De uitstoot van geur is een belangrijk aspect in relatie tot de kwaliteit van de leefomgeving en gezondheid in de buurt van veehouderijen. De beoordeling van geur, geurhinder en de rol van de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst wordt beschreven in de GGD-richtlijn Geur en Gezondheid, die een los onderdeel Veehouderij en Geur bevat. Enkele begrippen worden hieronder kort beschreven, voor meer informatie wordt verwezen naar deze GGD-richtlijn Geur en gezondheid (Fast et al., 2015). Ook in het Kennisbericht geur van het Kennisplatform Veehouderij en humane gezondheid wordt geur uit veehouderijen uitgebreid beschreven (Kennisplatform Veehouderij en humane gezondheid, 2017).

De geur van een veehouderij is het resultaat van een mengsel van verschillende emissies, zoals waterstofsulfide (H2S, ammoniak (NH3) en diverse vluchtige organische koofwaterstoffen (vetzuren, fenolen, et cetera). Geuremissie van veehouderij wordt uitgedrukt in odour units (OUE). Voor de Regeling geurhinder en veehouderij is per stalsysteem vastgesteld hoeveel OU een bepaald dier per seconde uitstoot. Varkens en kippen hebben relatief de meeste geuremissie, de geuremissie van runderen is relatief laag. Een volledige lijst van de beschikbare geuremissiefactoren staat in de Regeling geurhinder en veehouderij (beschikbaar via InfoMil).

Geur komt vrij uit (mest in) de stal, uit mestbassins, bij mestverwerking en bij opslag en productie van voer. De mate van geuremissie is afhankelijk van het soort en het aantal dieren, ook speelt het stalsysteem een belangrijke rol. Een stal met vrije uitloop zorgt voor meer geuremissie dan een dichte stal met luchtwassers (die bijvoorbeeld de ammoniakemissie verlagen). Geuremissie bij vleeskuikenbedrijven varieert sterk in de tijd. Dit heeft te maken met het ‘all-in all-out’- principe; alle kuikens worden tegelijk afgevoerd.* Vooral de laatste twee weken van de cyclus, als de kippen groter zijn en al die tijd op hetzelfde strooisel (en mest) hebben gescharreld, leidt dit tot hogere geuremissie. Dit patroon is niet verwerkt in de gemiddelde geuremissiefactor (uitgedrukt in OUE/s/dier) waarmee de geurbelasting bij omwonenden wordt berekend met behulp van het verspreidingsmodel V-Stacks- Vergunning (InfoMil, 2019a).

Naast de geuremissie is de verspreiding van geur belangrijk voor de blootstelling. Naast de afstand spelen ook omgevingsfactoren een rol, zoals bebouwing, begroeiing of windrichting. In de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst-richtlijn Geur en gezondheid wordt beschreven hoe geurconcentraties in de omgeving worden berekend. Dit is kort samengevat in het Tekstkader 'Berekenen geurconcentraties'.

* Een ronde bestaat gemiddeld uit een afmestperiode van 42 dagen en 10 dagen leegstand (wur.nl).

Berekenen geurconcentraties in de omgeving

Berekenen geurconcentraties in de omgeving

 

Bij veehouderijen wordt het model V-Stacks voorgeschreven om geurconcentraties in de omgeving te berekenen. V-Stacks is een vereenvoudigde versie van het verspreidingsmodel Stacks. De vereenvoudiging bestaat uit een versimpelde rekenwijze voor gebouwinvloed (dat is de invloed die een gebouw heeft op het pluimgedrag). Er zijn twee versies van V-Stacks. V-Stacks vergunning kan worden gebruikt voor een individuele veehouderij. Bij het toetsen of de geur uit de stal van een veehouderij voldoet aan de Wet geurhinder en veehouderij is het verplicht om dit model te gebruiken. Met V-Stacks gebied kan de verspreiding van geur rond meerdere veehouderijen in een gebied worden berekend. Hiermee kan dus de achtergrondbelasting worden berekend. Gemeenten gebruiken dit bijvoorbeeld als ze een geurverordening met eigen gemeentelijke normen en afstanden vaststellen.

Bron: Fast et al., 2015.

De geurbelasting op een bepaalde locatie kan worden veroorzaakt door één of meer veehouderijen. Hiervoor worden de begrippen voorgrondbelasting en achtergrondbelasting gehanteerd, die van belang zijn in de regelgeving (zie Regelgeving in Nederland onderdeel Wet geurhinder en veehouderij ). Dit onderscheid wordt gemaakt, omdat onderzoek heeft uitgewezen dat de geurhinder door de voorgrondbelasting anders is dan die door de achtergrondbelasting: Als één bedrijf een bepaalde geurbelasting veroorzaakt, leidt dat tot meer hinder dan wanneer meer bedrijven samen dezelfde geurbelasting veroorzaken (zie GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst-richtlijn Geur en gezondheid voor meer uitleg).

De Omgevingsdienst berekent voor een vergunningaanvraag de geurbelasting van een individuele veehouderij op nabijgelegen woningen (voor het specifieke geval van bedrijfswoningen, zie GGD advisering). Daarvoor wordt het programma V-Stacks vergunning gebruikt. Zie Tekstkader Berekenen geurconcentraties omgeving.

De berekende geurbelasting komt niet altijd overeen met de geurwaarneming; die kan veel meer of minder zijn dan op grond van de berekening wordt verwacht. Verschillende factoren kunnen dit veroorzaken zoals het verschil tussen de gebruikte geuremissiefactoren. Die zijn een gemiddelde, terwijl in de praktijk de cycli van diersoorten, verschil in bedrijfsvoering of slechte werking van luchtwassers voor spreiding in de uitstoot zorgen. Ook de modellering met V-Stacks rekent met een aantal gemiddelde standaarden die in de praktijk kunnen verschillen zoals gebouwinvloed, de hoogte van emissiepunten en weersinvloeden. Resultaten van V-Stacks kunnen daarom verschillen van de modellering met behulp van het volledige Stacks-model (Tekstkader Berekenen geurconcentraties in de omgeving). Tevens wordt het uitrijden van mest niet meegenomen in de berekening van V-Stacks, net zoals bijvoorbeeld brijvoerkeukens. Ook aanwezige dieren op een bedrijf zonder wettelijke geuremissiefactor (met name melkrundvee) kunnen extra bijdragen aan geurwaarneming, die niet in de berekening is meegenomen. Overigens is van hinder bekend dat ook situationele factoren, zoals vertrouwen in de overheid, angst voor de bron of verwachtingen over de verbetering of verslechtering van de situatie, een rol kunnen spelen. Daardoor kunnen hinderpercentages ook anders liggen dan berekend.