiten van regiodeals voor uitvoering van geschetste gewenste aanpak.

Adviezen over de Nederlandse landbouw

Ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBLPlanbureau voor de Leefomgeving) benoemt de schaalvergroting en intensivering als huidige dominante ontwikkelrichting van de Nederlandse landbouw. Dit levert tot op heden voldoende betaalbaar voedsel en productie voor de export op, maar brengt ook problemen met zich mee: milieudoelen worden niet gehaald en er zijn regelmatig incidenten (PBL, 2018). Voor de benodigde koersverandering is volgens de Raad voor de Leefomgeving (RLi, 2018) een gedeeld toekomstbeeld nodig waarin naast economische ook de maatschappelijke waarden belangrijk zijn. Zoals gezondheid, landschap en biodiversiteit. Vroeger was dit ‘voldoende voedsel, nooit meer honger’, nu moeten deze waarden opnieuw vastgesteld worden. Een andere voorwaarde die genoemd wordt, is dat de grote impact van de landbouw op de leefomgeving vraagt om een rol van de overheid die verder gaat dan alleen het bewaken van grenzen (gebruik van normen/wetten) (PBL, 2018). In 2019 is ook de opgave om de stikstofneerslag terug te dringen, extra urgent geworden (zie Tekstkader 'Stikstofmaatregelen').

Tekstkader

Tekstkader: Stikstofmaatregelen

In 2019 is de opgave om in Nederland de neerslag van stikstof terug te dringen extra urgent geworden. Deze opgave geldt voor alle betrokken sectoren, en dus ook de landbouw (Kamerbrief, 2019). Dit naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State, waarbij is geconstateerd dat de PAS (programmatische aanpak stikstof)-regeling niet voldoet aan de Europese Habitatrichtlijn. Daardoor werden een aantal vergunningverleningen (waaronder die voor veehouderijen) ongeldig verklaard en kwam verdere vergunningverlening stil te liggen. De GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en hebben in 2019 een oproep gedaan om in het stikstofdebat naast de effecten op de natuur ook gezondheidseffecten te betrekken (zie de website van GGD GHOR Nederland).

Doelstelling geurbeleid

De doelstelling van het geurbeleid voor veehouderijen is het voorkomen van overmatige hinder door normen te stellen voor de geurbelasting bij geurgevoelige objecten. Er is niet omschreven wat overmatige hinder is (Fast et al., 2015).

Lokale overheden

De Gezondheidsraad heeft in 2012 geadviseerd om een deel van de afwegingen over veehouderij en gezondheid lokaal te doen. Dit moet volgens de Gezondheidsraad tot stand komen met alle betrokken partijen in een transparant besluitvormingsproces, onder verantwoordelijkheid van de gemeenten en met de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst in een adviserende rol. Deze lokale aanpak is nodig omdat omstandigheden sterk kunnen variëren (aantal bedrijven, bevolkingsdichtheid), waardoor bijvoorbeeld een algemene afstandseis tussen bebouwing en bedrijf niet vast te stellen is. Lokaal maatwerk is daarom nodig. In een reactie op het advies van de Gezondheidsraad heeft het kabinet deze aanbeveling onderschreven (EZEconomische Zaken, 2014).