Op deze pagina vindt u de wettelijke grenswaarden/normen. Ga naar Beoordeling gezondheidsrisico door de GGD voor meer informatie over gezondheidskundige advieswaarden.

Fijn stof

De wettelijke grenswaarden voor fijn stof staan in de Tabel 'Wettelijke grenswaarden voor fijn stof'. De Gezondheidsraad adviseert de Nederlandse overheid om ambitieuzere waarden dan deze Europese normen te hanteren wanneer zij gezondheidswinst wil behalen en om maatregelen te treffen voor verdere reductie van de uitstoot van fijn stof en ammoniak (vanwege de vorming van secundair fijn stof) (Gezondheidsraad, 2018).

Tabel. Wettelijke grenswaarden voor fijn stof
  Middelingstijd Niveau (µg/m3) Status
PM10      
  Jaargemiddelde 40 Grenswaarde EU European Union
  Daggemiddelde; overschrijding is toegestaan op niet meer dan 35 dagen per jaar 50 Grenswaarde EU
PM2,5      
  Jaargemiddelde 25

Grenswaarde EU (2015)

  Jaargemiddelde 20 Voorgestelde indicatieve waarde. EU-evaluatie moet nog starten om na te gaan of deze waarde kan worden omgezet in een grenswaarde die overal van toepassing is

 

Endotoxinen 

Voor endotoxinen in de buitenlucht bestaan geen wettelijke grenswaarden. De gezondheidskundige advieswaarde is beschreven in Beoordeling gezondheidsrisico door de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst.

Geur

De maximale toegestane geurbelasting verschilt in de huidige wetgeving tussen concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen binnen en buiten de bebouwde kom (zie Tabel 'Maximale toegestane geurbelasting'). De concentratiegebieden zijn aangegeven in de Meststoffenwet en bestaan uit delen van de provincies Limburg, Noord-Brabant, Gelderland, Utrecht en Overijssel. Een belangrijk uitgangspunt van de Wgv is dat in gebieden met veel veehouderijen (de concentratiegebieden) mensen minder snel geur als hinderlijk ervaren dan mensen in de niet-concentratiegebieden. De standaard wettelijke geurnormen voor intensieve veehouderijen zijn daarom in het niet- concentratiegebied strenger dan in de concentratiegebieden. Ook zijn er verschillen met betrekking tot de bandbreedte waarbinnen gemeenten aangepaste normen mogen vaststellen.

Tabel. De maximale toegestane geurbelasting (voorgrondbelasting) en de bandbreedte en het bijbehorende percentage hinder uit de Wgv.
Gebied Maximaal toegestande geurbelasting (oue/m3) Hinder (%) Bandbreedte Maximale hinder (%)
Concentratiegebied binnen bebouwde kom 3,0 8 0,1 - 14 25
Concentratiegebied buiten bebouwde kom 14,0 25 3.0 - 35 41
Niet-concentratiegebied binnen bebouwde kom 2.0 11 0,1 - 8,0 29
Niet-concentratiegebied buiten bebouwde kom 8,0 29 2,0 - 20 46

In bijlage 6 en 7 van de Handreiking Geurhinder en veehouderij staat uitgelegd hoe de geurbelasting en het bijbehorende percentage hinder bepaald kunnen worden.

Voor dieren zonder wettelijke geuremissiefactor gelden vaste afstanden tot de gevel van geurgevoelige objecten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in pelsdieren en andere dieren. De afstanden voor pelsdieren (nertsen ) staan in de Wgv (zie Tabel 'Afstanden voor pelsdierhouderijen'). Nertsen mogen nog tot 2024 gehouden worden. Er mogen voor nertsen geen nieuwe vergunningen meer aangevraagd worden. De afstanden voor andere dieren zonder geuremissiefactor staan in art. 4, lid 1, Wgv en zijn:
•    100 meter binnen de bebouwde kom;
•    50 meter buiten de bebouwde kom.

Tabel. Afstanden voor pelsdierhouderijen (Bron: Wgv, art. 4 lid 2)
Aantal fokteven 1-1000 1001-1500 1501-3000 3001-6000 6001-9000
Afstand binnen de bebouwde kom (in meter) 175 200 225 250 275
Afstand buiten de bebouwde kom (in meter) 100 125 150 175 200